Tegenwoordig wordt er niet alleen meer gekeken naar de economische en epidemiologische impact van kankervormen die grote groepen treffen. Het begrip ‘verloren levensjaren’ wordt steeds meer in ogenschouw genomen in de beslissing om geld te investeren in onderzoek.

Wat is glioblastoom?

Glioblastoom is één van de meest voorkomende vormen van kwaadaardige hersentumoren, waarnaar nog weinig onderzoek wordt gedaan. Bij geen enkele andere vorm van kanker is het aantal verloren levensjaren zo groot. De combinatie van een zeer korte levensverwachting zorgt ervoor dat glioblastoom met gemiddeld twintig verloren levensjaren op eenzame hoogte staat. Mede dankzij de nieuwe aandacht van farmaceutische bedrijven en de onderzoekswereld ontstaat er nieuwe hoop op een doorbraak in de behandeling op middellange termijn.

Verloren levensjaren

Met het begrip ‘verloren levensjaren’ wordt bedoeld; het potentiële aantal jaren dat een persoon door de ziekte van zijn normale levensverwachting moet aftrekken. Hierbij worden zowel de individuele als de economische gevolgen opgeteld. Hoe belastend is de ziekte voor een individu en hoe belastend is het voor de maatschappij? “In beide categorieën zijn kwaadaardige hersentumoren de trieste nummer één”, zegt prof. dr. Steven De Vleeschouwer, hersenchirurg in UZ Leuven.

Nieuwe impuls

Glioblastoom blijft een fatale aandoening en scoort mede daarom zo hoog in de lijst van dringende medische behoeftes. De gemiddelde levensverwachting na diagnose is iets meer dan een jaar. De ziekte treft niet alleen kinderen en senioren, maar ook een grote groep veertigers en vijftigers, die net als elk ander persoon een bijdrage leveren aan de economie. Zij zien maar liefst 20 jaren van hun normale levensverwachting afgaan, meer dan bij elke andere vorm van kanker. Bij longkanker is dit bijvoorbeeld 14 jaren en bij prostaatkanker 9. Waar tot voor kort de maatschappelijke aandacht en bijhorende financiële steun bijna uitsluitend ging naar kankers die grote bevolkingsgroepen treffen, krijgt nu ook het onderzoek naar glioblastoom en andere zeldzamere aandoeningen een nieuwe impuls.

Sprankel hoop

Professor De Vleeschouwer is blij dat niet alleen maar de markteconomische principes belangrijk zijn als het op onderzoek aankomt. Hij is positief over de vooruitzichten van het nieuwe onderzoek. “Onderzoek loont, dat zagen we al in het verleden. Tot tien jaar geleden hadden mensen met een hersentumor een gemiddelde overleving van twaalf maanden na de diagnose. Na twee jaar was amper 8 tot 9% nog in leven. Dankzij de gecombineerde behandeling van een operatie, bestraling en chemo is de sprankel hoop groter geworden. Momenteel is na vijf jaar nog 10% van de mensen in leven, met een relatief goede levenskwaliteit. Maar dat is enkel geldig voor een kleine groep mensen. En algemeen geldt dat patiënten nog altijd niet kunnen genezen van de ziekte. Die doorbraak moet nog komen: met de nieuwe mentaliteit hoop ik op verdere resultaten over vijf tot tien jaar.”

Combinatiebehandelingen

De doorbraak verwacht men uit verschillende invalshoeken, meestal verder bouwend op goed doordachte combinatiebehandelingen. Na optimale chirurgie volgt bijvoorbeeld een combinatie van nieuwe substanties met radiotherapie, waarbij men nieuwe stoffen gebruikt om de tumor gevoeliger te maken voor radiotherapie. Hetzelfde geldt voor een combinatie met chemotherapie, waarbij nieuwe producten de tumor gevoeliger moeten maken voor de chemo.

Beloftevolle onderzoeken in het vooruitzicht

Daarnaast is er onderzoek naar angiogenese voor hersentumoren, waarbij men de bloedvaten van de tumor probeert te controleren en het plaatselijke micromilieu aanpakt. Momenteel worden in kankeronderzoek vooral resultaten geboekt met immunotherapie. Bij hersentumoren is immunotherapie wat moeilijker, omdat hersenen in een apart gedeelte van het lichaam zitten, goed afgeschermd van het immuunsysteem. De toegang ertoe is moeilijker, maar er liggen heel wat beloftevolle onderzoeken in het vooruitzicht.

Volgens De Vleeschouwer moeten baanbrekende resultaten in onderzoek naar hersentumoren niet op korte termijn verwacht worden. Hij zegt hierover het volgende: “In het verleden maakte men al een fout hierin: bij een nieuwe hype ging al het geld en alle aandacht naar die ene mogelijke behandeling. Inmiddels weten we dat het niet verstandig is om je pijlen op één onderzoek te richten”.

Bron: UZ Leuven