Het aantal behandelingen kan bij mannen met dikkedarmkanker omlaag als ze gescreend worden op de ziekte. Dit blijkt uit de resultaten van een studie onder Finse inwoners.

Minder chemotherapie en spoedoperaties

De studie onderzocht de gegevens van ongeveer 1400 patiënten met de diagnose dikkedarmkanker. Ze werden onderverdeeld in een groep gescreend werd en een controlegroep. Voor screening werd gebruik gemaakt van de iFOBT (immunologische fecale occult bloedtest).

De resultaten toonden aan dat bij patiënten die gescreend werden de chirurgische verwijdering van de gehele tumor vaker succesvol was dan bij de patiënten die niet werden gescreend. Daarnaast hadden ze minder chemotherapie nodig en er was minder aanleiding om een spoedoperatie te moeten ondergaan vanwege hun tumor.

“De mensen in de controlegroep hadden 50% meer noodoperaties, 40% meer onvolledige verwijdering van tumoren en 20% meer chemotherapiebehandelingen dan patiënten in de screeningsgroep”, zegt Professor Ville Sallinen, gastro-intestinaal chirurg.

Vooral mannen

Nadere analyse van de resultaten toonde aan dat deze voordelen vooral bij mannelijke patiënten aan de orde waren. Vergelijkbare voordelen werden niet gezien bij vrouwen. Bovendien ontdekten de onderzoekers dat de screening het meest efficiënt was in het detecteren van kanker aan de linkerzijde van de dikkedarm en dat de screening geen voordeel bleek te hebben voor patiënten met kanker aan de rechterkant Dit kan mogelijkerwijs komen doordat het bloed dat langs tumoren aan de rechterkant sijpelt, zo verdunt raakt als het door de dikke darm heen gaat dat iFOBT het niet langer kan detecteren.”

Toekomstig onderzoek

De kracht van dit Finse onderzoek is dat het een enorm aantal mensen in de openbare gezondheidszorg betrok, wat betekende dat de voordelen van de screening objectief konden worden geëvalueerd.

“In de toekomst moeten we onderzoeken of verschillende screeningtechnieken de situatie van vrouwelijke patiënten kunnen verbeteren. Daarnaast moeten we kijken of het kan helpen bij het beter vaststellen van de diagnose rechtsgelegen dikkedarmkanker”, aldus de onderzoekers.