In PLOS ONE zeggen wetenschappers dat sterfte door hart- en vaatziekten toe zal nemen als de inname van verzadigde vetten blijft stijgen. Deze stijging heeft een negatieve invloed op gezondheidstrends zoals verminderd rookgedrag, beperkte zoutinname en meer lichamelijke activiteit.

Botsing tussen trends

Het onderzoek gebaseerd op Zweedse populatie signaleert een botsing tussen twee trends. Enerzijds een verandering in dieet, namelijk minder koolhydraten en meer vetten. Als gevolg daarvan is er hogere consumpties van boter en rood vlees en lagere consumptie van graanproducten en aardappelen. Anderzijds volgen mensen steeds meer positieve gezondheidstrends: denk aan verminderd rookgedrag, verminderde zoutinname en meer lichamelijke activiteit. Deze laatste houden geen stand meer bij stijging van de vetinname.

Ook in Nederland is dit waarneembaar, afgaande op cijfers die laten zien dat de inname van verzadigd vet gemiddeld 2-3% boven de aanbeveling ligt.

Twee scenario’s

Op basis van twee scenario’s hebben de wetenschappers onderzocht wat de impact kan zijn op sterfte door hart- en vaatziekten (HVZ).

  • Scenario 1: De inname van verzadigd vet wordt verminderd tot aan de huidige aanbeveling van 10 % van de energie-inname. De vermindering in verzadigd vet wordt vervangen door meervoudige (90%) en enkelvoudige (10%) onverzadigde vetten.
  • Scenario 2: De opwaartse trend van stijging in consumptie van verzadigd vet houdt aan tot 2025, tot een inname van 20% van de energie-inname.

Verlaging of verhoging HVZ-sterfte?

Er werd in beide scenario’s aangenomen dat positieve gezondheidstrends zouden aanhouden. In cijfers komt dit neer op 5% minder roken, 10% lagere zoutinname en 5% minder lichamelijke inactiviteit. Scenario 1 zou op basis van alleen de gezondheidstrends een daling van 6,4% opleveren in sterfte door HVZ. Indien daar bovenop ook nog vetinname verlaagd kan worden naar de aanbevolen 10%, dan zou het sterftecijfer met 14% verminderen.

Blijft de vetinname daarentegen stijgen tot 20% van de energie-inname dan zouden de positieve effecten volledig worden tenietgedaan, wat uiteindelijk een toename in sterfte van 0,3% oplevert.

Bron: PLOS ONE.