Ieder jaar sterven in Nederland circa 2000 mensen aan beroepslongziekten, opgelopen door blootstelling aan stoffen op het werk. Ondanks de ernst van deze longaandoeningen – onherstelbare gezondheidsschade, verlies van baan en inkomen – is er te weinig aandacht voor de preventie en zorg van deze aandoeningen. Daarom is het hoog tijd om dit door middel van een integrale aanpak te veranderen.

Wat zijn beroepslongziekten?

Longaandoeningen die ontstaan door het inhaleren van schadelijke stoffen op de werkvloer worden beroepslongziekten genoemd. In Nederland worden één miljoen mensen blootgesteld aan dergelijke stoffen, vertelt Emiel Rolink, directeur van Long Alliantie Nederland (LAN). “Als je ermee werkt, loop je het risico om ziek te worden.” Beroepslongziekten variëren van longkanker tot astma, COPD en longfibrose. Waarbij de eerste sluipend ontstaat en veelal pas wordt opgemerkt als het te laat is, en de laatste een meer chronisch ziektebeloop kennen, maar eveneens doden kunnen eisen, legt Jos Rooijackers, longarts bij het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen (NKAL), uit.

4 oorzaken

De stoffen die beroepslongziekten veroorzaken zijn grofweg in vier categorieën in te delen, aldus Rooijackers. Allereerst de stoffen die kanker veroorzaken, zoals kwartsstof, dat nog altijd veelvuldig wordt gebruikt in de bouwnijverheid (zie uitgelicht). Een andere grote boosdoener zijn allergenen, waar mensen ziek van worden of een aandoening van krijgen zoals astma.

Er zijn 360 soorten allergenen en ze komen onder andere voor rondom dieren en in de voedingsmiddelenindustrie. De derde categorie bestaat uit irriterende stoffen, zoals fijnstof uit de agrarische sector. Deze stoffen zijn niet dodelijk, maar kunnen wel iemands leven beïnvloeden en longklachten tot gevolg hebben. Tot slot kunnen beroepslongziekten ontstaan door infectieziekten, zoals een longontsteking opgelopen tijdens werken in een ziekenhuis.

(Onbewust) risico lopen

De gevaren van werken met stoffen zijn ondanks de grote gevolgen lang niet altijd bekend. Als voorbeeld noemt Rooijackers het talkgebruik in de voedingsmiddelenindustrie. “Talk wordt gebruikt om chocola en snoep glanzend te maken. Uit onderzoek blijkt dat het opeten van deze talk geen problemen geeft, het inhaleren van talk tijdens het verwerken is echter zeer schadelijk.” Het is dan ook opmerkelijk dat de voedingsindustrie zijn werknemers hier niet altijd tegen beschermt. In andere industrieën, zoals bijvoorbeeld de verfindustrie, wordt blootstelling aan talk wel voorkomen.

Maatregelen tegen beroepslongziekten

Werkgevers zijn verantwoordelijk voor een veilige werkplek voor hun werknemers en zijn daarom verplicht tot een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), waarin zij vastleggen welke gevaren hun werknemers lopen. “Deze RI&E is echter zwak op het gebied van gevaarlijke stoffen”, waarschuwt Rooijackers. Om werknemers beter te kunnen beschermen moet de RI&E dan ook aangevuld worden met een goede evaluatie en uiteenzetting van de gevaarlijke stoffen. Vervolgens moet gekeken worden of bedrijven daadwerkelijk gevaar lopen, en wanneer dit het geval is, moeten deze risico’s gericht worden aangepakt. Dit is niet alleen beter voor de werknemers, het zal werkgevers ook geld besparen omdat later inspringen altijd duurder is.

Wanneer een beroepslongziekte vermoed wordt, moet zo snel mogelijk een diagnose worden gesteld en dient de werknemer in kwestie de juiste zorg te krijgen. Door de lastige positie van de bedrijfsarts blijkt veelal echter makkelijker gezegd dan gedaan. Zo bestaat het gevaar van ontslag wanneer hij of zij ‘te kritisch’ is en vertrouwen niet alle werknemers bedrijfsartsen omdat zij betaald worden door de werkgever, weet Rooijackers. Een ander probleem is de gebrekkige samenwerking tussen de bedrijfsarts en de huisarts of specialist.

Wat is een integrale aanpak?

Om ervoor te zorgen dat beroepslongziekten tijdig herkend, maar vooral ook voorkomen kunnen worden, is een integrale aanpak nodig. “Het aantal verkeersdoden, welke tussen 1973 en 2014 drastisch daalde van 3300 tot 540 per jaar, werd ook succesvol integraal aangepakt”, vertelt Rolink. Bij een integrale aanpak worden de benodigde maatregelen opgesteld door alle betrokken partijen en organisaties, en worden ze op elkaar aangesloten. Om ervoor te zorgen dat beroepslongziekten tot het verleden kunnen behoren, is het Manifest integrale aanpak beroepslongziekten, Nederland Wereldkampioen Gezond Werken opgesteld, dat spreekt van tien samenhangende maatregelen.

Dat er nog geen sprake is van een integrale aanpak van beroepslongziekten komt door het gebrek aan bewustwording, dat veroorzaakt wordt door de geringe zichtbaarheid. Er zitten soms vele jaren tussen de blootstelling aan schadelijke stoffen en het ontstaan van een longaandoening. Hierdoor worden sommige klachten onterecht afgedaan als ouderdomsklachten. Daarnaast wordt nu nog te veel ‘op het bordje’ van werkgevers en werknemers gelegd, terwijl zij niet de enige zijn die verantwoordelijkheid dragen. De overheid dient ook een rol op zich te nemen, namelijk die van regisseur, vindt Rolink. Zij moet organisaties bij elkaar zetten om te komen tot een integrale oplossing. Zonder regisseur is die de leiding pakt, gebeurt er niets.

Een win-winsituatie

Essentieel voor het voorkomen van beroepslongziekten is het besef onder werkgevers dat de focus op preventie niet bedoeld is om hen ‘te pesten’. De pensioengerechtigde leeftijd gaat steeds verder omhoog waardoor werknemers langer zullen moeten blijven werken. Wanneer deze werknemers gezond oud worden, zijn zij veel productiever en kan het bedrijf beter concurreren met andere bedrijven. Dit is in de schaarse arbeidsmarkt zeker nodig. Rolink: “De preventie van beroepslongziekten moet daarom gezien worden als een win-win: gezondere en gelukkigere werknemers zorgen voor sterkere bedrijven en een betere economie.”

Dit artikel is verschenen in ons magazine Mijn Gezondheidsgids. Klik hier voor meer informatie.