Kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben drie tot vier keer vaker te maken met psychiatrische problemen. Toch zijn de meeste behandelvormen in de ggz uitsluitend gericht op mensen met een gemiddeld IQ. Er is dan ook meer onderzoek nodig om te zien welke methoden specifiek voor deze doelgroep werken. Francien Engelhard, gz-psycholoog bij Lijn5, licht toe.

Hoe komt het dat kinderen met een LVB vaker psychische problemen hebben?

“Over het algemeen krijgt deze groep veel meer te maken met faalervaringen dan leeftijdsgenoten die vaardiger en cognitief vlotter zijn. Zo kunnen ze uitvallen op school en motorisch achterlopen. De beperking betreft meerdere terreinen, wat hen kwetsbaar maakt voor het ontwikkelen van psychische problemen.”

Waarom valt deze doelgroep zo makkelijk tussen wal en schip in de ggz?

“Aan kinderen is niet direct te zien hoe allesomvattend de beperking is. Daarnaast zijn de meeste onderzoeken in de geestelijke gezondheidszorg lange tijd gericht geweest op een zo breed mogelijke doelgroep, namelijk degenen met een gemiddeld IQ. Hierbij werd aangenomen dat de gevonden behandelmethoden voor iedereen efficiënt werken. In de praktijk blijkt dat dit voor sommige vormen het geval is, maar dat aanpassing altijd gewenst is voor LVB. Zo is er meer tijd nodig, voldoende herhaling en vereenvoudiging van de stof. Gelukkig komt er in de wetenschap steeds meer aandacht voor gerichte therapieën.”

Hoe ziet jullie werkwijze eruit?

“Lijn5 is een instelling die hulp biedt aan gezinnen met kinderen met een LVB en bijkomend probleem, waarvoor specialistische hulp nodig is die elders niet kan worden aangeboden. Er zijn verschillende behandelvormen mogelijk, van ambulante behandeling tot residentiële opname. Op een van onze locaties werken we vanuit het waaiermodel, een ordeningsprincipe dat uitgaat van vier fasen. Ten eerste is er de schok, waarbij kinderen en ouders moeten wennen aan de nieuwe gescheiden situatie. Erna volgt de wending en kan worden nagedacht over gewenste veranderingen. Dan vindt de gerichte behandelfase plaats en het werken naar perspectieven, waarna we hopen dat de kind-ouderrelatie dermate is verbeterd dat ze in de afscheidsfase terug naar huis kunnen. Uiteraard verloopt niet elk traject in deze volgorde, maar het geeft een goede richtlijn voor waar we mee bezig zijn. Zorg op maat blijft altijd het belangrijkste.”

Meer informatie?
www.ln5.nl