Hinke Kruizenga is diëtist-onderzoeker aan het VUmc te Amsterdam en projectleider van de Stuurgroep Ondervoeding. Voor ondervoeding zijn verschillende risicogroepen, mensen met kanker is er daar een van. “Juist bij oncologische patiënten komt het veel voor. Er is in hun lichaam veel ziekteactiviteit, hoewel dat verschilt per tumor. Maar bijvoorbeeld darm-, long- of alvleesklierkanker veroorzaakt een ander metabolisme.” Het lichaam heeft veel meer eiwit nodig voor onderhoud van spiermassa en de weerstand. Tegelijkertijd geldt dat de eetlust door ziekte en therapie vaak veel minder is. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Voor een diëtist een uitdaging, want het is zorg op maat. Iedere patiënt heeft weer andere klachten en het is zaak om voldoende goede voeding binnen te krijgen. Intensieve, multidisciplinaire zorg, waarin bijvoorbeeld ook de fysiotherapie een rol speelt. Beweging is eveneens van belang voor het in conditie houden van het lichaam.

Voedingstoestand

De laatste jaren is voor het gevaar van ondervoeding meer aandacht gekomen. De meeste aandacht blijft uitgaan naar de therapie. Daarnaast is het van belang om in een vroeg stadium al te kijken naar de voedingstoestand van een patiënt, en deze toestand in alle fases van de behandeling optimaal te houden. Punt is dat iemand een voedingsprobleem moet herkennen: de wijkverpleegkundige, huisarts, specialist, wie dan ook. Zij moeten met elkaar communiceren en de weg kennen naar een gespecialiseerd diëtist. Mede daarom is onlangs een zorgpad opgezet. Initiatiefnemer hiervoor was de TODU (Transmuraal Overleg Diëtisten Utrecht). Herma ten Have, diëtist en lid van de LWDO (Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie), is nauw betrokken geweest bij de opzet van het zorgpad ‘Ondervoeding bij oncologie’. Zij onderstreept het belang van transmurale afspraken. “Elkaar kennen en weten wie welke deskundigheid heeft. Dat verbetert de overdracht en versterkt het onderling vertrouwen”, vertelt ze. Bij de opzet van het zorgpad werden ook patiënten betrokken.

Herkenning van ondervoeding

De rol van de huisarts in het herkennen van ondervoeding is van groot belang. Meer algemeen is de rol van de huisarts ten opzichte van oncologie aan verandering onderhevig. Prof. dr. Niek de Wit, hoogleraar huisartsengeneeskunde en verbonden aan het Julius Centrum, een van de divisies van het UMC Utrecht, onderschrijft deze verandering. “Door de betere behandelingsmogelijkheden schuift kanker steeds meer op in de richting van chronische ziekte. Het aantal overlevers neemt toe; voor veel soorten kanker is er een goede prognose.” Het is zaak om te kijken hoe zij het beste en doelmatig begeleid kunnen worden. “En dan kom je bij de huisarts uit.”

Oncologische zorg door huisarts

De huisarts wordt steeds meer betrokken in de oncologische zorg. Een belangrijke taak van de huisarts is om kanker zo vroeg mogelijk op te sporen. Ook tijdens behandeling door een oncoloog houdt de huisarts contact met de patiënt, en speelt vaak een rol in bij shared decision making rondom de behandeling. “De huisarts kent de patiënt en zijn of haar voorgeschiedenis goed. Zijn rol is daarom essentieel om optimale keuzes te kunnen maken.” Ook in de nazorg is de huisarts, met ondersteuning van verpleegkundigen, belangrijk om oncologische zorg over te nemen. Dat stelt echter wel eisen aan (na)scholing om huisartsen beter voor te bereiden op deze taak en om bijvoorbeeld de rol van voeding en levensstijl te beoordelen.