Als je onderzoeksresultaten bij mannen en vrouwen op één hoop gooit, mis je relevante informatie om hartziekten eerder op te sporen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Aisha Gohar. Ze ontdekte nieuwe verschillen tussen mannen en vrouwen met slagaderverkalking en hartfalen. Bovendien laat ze zien dat er vaak nog geen aandacht is voor man-vrouwverschillen in hartonderzoek. 

Eén op zeven

Van de 360 onderzoeken die Gohar op een rij zette, keek slechts vijftien procent naar man-vrouwverschillen. Dat is minder dan één op zeven. Het ging om onderzoeken naar signaalstofjes in het bloed (biomarkers) voor het risico op hart- en vaatziekten. Dit lage percentage is ook nadelig voor mannen, want zo ontdek je ook minder snel signaalstofjes die vooral voor mannen relevant zijn.

Mannen en vrouwen

Gohar ontdekte dat een bepaalde biomarker (GDF-15) bij vrouwen met verkalking in hun halsslagader samenhangt met het krijgen van ernstige hartziekten, maar bij mannen niet. Gohar: “Als je de resultaten van mannen en vrouwen samenvoegt, zie je géén verband tussen de signaalstof en hartziekten. Dan mis je dus een optie om bij vrouwen hartziekten in een vroeg stadium op te sporen.”

Hartfalen eerder opsporen

Gohar ontdekte ook man-vrouwverschillen bij de diagnose van een bepaalde vorm van hartfalen. De hartspier is daarbij te stijf en dik, en kan zich niet goed vullen met bloed. Goahr: “Ik werkte aan een model dat huisartsen kan helpen bij een eerdere en betere diagnose. Bij vrouwen lijkt het voldoende om vooral te kijken naar de leeftijd en bepaalde bloeddrukverlagers. Terwijl het voor mannen zinvol is om daarnaast ook te kijken naar bijvoorbeeld overgewicht.”

Bron: Universiteit Utrecht