Vier tot vijf procent van de bevolking krijgt te maken met darmkanker. Het verraderlijke aan darmkanker is dat het lang duurt voordat de ziekte klachten geeft en dus vaak pas laat wordt gediagnosticeerd. Het bevolkingsonderzoek darmkanker moet er voor zorgen dat potentiële slachtoffers eerder in beeld komen bij maag-darm- leverartsen. Als darmkanker vroegtijdig wordt ontdekt, is de kans op genezing groter en de behandeling minder zwaar.

Hoe gaat het onderzoek in zijn werk?

In het eerste half jaar na de invoering van het bevolkingsonderzoek zijn 190.000 mensen uitgenodigd voor deelname. Hieraan gaven zo’n 130.000 mensen gehoor. Zij kregen een ontlastingstest toegestuurd om zelf thuis te doen. Hiervoor moet met een staafje op vier plaatsen in de ontlasting worden geprikt en in een buisje worden gedaan.

Dat buisje moet vervolgens in een antwoordenvelop naar het laboratorium worden verstuurd. Daar wordt gekeken of er bloed in de ontlasting aanwezig is, wat aanleiding is voor het doen van een vervolgonderzoek. Het vervolgonderzoek bestaat uit een intakegesprek en een coloscopie, een endoscopisch onderzoek van de dikke darm.

In het eerste half jaar van het bevolkingsonderzoek werd 12 procent van de deelnemers doorverwezen voor een vervolgonderzoek, zo blijkt uit de analyse van het Erasmus MC en het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in opdracht van het RIVM. Van de 11.430 mensen bij wie een coloscopie is gedaan, is bij 763 mensen (7%) darmkanker gevonden en bij 3.832 mensen (34%) gevorderde poliepen.

Leeftijd als risicofactor voor darmkanker

Negentig procent van de mensen met darmkanker is 55 jaar of ouder. Daarnaast speelt erfelijkheid een (beperkte) rol, net als de aanwezigheid van poliepen in de dikke darm. Het bevolkingsonderzoek richt zich op de groep tussen 55 en 75 jaar, omdat de kans groot is dat iemand die na zijn vijfenzeventigste darmkanker krijgt, aan iets anders overlijdt.

Onderzoek is dan minder zinvol. Bovendien zijn onderzoek en eventuele behandeling voor 75-plussers een zwaardere belasting dan voor jongere mensen. De Gezondheidsraad heeft om die redenen geadviseerd mensen boven de 75 jaar niet uit te nodigen voor het bevolkingsonderzoek (Bron: RIVM).

Belang van het bevolkingsonderzoek

“De Maag Lever Darm Stichting heeft zich sterk gemaakt voor het bevolkingsonderzoek darmkanker en is daarom verheugd over de invoering”, laat communicatiemedewerker Maarten Kuijken van de stichting desgevraagd weten. “Er is veel onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek.

De overheid heeft op basis van deze onderzoeken en het advies van de Gezondheidsraad besloten om het bevolkingsonderzoek in te voeren. Daar zijn wij ontzettend blij mee. Belangrijk in dit bevolkingsonderzoek is dat iedereen een individuele keuze maakt om wel of niet mee te doen. Goede informatie is daarbij essentieel.

Bij de invoering bevolkingsonderzoek houdt ons werk dan ook niet op. Wij blijven ons inzetten voor voorlichting over alarmsignalen van darmkanker en wetenschappelijk onderzoek naar behandelingen, erfelijkheid en vroege opsporing.”