Voor patiënten met een continentieprobleem tekent zich een zorgwekkende ontwikkeling af, stelt Roelf van Run, directeur van brancheorganisatie Nefemed. Onvoldoende mensen krijgen de hulpmiddelenoplossing die past bij hun zorgvraag. Een opdracht van de minister aan het veld moet de oplossing bieden. De minister heeft aanbieders en behandelaars de opdracht gegeven om een module te ontwikkelen op basis waarvan patiënten met een continentieprobleem een hulpmiddelenontwikkeling krijgen die bij hun situatie past en die doelmatig is.

Vanwaar die opdracht?

“Omdat patiënten met continentieproblemen nu vaak niet kunnen beschikken over de hulpmiddelen die ze nodig hebben. Wie rolstoelafhankelijk is, moet katheteriseren en daarvoor een gesloten systeem kan gebruiken, is niet afhankelijk van een toilet voor rolstoelgebruikers. Maar wie een slechte handfunctie heeft, heeft juist moeite met een dergelijk systeem en heeft dus weer iets anders nodig om te kunnen functioneren. Bij een stoma heeft iemand die heel beweeglijk is materiaal nodig dat flexibel is. Maar iemand die door ziekte sterk is afgevallen en daardoor huidplooien heeft, heeft behoefte aan materiaal dat goed aansluit en daardoor niet lekt. Want de gevolgen daarvan kunnen enorm schaamtevol zijn. Het is dus echt afhankelijk van de individuele situatie. Sluiten de hulpmiddelen daar niet op aan, dan kan sociaal isolement optreden en kan het ook gebeuren dat iemand niet meer kan participeren in het arbeidsproces. De geringe besparing op hulpmiddelen resulteert dan in persoonlijk leed en in een enorme maatschappelijke kostenpost. Dat mag niet gebeuren, stelt de minister terecht. Vandaar zijn opdracht aan de veldpartijen.”

Wat is nodig om die opdracht te vervullen?

“De achtergrond ligt er al: de Procesbeschrijving Hulpmiddelen uit 2003, de Richtlijn Functiegerichte Omschrijving en Aanspraak uit 2010 en de Generieke Kwaliteitsstandaard Hulpmiddelenzorg uit 2017. Wat nu nodig is, is onderzoek om te bepalen welke hulpmiddelen meerwaarde hebben in welke situaties voor welke patiënten. Onderzoek vanuit de praktijk dus, want die patiënten zijn er al en ze zijn voor hun maatschappelijk functioneren en kwaliteit van leven afhankelijk van die hulpmiddelen. Op die manier ontstaat een functioneringsgerichte omschrijving voor de aanspraak die de patiënt op een hulpmiddel heeft.”

Wat is het gevolg als dit niet gebeurt?

“Dan wordt de zorgverzekeraar leidend in de beschikbaarheid van continentiehulpmiddelen. Die kan dan op basis van prijs keuzen gaan maken voor wat wel en niet tot het verzekerde pakket wordt toegelaten. Op basis van aan de patiënt gerelateerde kwaliteitsindicatoren voor die hulpmiddelen kunnen we de zorgverzekeraar op afstand zetten. We bieden die dan transparantie over de meerwaarde van continentie- en stomahulpmiddelen voor patiënten, afhankelijk van hun individuele situatie. De zorgverzekeraar weet dan dat vergoeding in het verzekerde pakket voor die individuele patiënt gerechtvaardigd is.”

Wat betekent het als dit lukt?

“De patiënt en professional hebben dan de kennis en de keuzevrijheid om de hulpmiddelenoplossing te kiezen die het best past bij de individuele situatie. De gekozen oplossing is functioneringsgericht omschreven: hij past het best bij de patiënt, is het meest effectief en is dus ook kosteneffectief.”

Meer informatie?
Nefemed
www.nefemed.nl