In sommige gevallen brengen behandelingen in schoonheidssalons risico’s met zich mee. Hierdoor is er kans op het ontstaan van (tijdelijke) huidbeschadiging zoals roodheid, zwelling of littekenvorming. Hoe vaak dergelijke effecten optreden is onduidelijk. Dit blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het instituut bekeek welke behandelingen in schoonheidssalons risicovol zijn en wat de risico’s inhouden.

Nadelige effecten die kunnen optreden, zijn in grote lijnen terug te voeren op kenmerken van de behandeling (zoals diepte en frequentie), kenmerken van de cliënt (bijvoorbeeld huidtype), en bekwaamheid van de behandelaar (zoals kennis en ervaring). Het risico van behandelingen hangt grofweg samen met de diepte van huidbeschadiging die bij de behandeling wordt aangericht, en de mate van controle die de behandelaar hierover heeft.

Litteken en pigmentvorming

Risicovolle behandelingen in schoonheidssalons zijn behandelingen die door de huid heen gaan of de huid beschadigen, of de samenhang van het huidweefsel verbreken. Voorbeelden zijn behandelingen die huidcellen chemisch (peelings) of mechanisch (zoals microdermabrasie) verwijderen of die door de huid heen gaan (bijvoorbeeld microneedling). De meeste nadelige effecten ontstaan kort na de behandeling (binnen 7 dagen) en houden kort aan (minder dan 7 dagen). Nadelige effecten die langer dan een maand aanhouden zijn bijvoorbeeld littekenvorming en veranderingen in de pigmentatie van de huid, zoals overmatige pigmentvorming. In deze inventarisatie is niet gekeken naar voorbehouden handelingen, zoals behandelingen met fillers, botox en Platelet Rich Plasma (PRP).

Huidbeschadiging door onbekwaam handelen

Volgens veldpartijen uit de schoonheidsbranche ontstaan risico’s vooral door onbekwaam handelen van de behandelaar. Maatregelen om nadelige effecten van risicovolle behandelingen te beperken zouden dan ook vooral gericht moeten zijn op het handelen en/of de opleiding van de behandelaar. Om te kunnen bepalen of maatregelen daadwerkelijk nodig zijn, is het nodig dat nadelige effecten worden gemeld of geregistreerd.

Het RIVM heeft de inventarisatie uitgevoerd in opdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ), die sinds de introductie van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) in 2016 verantwoordelijk is voor het toezicht op schoonheidssalons.

Bron: RIVM