De progressieve oogaandoening keratoconus, waarbij het hoornvlies van vorm verandert waardoor patiënten steeds slechter gaan zien, komt in Nederland vijf keer zo vaak voor als tot dusver werd gedacht. Dit is één van de bevindingen van het promotieonderzoek door Daniel Godefrooij van het UMC Utrecht.

De oogaandoening keratoconus

Tot recent werd – op basis van een Amerikaanse studie uit 1986 – aangenomen dat er in Nederland ruim 9.000 personen (54,5 per 100.000) zijn met de oogaandoening keratoconus. Uit de nieuwe studie blijkt dat het aantal patiënten in werkelijkheid ongeveer 45.000 bedraagt (265 per 100.000). Bovendien blijkt dat er jaarlijks ongeveer 2.200 nieuwe patiënten (13,3 per 100.000) bij komen en dat de gemiddelde leeftijd op het moment van diagnose 28,3 jaar is.

Hoe voorkom je keratoconus?

Daniel Godefrooij zegt hierover: “Omdat we met dit onderzoek hebben laten zien dat keratoconus véél vaker voorkomt dan we dachten, wordt duidelijk dat de ziektelast door deze aandoening groot is. Gelukkig kan de ziekte worden geremd door middel van de crosslinking behandeling. Deze behandeling voorkomt dat keratoconus erger wordt en dat mensen slecht gaan zien en een hoornvliestransplantatie moeten ondergaan.”

De belangrijkste oorzaak voor het feit dat keratoconus nu véél vaker wordt vastgesteld dan voorheen is volgens Godefrooij waarschijnlijk de introductie van digitale diagnostische beeldvormingstechnieken die tegenwoordig worden gebruikt in de oogheelkunde.

Wat is keratoconus?

Keratoconus is een progressieve oogaandoening waarbij het hoornvlies dunner wordt en kegelvormig wordt (in plaats van de normale bolvorm), waardoor het zicht wordt aantast. De aandoening kan bij het merendeel van de patiënten worden gecorrigeerd met harde contactlenzen of sclera lenzen. Een hoornvliestransplantatie is nodig als er littekens in het hoornvlies zijn of problemen ontstaan waardoor de contactlenzen of sclera lenzen niet meer voldoen.

Bron: UMC Utrecht