Bert (54) kreeg een amputatie aan zijn linkerarm na een bedrijfsongeval. Hij vertelt wat voor impact dit heeft gehad op zijn leven en hoe hij erbovenop is gekomen.

Hoe is het bij jou ontstaan?

“Ik heb in 2006 een bedrijfsongeval gehad. Mijn hand is toen tussen twee walsen helemaal platgedrukt. Normaal gesproken gaat er maar drie millimeter tussen zo’n wals door. Dus er is maar weinig van mijn hand overgebleven.

Mijn collega’s hebben meteen de machine stopgezet, anders was het misschien nog wel erger afgelopen. Ze hebben mij meteen naar het ziekenhuis gestuurd. Daar is mijn arm schoongemaakt. De volgende dag kreeg ik de mededeling dat er niets meer aan mijn hand te doen was. Dat was me wel duidelijk. Toen hebben ze het deel dat eraf was, mijn linker dominante hand, geamputeerd.”

Welke acties zijn er toen ondernomen?

“Ik moest alles opnieuw leren, want ik was linkshandig. Alles moest nu omgeschakeld worden naar mijn rechterhand. Je moet opnieuw wennen en alles weer leren. Het was vanaf de eerste minuut lastig. Probeer maar eens alles met je rechterhand te doen als je altijd linkshandig bent geweest. Dat had veel aanpassings- en doorzettingsvermogen nodig.”

Heb je lang met de klachten moeten rondlopen voordat je een diagnose kreeg?

“Na het ongeval heb ik nog vier jaar geprobeerd om normaal te blijven werken, maar in 2010 ben ik afgekeurd door diverse klachten.

Nadat ik was afgekeurd, had ik het eigenlijk nog drukker. Ik hield me namelijk bezig met veel research over protheses. Ik geef op het moment veel voorlichting op scholen. Ik heb daarnaast een eigen website en daar komen vragen binnen van mensen die met hetzelfde kampen. Ik heb niet de oplossing, maar ik kan het wel doorsturen. Daar had ik in het begin veel behoefte aan, om te weten waar ik terecht kon voor vragen. Ik vind het fijn om mensen te helpen. Het leven houdt niet op bij een amputatie.”

Wat voor impact heeft het gehad op je dagelijks leven?

“Je hele leven staat op zijn kop, niet alleen voor mij, maar ook voor mijn familie. Aanpassen is de enige optie en van daaruit telkens weer opnieuw proberen. Na tien jaar kan ik eindelijk zeggen dat ik me aangepast heb, maar wennen doet het nooit.

Voor mijn familie was het ook even wennen. Ik wist wat ik wel en niet kon. Dingen die ik vroeger deed, waren toen heel normaal. Nu kan ik sommige dingen nou eenmaal niet, of het gaat heel lastig. Zij moesten ook leren accepteren dat iemand die ‘normale’ dingen niet meer doet zoals eerst.”

Welke behandelingen heb je gehad?

“Ik heb eerst één keer in de week een behandeling gehad bij de fysiotherapeut, maar toch had ik nog steeds klachten. Ik ben toen gaan sporten. Ik heb veel krachttraining gedaan. Ook train ik mijn linkerarm met een speciale prothese. Het is nu controleerbaar, maar ik moet wel steeds nog uitkijken voor overbelasting. Ook hier leer je mee omgaan.

De fysiotherapeut brengt verlichting, maar het is tijdelijk. Als ik met rechts veel doe, dan merk ik dat ik die arm na een tijdje overbelast en daar krijg ik dan last van. Dan moet ik het milder aandoen. Krachttraining daarentegen brengt heel goed resultaat met zich mee. Je traint je beide armen en brengt je lichaam weer in balans. Daarmee moet ik wel uitkijken dat ik het niet te veel doe. Het gaat puur om de oefening van beide armen. ”

Wat wil je meegeven aan lotgenoten?

“Zeg nooit op voorhand ‘dat kan ik niet’. Probeer het! Daarna kun je pas oordelen. Opgeven is geen optie. Als iemand tegen mij zegt dat het niet lukt, wil ik juist bewijzen dat ik het wel kan. Soms lukt het niet meteen, maar dan leg ik het even opzij en bedenk ik creatieve ideeën hoe ik het wel voor elkaar kan krijgen.”