Veel mensen die een dieet hebben gevolgd, hebben de neiging erna weer snel aan te komen. Onderzoekers van de Mayo Clinic veronderstellen de oplossing hiervoor te hebben gevonden. Een enzym zou de overproductie van ghreline kunnen stoppen, het hormoon dat ons hongergevoel reguleert.

De studie is recent gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Ghreline

Uit eerder onderzoek bleek al dat mensen die gewicht hebben verloren met diëten vaak opnieuw aankomen. Wetenschappers wezen dit toe aan een toename van de stof ghreline, het hormoon dat doorgeeft wanneer we honger hebben en genoeg gegeten hebben. De stijging is een reactie van ons lichaam op de plotstelinge verandering in het voedingspatroon.

De onderzoekers wilden een manier vinden om deze gewichtstoename na diëten te voorkomen. Ze focusten zich hierbij op het effect van een enzym op de ghrelineproductie.

Enzym butrylcholinesterase

Voor het onderzoek deed het team experimenten bij muizen. Hierbij werd de situatie nagebootst van mensen die net gewicht hadden verloren met diëten maar erna opnieuw aankwamen als gevolg van een hoog ghrelineniveau.

Het team vroeg zich af of het gebruik van butrylcholinesterase kon helpen om de overproductie van ghreline na gewichtsverlies te reguleren. Dit is een enzym dat wordt geproduceerd in onze lever en een rol speelt bij het scheiden van allerlei giftige stoffen uit ons lichaam.

Dalend ghrelineniveau

De wetenschappers voegden het enzym toe aan een geneutraliseerd virus waar ze de muizen mee besmetten. Ze ontdekten dat dit een significante afname van het ghrelineniveau veroorzaakte. Het gevolg was dat de dieren meer gebalanceerde eetgewoonten aannamen en niet meer in gewicht aankwamen.

De enzym-boostende aanpak had gevolgen voor de langere termijn en stelden de muizen in staat om gewichtstoename voor de rest van hun leven te vermijden.

Toekomstig onderzoek

De wetenschappers hopen dat de resultaten van hun studie kunnen leiden tot betere behandelingen van obesitas en andere metabolische ziekten. Voorbeelden zijn diabetes, leverziekten en het metabolisch syndroom. Wel benadrukken ze de noodzaak van verder onderzoek bij menselijke deelnemers om de effectiviteit van de aanpak te bevestigen.