De meeste mensen ondergaan medische zorg en behandelingen het liefst dichtbij huis en in een vertrouwde omgeving. Toch wijkt een deel van de Nederlanders met een onvervulde kinderwens uit naar het buitenland om daar een fertiliteitstraject te starten.

1 op 32 geborenen resultaat van ivf-traject

Het aantal succesvolle zwangerschappen en geboortes na in-vitrofertilisatie (ivf) in Nederland groeit. Volgens de meest recente landelijke ivf-cijfers bereikte het aantal ivf-kinderen in 2017 een recordaantal van 5226. Daarmee is 1 op de 32 geboren kinderen het resultaat van een ivf-behandeling. Die stijging kan men op twee manieren interpreteren, stelt Jesper Smeenk, gynaecoloog in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis en woordvoerder van de Nederlandse Vereniging Obstetrie en Gynaecologie. “Enerzijds gaat dankzij nieuwe laboratoriumtechnieken het succespercentage omhoog. Anderzijds leggen steeds meer vrouwen hun kinderwens in handen van ivf, omdat ze een zwangerschap te lang uitstellen.”

Ondanks de verbeterde technieken zijn er mensen met vruchtbaarheidsproblemen die vastlopen. Dat is meestal zo omdat ze een behandeling overwegen die in Nederland niet, of niet op tijd beschikbaar is, vertelt Marjolein Grömminger, woordvoerder bij Freya, de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die voor hun kinderwens zijn aangewezen op eiceldonatie. Zij kunnen zelf op zoek naar een donor, of kunnen aankloppen bij een van de drie eicelbanken in Nederland. Het aantal gedoneerde eicellen voldoet echter niet aan de vraag waardoor men op een jarenlange wachtlijst terechtkomt. “Op het moment dat je daar geen tijd voor hebt, bijvoorbeeld vanwege je leeftijd, kan het buitenland alternatief bieden”, aldus Grömminger.

‘Daar krijg ik aandacht’

In een land als Spanje kent men het probleem van de wachtlijsten veel minder. Wel wordt er gewerkt met anonieme eiceldonoren. Dit betekent dat het kind later dus niet zijn of haar biologische afkomst kan achterhalen. In Nederland is anonieme donatie om die reden niet toegestaan. Daarnaast worden er in het buitenland bij ivf-trajecten meer aanvullingen geboden, vertelt Smeenk. Extra onderzoeken of medicatie die de slagingskans zouden kunnen vergroten. Hoewel hij begrip heeft voor mensen die om die reden naar het buitenland willen uitwijken, plaatst hij de kanttekening dat daar soms in zijn ogen medisch minder verantwoorde adviezen worden gegeven.

“In Nederland is de regel dat het bewezen zinvol moet zijn, anders bieden we het niet aan. In sommige andere landen werkt men nu en dan volgens het ‘baat het niet, dan schaadt het hopelijk niet’-principe.” Ook zijn er vrouwen die voor het buitenland kiezen simpelweg omdat ze zich daar gehoord voelen, voegt de gynaecoloog toe. “Een deel van de patiënten zegt: ‘Daar krijg ik aandacht, in Nederland ben ik een nummer.’ Dat kan beter en mogen we onszelf aanrekenen.”

Doorgaan of stoppen

Waar Smeenk sommige buitenlandse praktijken met een kritische blik benadert, stelt Grömminger dat goede fertiliteitszorg zowel in Nederland als in het buitenland te vinden is. Ze vindt dat het mensen vrij staat om te kiezen voor een behandeling over de grens, maar beaamt dat het jammer is wanneer mensen zich daartoe genoodzaakt voelen wegens tijdsdruk of andere factoren. Ze waarschuwt sowieso voor het gevoel dat men bepaalde dingen ‘moet’ tijdens een vruchtbaarheidstraject. Zo hoeft men niet altijd door naar de volgende stap: stoppen is voor sommige mensen ook een optie.

“Dat zegt niets over de sterkte van je kinderwens. Het is in dit proces relatief makkelijk om je eigen grens te overschrijden, dus ik heb ook bewondering voor mensen die aangeven dat het voor hen ergens ophoudt.” Ze stelt dat artsen daar ook een rol in kunnen spelen, bijvoorbeeld door af en toe de vraag te stellen of men direct door wil naar de volgende behandeling. Een maand pauze kan ook een keuze zijn.