“Het bevel ‘vlieg!’ werkt alleen als je vleugels hebt en je die gebruiken kunt”, opent Jolles met een treffende vergelijking. Het kinderbrein is hongerig naar nieuwe kennis. De eerste jaren van het leven groeien de hersenen snel. De omgeving is heel belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van zowel de fysieke groei, als voor de ontwikkeling van de hersenstructuren.

Swaab vult aan: “Omdat de meeste groei in de jonge kindertijd plaatsvindt, wordt dan de basis voor de rest van het leven gelegd.

Het brein blijft altijd plastisch; het blijft in staat om nieuwe dingen te leren. Echter wordt het brein wel minder flexibel naarmate iemand ouder wordt.”

Als kinderen opgroeien in een omgeving waar ze zich onveilig voelen of voortdurend stress ervaren, heeft dat niet alleen invloed op de groei van de hersenen, maar ook op de denkpatronen van een kind. Swaab: “Als een kind constant angst of stress ervaart waarop niet juist wordt ingespeeld door de omgeving, internaliseert het een script van een onveilige en onvoorspelbare wereld. Als het kind vanuit dit denkpatroon de wereld in gaat, kan hij zich daar niet goed redden wat zich bijvoorbeeld kan uiten in gedragsproblemen.”

Ook onderstimulatie van een kind kan leiden tot een ongewenst resultaat. Jolles: “West-Europeanen kwamen in 1989 in Roemenië en troffen er weeskinderen wiens enige prikkel een tweemaal daags bord eten was. Ze hadden geen speelgoed, kregen geen aandacht en werden niet zintuigelijk, emotioneel en sociaal gestimuleerd. Onderzoekers hebben deze kinderen gevolgd en de meesten zijn niet goed terechtgekomen. Zij hadden bijvoorbeeld problemen bij het aangaan van nieuwe relaties, concentratieproblemen en waren vaker dan gemiddeld werkeloos.”

De basis

Iets waar volwassenen niet meer bij stil staan, is dat iets wat zo simpel lijkt als een pen vasthouden in de potloodgreep al begint bij een baby die oefent om met zijn vingers dingen beet te pakken. Als de basis mist, kan de rest ook niet volgen. Jolles: “Zintuigelijke en emotionele deprivatie komt ook nu in Nederland voor. Vaak denken mensen dat ze het kind moeten loslaten en dat het dan vanzelf wel goed komt. Of ouders beginnen pas met het actief aanbieden van stimuli als een kind begint te praten. Eigenlijk zijn ze dan te laat begonnen. Juist ook voor heel jonge kinderen is die stimulatie heel belangrijk. Dat hoeft helemaal niet met duur speelgoed. Misschien wel juist niet. De beste omgevingen voor kinderen om hun nieuwsgierigheid te voeden zijn plekken als het rommelschuurtje achterin de tuin en de zolder van oma. Spulletjes die voor ons geen waarde hebben, kunnen een kind nieuwe ervaringen geven. Van wat oude stokken en een stoffig gordijn, kun je bijvoorbeeld een geweldige hut maken.”

Kinderen laten ontdekken

Een kind ontwikkelt zich op vier gebieden: fysiek/ motorisch, cognitief, emotioneel en sociaal. Om een kind zich optimaal te kunnen laten ontplooien, is het belangrijk dat er een veilige en voorspelbare stimulerende omgeving wordt gecreëerd. Swaab: “Peuterspeelzalen en scholen vervullen hierin een heel belangrijke rol. Professionals weten hoe op een kind in een bepaalde ontwikkelingsfase te reageren en het is tevens een plek waar kinderen leren op elkaar te reageren.”

Aanvullend hierop ziet Jolles nog mogelijkheden voor verbetering: “We weten dat je een kind niet de hele dag enkel in een bank moet zetten in de kleuterklas met een boek om daaruit letters te leren. Echter op de momenten dat kinderen op school de tijd krijgen te spelen en te ontdekken, heeft het spel meestal een sterke relatie met wat ze didactisch moeten leren. De waarde van die heel andere vaardigheden wordt vaak onderschat. Als een kind van een hoge zandduin afspringt, wordt zijn hele brein gestimuleerd. Bovendien leert hij ook visuele input te gebruiken om de afstand in te schatten en om vervolgens te bepalen hoe hard hij moet springen. Dat jongens van nature dit spring- en klimgedrag vaker neigen te vertonen, verklaart mogelijk waarom zij op de basisschool over het algemeen beter zijn in rekenen dan meisjes: de jongens hebben rekenen al in de praktijk ervaren en toegepast.”

