Als je echt wilt dat een innovatie in de zorg aanslaat, moet je de patiënt al vanaf het begin betrekken bij de ontwikkeling ervan en deze niet pas aansluiten in de testfase. In de revalidatiezorg wordt deze opvatting steeds breder gedragen.

Perspectief van de patiënt

De klassieke manier van innovatie-ontwikkeling is dat onderzoekers, artsen of bedrijven iets nieuws bedenken, dat construeren en het vervolgens gaan testen met patiënten. “En dan blijkt vaak dat die patiënten niet therapietrouw zijn of dat het product in de la belandt”, zegt Jeanine Verbunt, professor revalidatiegeneeskunde in Maastricht.

Sommige orthesen (hulpmiddelen die een deel van het lichaam ondersteunen) die vroeger werden ontwikkeld zijn hiervan een mooi voorbeeld. Biomechanisch was er weinig op deze orthesen aan te merken, maar vanuit het perspectief van de patiënt die bijvoorbeeld net een beroerte had gehad, waren ze helemaal niet handzaam. Als gevolg van een beroerte ontstaan er vaak ook cognitieve problemen, waardoor deze orthesen voor deze groep patiënten vaak veel te ingewikkeld waren.

Co-creatieprojecten voor innovatie

Dit soort ervaringen hebben ertoe geleid dat het in de revalidatiezorg steeds gangbaarder wordt om patiënten al in een vroeg stadium te betrekken bij zorginnovaties. Harriët Wittink, lector Leefstijl & Gezondheid aan de Hogeschool Utrecht, is al bij verschillende co-creatieprojecten betrokken geweest. Zo werkte haar onderzoeksgroep aan een accelerometer (een apparaat dat beweging meet) voor patiënten die een beroerte hebben gehad.

In eerste instantie werd gedacht aan een meter die gedurende de hele dag feedback zou geven aan de patiënt, maar de meewerkende patiëntgroep zag dat helemaal niet zitten, omdat lopen en luisteren tegelijk voor hen moeilijk is door de al eerdergenoemde cognitieve beschadiging. “Dat zijn typisch dingen die je als arts of behandelaar zelf niet zo snel bedenkt, omdat je niet weet hoe het is om te leven met de gevolgen van een beroerte”, aldus Wittink. De lector is er dan ook een groot voorstander van dat patiënten al bij de vroegste fase van een zorginnovatie worden betrokken.

Consequenties voor het dagelijks leven

Patiënten zijn over het algemeen graag bereid om mee te denken over zorginnovaties, zo is de ervaring van Verbunt en Wittink. Wittink heeft bijvoorbeeld een project lopen waarin met behulp van laaggeletterden, een sprekende applicatie is ontwikkeld die hen kan helpen bij het invullen van de vragenlijsten die ze krijgen van fysiotherapeuten. “Deze mensen worden niet zo vaak gehoord en vonden het heel leuk om mee te denken.” Dezelfde ervaringen zijn er met ouders van kinderen met een beperking en van revalidanten die in de chronische fase van hun beperking zitten en er dus al enigszins aan gewend zijn.

Volgens Verbunt is de revalidatie bij uitstek een tak van zorg waar co-creatie goed toepasbaar is. Revalidanten zijn vaak relatief lang en intensief verbonden aan een zorginstelling, wat het makkelijker maakt hen erbij te betrekken. Daarnaast is het de taak van de revalidatieprofessionals om vast te stellen welke consequenties een bepaalde medische diagnose in het dagelijks leven heeft, en hoe ze de patiënt weer zo normaal mogelijk kunnen laten functioneren. “Participatie en activatie zijn onze uitgangspunten. En omdat we de praktische blik van de patiënt daar sowieso al nauw bij betrekken is de stap naar co-creatie gauw gemaakt.”