De zorg rondom kwetsbare ouderen is een complex speelveld. Een specialist ouderengeneeskunde vormt als het ware de spin in het web, te midden van de mantelzorgers, de huisartsen, de verpleeghuizen en de ziekenhuizen. Dat vraagt om organisatietalent én een nieuwe aanpak. Nienke Nieuwenhuizen is voorzitter van Verenso, de Vereniging Specialisten Ouderengeneeskunde. Zij geeft een toelichting.

Een specialist ouderengeneeskunde is de voormalige verpleeghuisarts. Dat is niet hetzelfde als een geriater, die vanuit het ziekenhuis komt. Uiteraard zijn er raakvlakken. Maar: als specialist ouderengeneeskunde richt je je vooral op de ‘kwetsbaarste van de kwetsbaren’. Voor zijn advies kijkt de specialist ouderengeneeskunde niet alleen naar de ziekte(n), maar óók naar de gevolgen van de gezondheidsproblemen voor het dagelijks leven van de patiënt en zijn omgeving. Welke mogelijkheden zijn er om zo veel mogelijk uit het leven te blijven halen? Met de trend dat ook deze meest kwetsbare groep ouderen steeds langer thuis blijft wonen, is de functie van de specialist ouderengeneeskunde veranderd. Waar hij of zij voorheen behandelde binnen de setting van het verpleeghuis, komt deze ook steeds vaker bij mensen thuis. De huisarts is in de eerste lijn het eerste aanspreekpunt en verantwoordelijk voor de algemene medische zorg voor kwetsbare ouderen. Wanneer de zorgzwaarte van de patiënt de huisartsgeneeskundige zorg overschrijdt, is expertise van een specialist ouderengeneeskunde noodzakelijk.

Betekenis van de specialist ouderengeneeskunde

Maar wat kan een specialist ouderengeneeskunde in de praktijk betekenen voor thuiswonende ouderen? “Dat is ingewikkeld om uit te leggen”, vindt Nieuwenhuizen. “Het vraagt namelijk om persoonsgerichte zorg: wat is belangrijk voor deze persoon en wat zijn de mogelijkheden om dit in te vullen? Daartegenover staat de verwachting. “Iemand die een herseninfarct heeft gehad, heeft bijna altijd wel schade aan het geheugen en de cognitie. Meestal merk je dat zelf pas na verloop van tijd, maar als specialist ouderengeneeskunde kun je daar al op anticiperen, bijvoorbeeld door te zorgen dat iemand in beweging blijft. Het is een manier van kijken naar de oudere mens in het geheel en de zorg daar omheen organiseren.” In de praktijk gaat het daarbij vaak om het aansturen van een multidisciplinair behandelteam, waarbij de specialist ouderengeneeskunde zorgt voor de coördinatie tussen verschillende therapeuten, verzorging en verpleging. Dus het afwegen van de behandeling van verschillende klachten en persoonlijke wensen.

Het zijn deze punten die een specialist ouderengeneeskunde vaak tegenkomt: de zorg vraagt om de nodige organisatie. Iets wat ook veel terugkeert is verwachtingsmanagement. “Het gaat om een kwetsbare groep die niet altijd even goed weet wat ze wil. Het komt voor dat patiënten aangeven iets niet te willen, terwijl wij weten dat het echt de betere oplossing is om iets juist wel te doen. Soms moet je een klein beetje voor mensen denken, maar altijd handelen vanuit de geest van de patiënt. Waar dat mogelijk is, overlegt de specialist ouderengeneeskunde met de patiënt over de langere termijn. Dit heet ook wel advance care planning. Hoe zal de ziekte zich ontwikkelen? Wat is de beste manier voor de patiënt om zich voor te bereiden op eventuele veranderingen? Wat is voor de patiënt belangrijk?”

