Iedereen met een verstandelijke of lichamelijke beperking aan de slag: dat is het uitgangspunt van de Participatiewet. Maar een deel van de doelgroep dreigt tussen wal en schip te vallen en het enthousiasme bij werkgevers is tanende.

Banenafspraak

Volgens de banenafspraak van de Participatiewet die in 2015 in werking trad, moeten in 2026 in totaal 125.000 mensen met een arbeidsbeperking aan een passende baan zijn geholpen bij ‘gewone’ werkgevers. Daarbij richt de regelgeving zich op degenen die niet zelfstandig méér dan het minimumloon kunnen verdienen. Juist daar zit een knelpunt, zo blijkt in de praktijk. Boosdoener is onder andere het zogenaamde doelgroepregister, waarin de gegevens staan van mensen die onder de banenafspraak vallen. Werkgevers kunnen bij uitkeringsinstantie UWV opvragen of een sollicitant in dit register staat en dus meetelt voor de banenafspraak. Hoewel de regels gecompliceerd zijn, komt het erop neer dat een werkgever die iemand uit het doelgroepregister aanneemt, subsidie ontvangt. Daarmee wordt het voor degenen met een arbeidsbeperking gemakkelijker om een baan te vinden en wordt voor de werkgever de drempel verlaagd om deze mensen aan te nemen.

Cultuuromslag bij werkgevers

Aanvankelijk pakte de wet ondanks bezwaren van gemeenten en werkgevers gunstig uit, want in 2016 worden de gestelde doelen ogenschijnlijk gemakkelijk gehaald. In juni van dit jaar stuurde toenmalig staatssecretaris Sociale Zaken Jetta Klijnsma een brief aan de Tweede Kamer waarin zij optimistisch is over de werking van de Participatiewet. Zij schrijft: “Na 2,5 jaar Participatiewet beginnen we zicht te krijgen op hoe de praktijk zich ontwikkelt. Bij steeds meer werkgevers staat met de inwerkingtreding van de Participatiewet en de banenafspraak uit het Sociaal Akkoord het toegankelijk maken van hun werkvloer voor mensen met een arbeidsbeperking op de agenda. Ik constateer een cultuuromslag bij werkgevers.

Regionale samenwerking gericht op de realisatie van de banenafspraak heeft een duidelijke impuls gekregen.” Ondanks het positieve bericht van de staatssecretaris worden de werkgevers geleidelijk aan minder enthousiast, want in de dagelijkse praktijk lopen zij tegen talrijke bureaucratische beperkingen aan. In het UWV-magazine waarschuwde Aart van der Gaag, namens de werkgevers ambassadeur banenafspraak, begin dit jaar al voor tanende belangstelling bij bedrijven. Vooral het doelgroepenregister waarin gemeenten profielen moeten aanmaken voor mensen met een arbeidsbeperking komt slechts moeizaam van de grond.

Passende baan

Naast het gebrekkige functioneren van het doelgroepregister is er toenemende kritiek op de strekking van de wet nu blijkt dat niet iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt eronder valt. Een fors aantal hoogopgeleide mensen met een beperking loopt kans in de verdrukking te komen doordat zij geacht worden zelfstandig meer dan het minimumloon te kunnen verdienen. Kunsthistorica Heleen Knottnerus is een voorbeeld van iemand die op basis van de huidige regelingen tussen wal en schip dreigde te vallen. Sinds haar kinderjaren heeft zij jeugdreuma en rond haar 25e kreeg zij diabetes type 1.

“Daardoor kan ik maximaal 24 uur per week werken, anders krijg ik meer pijn en raak ik extreem vermoeid”, vertelt zij. Hoewel haar diabetes vaak goed in de hand is te houden, kost haar dat veel tijd en aandacht. Ondanks deze beperkingen bleef Heleen zoeken naar een passende baan. Na talloze sollicitaties en evenzovele afwijzingen kon zij enige tijd 24 uur per week aan de slag. Bij haar gesprekken stuitte zij vaak op angst en onwetendheid bij werkgevers. “De meesten denken nog steeds dat mensen met een chronische ziekte veel aanpassingen op de werkplek nodig hebben, vaak ziek zijn en definitief uitvallen. Dit is in de meeste gevallen echter niet het geval”, benadrukt zij.

Tussen wal en schip

Voor Heleen bleek het lastig om tijdens sollicitatiegesprekken de bezwaren van werkgevers weg te nemen. Wel kreeg zij hulp van een gespecialiseerd uitzendbureau dat jongeren van 15 tot en met 30 jaar met een chronische ziekte of beperking bijstaat. Niet alleen assisteert dit bureau bij het zoeken naar een baan, ook geeft het trainingen om het zelfvertrouwen van jongeren te versterken. Na haar tijdelijke baan bij de historische afdeling van een bank is Heleen nu op zoek naar een nieuwe betrekking. Ook dit keer krijgt ze hulp van het gespecialiseerd bureau, maar tegelijk pleit ze voor verbreding van de Participatiewet. Door de huidige wetgeving vallen volgens haar vooral hoogopgeleide jongeren buiten de boot. Naar het oordeel van de overheid zijn zij niet ziek genoeg en
kunnen ze door hun opleidingsniveau meer verdienen dan het minimumloon, hoewel ze niet fulltime kunnen werken.

Aan de ene kant moeten zij daarom concurreren met jongeren uit het doelgroepregister die een Wajong-uitkering krijgen en aan de andere kant met degenen met hetzelfde opleidingsniveau die geen
aanpassingen nodig hebben en wel fulltime kunnen werken. “Daarom nodig ik de nieuwe regering uit om de Participatiewet aan te passen zodat iedereen met een arbeidsbeperking dezelfde kansen op werk
krijgt. Niemand mag worden buiten de boot vallen op basis van opleidingsniveau en de ondoorgrondelijke redenen die het UWV hanteert om jongeren met ambitie en overduidelijke beperkingen uit te
sluiten.”