Tot niet zo lang geleden was de enige optie voor patiënten met hartklepaandoeningen een openhartoperatie. Tegenwoordig kunnen hartklepinterventies ook plaatsvinden met een katheter, waarbij via de liesslagader of liesader een nieuwe klep wordt geplaatst of gerepareerd. De ontwikkelingen op dit gebied zijn in volle gang, waarmee de zorg voor de patiënt er sterk op vooruit gaat, vertelt cardioloog Jur ten Berg van het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Nieuwegein.

Wat is er de afgelopen jaren verbeterd op het gebied van hartklepinterventies?

“De mogelijkheid om nieuwe hartkleppen te plaatsen via een katheter stamt al van langer geleden, maar de laatste vijf jaar zijn er wel een aantal belangrijke verbeteringen geweest. In het begin waren de hartkleppen die moesten worden ingebracht nog vrij groot. Om een klep in te brengen moet hij worden gevouwen in de katheter, waarna die door de liesslagader het lichaam binnengaat. In het verleden waren de kleppen soms echter te groot, waardoor ze niet in de katheter pasten. Tegenwoordig zijn de kleppen zo geperfectioneerd dat ze veel kleiner zijn en kunnen ze bij vrijwel iedereen via de lies geplaatst worden. De katheters zijn eveneens veel kleiner geworden. Hoe kleiner en flexibeler de katheter is die je in de lies plaatst, hoe kleiner de kans is op bloedingen.”

Wat is het voordeel van deze ontwikkelingen voor patiënten?

“Voor oudere patiënten met een nier-of longaandoening was het risico op complicaties bij een openhartoperatie veel te groot. Zij werden dus niet geopereerd. Bij een open-hartoperatie worden patiënten onder narcose gebracht, wordt het borstbeen geopend en worden ze aan de hart-longmachine gekoppeld. Een dergelijke operatie is dus een grote aanslag op het gehele lichaam, die een lange hersteltijd vergt. Met een katheterinterventie kunnen bovengenoemde patiënten wel worden geholpen, omdat dit veel minder ingrijpend is. Deze ingreep vindt plaats met een lokale verdoving en de patiënt hoeft vaak niet meer onder narcose. Patiënten herstellen daardoor veel sneller van de ingreep en kunnen eerder naar huis. Omdat de kleppen en katheters steeds verder geperfectioneerd zijn, kan er niet alleen een grotere groep patiënten mee behandeld worden, ook zijn de complicaties aanzienlijk afgenomen. Het aantal patiënten dat via katheterinterventies wordt behandeld is dan ook sterk gestegen. Die stijging komt enerzijds voort uit het feit dat de ingreep minder risicovol is geworden. Anderzijds tonen studies aan dat nu ook patiënten met een laag risico op complicaties tijdens een operatie een betere prognose hebben met een katheterinterventie.”

Wat is jullie rol hierin?

“Bovengenoemde ontwikkelingen betreffen de aortaklep. Daarnaast zijn er twee andere hartkleppen die veelvuldig onderhoud behoeven: de mitralisklep en de tricuspidalisklep. Het St. Antonius Hartcentrum is zeer nauw betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe kleppen en van technieken om deze kleppen via de lies te benaderen. Er komen dan ook mensen uit heel Nederland naar ons ziekenhuis voor een dergelijke innovatieve ingreep. Vanaf het moment dat een patiënt bij ons binnenkomt zijn zowel de hartchirurg als cardioloog bij het proces betrokken. Zij overleggen over de behandeling, zien beiden de patiënt in kwestie, voeren gezamenlijk klepinterventies uit en doen ook samen de nazorg. Cardiologen en hartchirurgen kijken anders naar een situatie, hebben verschillende vaardigheden en kunnen elkaar dus goed aanvullen. Een ander belangrijk punt is dat wij oudere mensen met hartklepafwijkingen ontvangen op een ouderenpoli. Zij worden gezien door artsen die bekend zijn met hun problematiek en daardoor beter kunnen inschatten of een ingreep daadwerkelijk nodig is. Niet iedereen met een kans op overlijden vanwege een hartklepafwijking moet namelijk een ingreep ondergaan. Bij ouderen gaat het vooral om het verbeteren van de kwaliteit van leven. Wij verrichten alleen een ingreep als de patiënt er beter van wordt.”

Meer informatie?
St. Antonius Ziekenhuis
www.antoniusziekenhuis.nl/hartcentrum