Mantelzorgers

Het is niet alleen op dit vlak dat de rol van mantelzorgers essentieel is, om te kijken wat bij een oudere past, waar je in meegaat en waar niet. Nieuwenhuizen vindt de samenwerking met mantelzorgers essentieel om goede zorg te bieden: het betrekken van de omgeving van de patiënt is enorm belangrijk. “De mantelzorger is een belangrijke partner in de zorg, vaak is hij of zij degene die als eerste aan de bel trekt. Maar ook daar moet je als specialist ouderengeneeskunde soms verwachtingsmanagement toepassen.” Want in het kader van de participatiemaatschappij wordt van mantelzorgers inzet verwacht, maar de kwetsbaarheid van ouderen zit juist vaak ook in het sociale systeem. Nieuwenhuizen ziet dat mantelzorgers de capaciteiten van degene voor wie zij zorgen vaak over- of juist onderschatten. “Iedereen heeft weer zijn of haar eigen relatie met de oudere en dat laten ze niet zo makkelijk los. Ze vervallen makkelijk in oude patronen, die niet altijd meer werken. Het is dan goed om met alle mantelzorgers aan tafel te gaan zitten en juist de verschillen met elkaar te bespreken. Als professional kun je daar als mediator optreden en afspraken maken over de te volgen koers.” Dat overleggen kost tijd en organisatievermogen en voor een specialist ouderengeneeskunde is dit vaak ‘indirecte tijd’. Deze zorg is niet direct aan de patiënt gekoppeld en wordt dus niet vergoed. Desalniettemin is het essentieel om de zorg rondom de patiënt goed te organiseren.

Multidisciplinair samenwerken

De multidisciplinaire samenwerking met andere zorgprofessionals wordt regionaal georganiseerd. Op veel plaatsen in Nederland gaat dat goed, op andere plaatsen is het in ontwikkeling of moet dat nog gebeuren. “De grote uitdaging voor de komende tijd”, aldus Nieuwenhuizen. “Hoe zorgen we er nou voor deze samenwerking goed vorm krijgt? Op inhoud vinden we elkaar meestal snel, alleen de organisatie eromheen vraagt veel aandacht.” Door innovatief te denken en te werken kan deze uitdaging handen en voeten krijgen. Daar ligt ook een rol voor verpleeghuizen. “In feite werken specialisten ouderengeneeskunde vanuit het verpleeghuis en de verbinding met de eerste lijn kan en moet beter. Ook met het ziekenhuis trouwens, binnen een driehoek. De verbindingen ontstaan momenteel wel op allerlei manieren, maar het hapert soms wat door de financiering. Dat is jammer, financiering zou niet mogen zorgen voor problemen.” De verschillende financieringsstromen zijn een voorbeeld van verschillende systemen die bij elkaar gebracht moeten worden. Verschillende IT-systemen voor een goede informatieoverdracht zorgen ook voor obstakels. Binnen de driehoek van acute zorg (ziekenhuis), langdurige zorg (verpleeghuis) en eerste lijn valt zo nog de nodige winst te boeken. “En binnen die driehoek is de positie van de specialist ouderengeneeskunde leuk maar complex, omdat die zowel in het ziekenhuis, het verpleeghuis en in de eerste lijn een rol heeft. Als een van de weinigen.”

Handhaven kwaliteit

Vanuit het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is het handhaven van kwaliteit van zorg buiten verpleeghuizen een groot punt van aandacht. “Er zijn veel nieuwe woonvormen, vooral kleinschalige woonvoorzieningen voor ouderen. Hier zien we dat het zorgaanbod niet altijd goed is afgestemd op de bewoners. Tegelijkertijd zien we een stabilisering in verpleeghuizen: er wordt niet meer bezuinigd op het aantal bedden in verpleeghuizen. Maar het aantal kwetsbare ouderen neemt toe en de zorgafhankelijkheid groeit. De gedachte dat je alles kan voorkomen, is niet juist. Niet alles kan thuis opgelost worden, je moet soms constateren dat het niet meer gaat. Dan moet de zorg wel geborgd zijn.”