Vrouwen die laat in de overgang komen, hebben mogelijk een beter geheugen dan degenen in de vroege overgang. Dat blijkt uit onderzoek van the University College London.

Geheugentest

Voor hun studie analyseerden de wetenschappers gegevens van 1.315 vrouwen afkomstig uit the Medical Research Council Nationaly Survey of Health and Development. De enquête omvatte vragen over de menopauze en verschillende gezondheidsaspecten. Ook werd ingegaan op hormoontherapie, operaties en sociale factoren.

Een ander onderdeel van de studie bestond uit een geheugentest. Deze deden de deelnemers op 43-, 53-, 60-, 64- en 69-jarige leeftijd. Het bestond uit een taak waarbij de vrouwen gevraagd werden om na het horen van vijftien woorden er zoveel mogelijk te onthouden en op te noemen. Dit werd drie keer gedaan. Aangezien elk goed bedachte woord één punt opleverde, kon er in totaal 45 punten worden behaald.

Minder risico op dementie?

Uiteindelijk ontdekte het team dat de deelnemers op hun drieënveertigste gemiddeld 25,8 woorden konden opnoemen. Tikten zij de 69 aan, dan waren dit er nog slechts 23,3. Daarbij bleken vrouwen die van nature laat in de overgang waren gekomen beter te presteren. Meer specifiek, waren zij in staat om jaarlijks 0,09 woorden meer op te noemen dan degenen in de vroege overgang. Het verband werd niet teruggezien bij hormoontherapie of kunstmatige menopauzes.

De onderzoekers concluderen dat hoewel het verschil van 0,09 minimaal is, het mogelijk wel kan duiden op een kleiner risico op dementie voor vrouwen in de late overgang. Er is echter meer onderzoek nodig om dit verband te bevestigen.