Sinds 1997 weet Hans van der Marel (53) dat hij hiv-positief is. Tijdens ruim twintig jaar leven met het virus is hij getuige geweest van grote veranderingen. Niet alleen op medisch vlak, maar ook in de maatschappij en voor hem persoonlijk.

Hiv diagnose

Ten tijde van de diagnose was hij nog maar een schim van zichzelf, vertelt Hans. Hij had al maanden last van diarree, gevoeligheid voor blauwe plekken en verminderde energie. Wetend dat er iets niet goed zat, bracht hij een bezoek aan de huisarts. Daar werd hem gevraagd een hiv-test te doen en twee weken later volgde de bevestiging dat hij het virus bij zich droeg.

“Op dat moment keek ik voor mijn gevoel de dood in de ogen”, herinnert hij zich. De eerste resultaten van de relatief nieuwe combinatietherapie waren wel al bekend, maar omdat hiv hem voor zijn diagnose persoonlijk niet raakte, was hij niet goed op de hoogte van de behandelmogelijkheden. “Ik dacht nog steeds dat hiv gelijk stond aan aids. En aan aids ging je dood.”

Zelfvertrouwen

Dat bleek niet het geval. Vanwege zijn gevaarlijk lage weerstand werd Hans kortstondig opgenomen in het ziekenhuis en werd er onmiddellijk begonnen met combinatietherapie. Al binnen twee maanden was het virus niet meer detecteerbaar. Hij schat in dat hij alles bij elkaar ongeveer een maand van zijn werk is weggeweest. Dankzij de behandeling kon hij daarna gewoon weer aan de slag. Op zijn werk en ook in zijn directe omgeving had Hans naar eigen zeggen een ‘krankzinnig mooi’ vangnet.

“Ik heb vrijwel direct verteld wat er aan de hand was en heb daarbij bijna altijd alles kunnen zeggen.” Met name de positieve reactie van zijn manager resulteerde in extra zelfvertrouwen en een hernieuwd gevoel van zelfstandigheid. Zo werd hij tegen zijn verwachting in gewoon uitgenodigd om mee te dingen naar een promotie. Gesterkt daardoor durfde hij in zijn privéleven orde op zaken te stellen; iets wat ook lukte. Vooral in het eerste jaar na zijn diagnose had hem dat weinig haalbaar geleken. Het feit dat hiv bij een succesvolle behandeling niet meer overdraagbaar is, was op dat moment nog niet bekend. Het gevolg hiervan was dat hij afkeer voelde voor zijn eigen lichaam en seksueel contact het liefste uit de weg ging. “Ik beschouwde mezelf als kassakoopje: iemand waar niemand nog interesse in zou hebben als partner.”

Kennis in plaats van angst

Ondertussen heeft hij een heel andere relatie met zijn hiv. “Ik heb toch al vrij snel een soort wapenstilstand getekend met het virus. De wetenschap dat ik samen met hiv verder moet, heeft me een sterker persoon gemaakt.” In de praktijk laat hij dat zien door open te zijn over zijn status. Sinds ruim drie jaar is hij tegen iedereen eerlijk als het onderwerp ter sprake komt. Ook door voorlichting te geven op scholen en via vrijwilligerswerk bij de Hiv vereniging hoopt hij bij te dragen aan het wegnemen van het stigma.

“Vijfentwintig jaar geleden maakten televisiebeelden van Freddie Mercury hiv nog bekend en bespreekbaar. Dat is nu niet meer zo.” Het informeren van de jongere generatie vindt hij een belangrijke taak voor de overheid. Hij besluit: “Kennis neemt de angst weg.”