Swaab voegt daaraan toe: “Eigenlijk is school een beetje een onnatuurlijke omgeving omdat je leert braaf in een kring te zitten en voornamelijk wordt aangestuurd door geschreven en gesproken taal. Het is inderdaad juist zo belangrijk voor een kind te leren door ruimtelijke en visuele ervaring op te doen. Zo zijn balspellen en sporten heel goed voor de oog-handcoördinatie en stimuleert het ook de ontwikkeling van je zenuwstelsel. Dit komt later bijvoorbeeld weer van pas bij het leren schrijven.”

Kindontwikkeling | buiten

Spelen = leren

Jolles komt ook regelmatig op scholen en merkt dat ouders vaak denken dat spelen afleidt van schoolwerk. “Dan leg ik graag uit waarom dit juist een noodzaak is voor een jong kind om zich optimaal te ontwikkelen. Ik vind dat scholen verantwoordelijkheid dragen om ouders te ondersteunen en dit uit te leggen.” Het gaat niet alleen om het spelen. Ook het ervaren en exploreren is heel erg belangrijk. Jolles: “Een kind leert zijn schoenen zelf aan te doen door te oefenen. Ouders hebben snel de neiging om zaken uit de handen van het kind te nemen: ‘laat papa dat maar even doen’. En inderdaad, papa doet dat veel efficiënter, maar ontneemt het kind daarmee wel de gelegenheid om dit ook te leren. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor ouders die het huiswerk van hun tiener maken of de voetbaltas inpakken voor hun 15-jarige kroost.” Als ouder is het belangrijk er bewust van te zijn dat kinderen, hoe ouder ze worden, steeds meer zelf kunnen doen en ook moeten doen. Die ervaring van zelf-doen is essentieel voor hun ontwikkeling.

Veranderende ouderschapsrol

Ouderschap begint met een zorgende taak: baby’s en peuters zijn volledig afhankelijk van hun ouders. Jolles: “In de loop van de kindertijd wordt de ouder steeds meer ‘manager’: ze controleren of de sporttas is ingepakt en zorgen dat het kind op tijd op school of muziekles is. Daarna komt de fase dat hij meer optreedt als ‘coach’ en zijn kind in sterk toegenomen mate de dingen zélf doet. In de volgende fase vervult de opvoeder de rol van ‘mentor’ waaraan zijn tiener feedback vraagt en krijgt over de vele keuzes en moeilijke beslissingen waar hij voor komt te staan. Langzaam gaat de ouderrol vervolgens over in die van ‘adviseur’. De rol die wordt aangenomen als het kind zelfstandig is geworden en af en toe nog om raad vraagt.” De meeste ouders nemen niet bewust een bepaalde rol aan. Door interactie met het opgroeiende kind gaat dit als het ware van nature.

Jolles: “Opvoeden is niet altijd makkelijk. Je moet meerdere rollen kunnen spelen en die ook in verschillende situaties toepassen. Maar zelf groeien in een steeds veranderende rol kan ook zeer bevredigend zijn; je geeft je kind ‘vrijheid in geborgenheid’ en kunt daarmee je kind ondersteunen in de richting van de zelfstandigheid die ieder kind uiteindelijk moet verwerven.”

Stimuleren

Kinderen zijn werk in uitvoering. Jolles: “Je mag actief als ouder met je kind bezig zijn. Of een kind 1, 5 of 12 is; het brein wil continue geprikkeld en uitgedaagd worden. Eigenlijk is het wetenschappelijke bewijs om de toegevoegde waarde van het stimuleren van het ontwikkelende brein te ondersteunen niet eens nodig. Als je begrijpt dat het kinderbrein nieuwsgierig is en uitgedaagd wil blijven worden, kunnen ouders daar zelf een creatieve draai aangeven. Voed het hongerige brein! Als je dat doet, komt het wel goed.”