Sinds 1 mei is Nelleke Groenewegen de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Jeugdinterventies (SJI). In het complexe speelveld van de jeugdzorg in alle facetten, kunnen de ideeën van Groenewegen en SJI een belangrijk verschil gaan maken. Groenewegen is al lang werkzaam in de jeugdzorg. Haar kennis en ervaring kunnen een steentje bijdragen aan verbetering van de jeugdzorg.

Hoe ziet uw pad in de jeugdzorg eruit?
“In een notendop: als jonge pleegouder verbaasde ik mij over het lage niveau van begeleiding en professionaliteit. Ik besloot zelf pedagogiek te gaan studeren, om invloed uit te kunnen oefenen op jeugdzorg. Ik werkte eerder zeven jaar als bestuurder bij een gecertificeerde instelling en als lid van bestuur bij het Nederlands Jeugdinstituut. Verder was ik ruim twee jaar lid van het dagelijks bestuur van Jeugdzorg Nederland, ben lid van de Raad van Toezicht van de landelijke Stichting Kindertelefoon en lid van de Raad van Toezicht bij PCBO, een schoolbestuur in Rotterdam-Zuid. En nu dus directeur-bestuurder van Stichting Jeugdinterventies.”

U stipte aan dat de jeugdzorg nog steeds niet goed genoeg is. Toch heeft de tijd niet stilgestaan.
“We hebben als sector enorme slagen gemaakt. Kijk alleen al naar het werk van het Nederlands Jeugdinstituut, dat effectieve kennis over jeugdzorg verzamelt en deelt. We weten wat werkzame factoren zijn, wat professionalisering is en wat een jeugdzorgwerker in de basis qua kennis, houding en gedrag zou moeten hebben. Tegelijkertijd spelen dan ook weer andere invloeden mee, zoals de transformatie van de jeugdzorg, dat zorgt voor een andere dynamiek.”

Hoe passen uw visie en die van SJI bij elkaar?
“Ik ben een aanhanger van de visie van Micha de Winter van de pedagogische civil society. In deze visie wordt de ‘wijze kennis’ van de omgeving ingeschakeld bij de opvoeding. Grootouders, vrienden, familie, buren, leerkrachten, de trainer van de sportclub: . Ik geloof in het werken met effectieve interventies die systemisch en gezinsgericht zijn. Je werkt in het gezin en betrekt de omgeving er ook bij, eigenlijk het oude gedachtengoed van de sociale pedagogiek. Dat begint toch weer terug te komen. Enerzijds heb je het pure opvoeden van het kind, dat zeker in de eerste jaren gebeurt in het kerngezin en in wisselwerking tussen het kind en de ouders. Anderzijds heb je het opgroeien: in welke wijk groei je op, naar welke school ga je, welke vrienden heb je. Allemaal factoren die van grote invloed zijn op de ontwikkeling van een kind, factoren die je mee moet nemen als je te maken krijgt met jongeren met een complex probleemgedrag in complexe situaties. Het gedrag is ontstaan in wisselwerking met opvoeders en in de context van het opgroeien. Dat systemisch werken is juist ook de filosofie die SJI volgt.

SJI wil probleemgedrag bij jongeren voorkomen of verminderen, zodat zij thuis en in hun sociale omgeving goed kunnen functioneren. Dit gebeurt onder meer door het bevorderen en verspreiden van de interventiemethode MultiDimensioneleFamilie Therapie (MDFT), door het opleiden van therapeuten en professionals in de jeugdzorg op nationaal en internationaal niveau. En door het verzorgen van deskundigheidsbevordering van en ondersteuning aan professionals binnen en buiten jeugdzorg die werken met jongeren met probleemgedrag.”

Hoe werkt dat systemisch werken precies?
“Het gaat erom niet alleen te kijken naar de jongere, maar ook naar zijn of haar systeem eromheen. Daarbij onderscheiden we vier leefdomeinen die een rol spelen: ouders/gezin, school, vrijetijdsbesteding en de maatschappelijke omgeving. Al deze domeinen worden tijdens de MDFT-behandeling in kaart gebracht en meegenomen in de behandeling individueel met de jongere, tijdens gezinssessies of bijvoorbeeld een sporttraining. Op die manier doen alle personen rondom de jongere die een positieve invloed kunnen hebben, mee in het vinden van een oplossing vanuit een goede sterke emotionele band met de jongere. Ook versterkt MDFT het gezinssysteem en helpt het bij het herstel van onderlinge emotionele banden, het versterken van de rol van de ouders en zo de kracht om zelfstandig met elkaar problemen aan te kunnen.”

Wat kunt u voor SJI betekenen?
“Als licentiehouder voor MDFT was SJI tamelijk onzichtbaar en systemisch werken is bij veel organisaties nog te onbekend. Dankzij mijn grote netwerk kan ik een rol spelen in het verspreiden, verbreden en doorontwikkelen van deze methodiek, samen met organisaties die de methodiek gebruiken of dat willen gaan doen. Verder is het interessant om te kijken waar kansen liggen en hoe we samen de jeugdzorg kunnen verbeteren door ondernemend te werk te gaan.”

Welke ontwikkelingen in de jeugdzorg vallen u op?
“Binnen het jeugdzorgstelsel ontstaan nieuwe organisaties en nieuwe vormen van netwerkorganisaties, zoals de ontwikkeling van wijkteams. Deze wijkteams moeten zich gaan verbinden met gespecialiseerde jeugdzorg, jeugdhulpverlening en jeugdbescherming. In die verbinding zullen ze moeten overleggen welke interventies nu werken voor de problemen, vragen en behoeften van gezinnen. Daarbij zie ik helaas vaak een geldgedreven tendens: de meeste ingewikkelde problemen die ook het meest geld kosten, worden momenteel onvoldoende effectief bereikt. Het gaat toch om zo’n 10 procent van de jongeren, die zo vastlopen in hun problematiek en het stelsel. Juist daar kan MDFT prima werken. Toegegeven, het is niet goedkoop en vraagt tijd en opleiding. Maar dat sluit ook weer aan bij een andere tendens: verder professionaliseren. De professionalisering op individueel en teamniveau heeft de afgelopen jaren al een enorme vlucht genomen. Tegelijkertijd is er ook sprake van versnippering van het veld, terwijl we juist op zoek moeten naar verbinding in het zich transformerende stelsel. Op die manier zou je ook het hoge verloop van personeel kunnen aanpakken, wat ons nu confronteert met hoge opleidingskosten. Je kunt kennis over organisaties heen ontwikkelen.”

Hoe sluit SJI met missie en aanbod aan op deze trends?
“Er is sprake van een veranderende vraag van professionals in het kortcyclisch en modulair trainen, en dat heeft effecten op ons aanbod. Daarnaast willen we inhoudelijk specifieker gaan kijken naar de huidige problematiek van jongeren. MDFT is bewezen effectief bij verslaving en we onderzoeken hoe we dit goed kunnen laten aansluiten bij de toename van verslaving aan online gamen. Verder gaan we onderzoeken hoe we ons aanbod beter kunnen laten aansluiten bij jeugdzorg, jeugdbescherming en bijvoorbeeld de wijkteams. Er is allerlei complexe problematiek, zoals thuiszitters, waarbij we als SJI nieuwe wegen willen bewandelen. Dat is niet eenvoudig, het gaat om complexe problematiek en een ingewikkeld speelveld. Als SJI willen we de komende jaren beter aansluiten bij onze partners en laten zien wat we te bieden hebben.”

Meer informatie?
www.stichtingjeugdinterventies.nl