Mensen met sterke achterdocht vrezen dat andere mensen hen in de gaten houden en iets willen aandoen. Om paranoïde-angst te overkomen, moeten patiënten hun angsten confronteren. Iets dat erg veel overwinningskracht, inzet en motivatie vraagt, maar essentieel is om hun angst te overwinnen.

Angst en paranoia

Mensen die te maken hebben met paranoïde-angst zijn bang dat anderen hen moedwillig kwaad willen doen, tot moord aan toe, aldus Mark van der Gaag, hoogleraar Klinische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De angst is gegrond op voorgaande ervaringen, volgens Van der Gaag, en komt niet ‘uit de lucht vallen’. Patiënten kunnen een pestgeschiedenis hebben of een keer echt bedreigd zijn.

Ook mensen die moeite hebben met gezichtsuitdrukkingen en sociale prikkels kunnen een paranoïde-angst ontwikkelen, omdat zij anderen niet begrijpen. Bij paranoia breidt de angst zich steeds verder uit. Deze mensen worden bang dat anderen in het algemeen hen kwaad willen doen, dit is niet meer toegespitst op één persoon. “Over een willekeurige persoon die in de bus zit en de patiënt aankijkt, wordt gedacht dat die kwaad wil doen. Wanneer de patiënt vlucht en heelhuids thuis aankomt, denkt hij of zij ternauwernood aan de dood ontsnapt te zijn”, vertelt Van der Gaag.

Hierdoor gaat deze persoon steeds meer situaties vermijden. Met als gevolg dat hij of zij de hele dag thuiszit met de gordijnen dicht. “Je kunt het vergelijken met een ontmoeting met een beer: wat doe je dan? Wegrennen of stil blijven staan? Je bent in doodsangst en hebt een milliseconde om je overlevingskansen in te schatten.” Dit gevoel ervaren mensen met paranoïde-angst.

Invloed op het leven

Edwin Timmer (45 jaar) lijdt aan schizofrenie en achterdocht. Hij heeft moeite met naar buiten te gaan, omdat hij bang is dat mensen hem iets aan willen doen. Hij vertelt dat zijn angst een groot effect heeft op zijn dagelijks leven.

“Ik ben gauw overprikkeld en dat is erg vermoeiend. Ik heb daarnaast last van een chronisch slaapprobleem, waardoor ik ook na een goede nachtrust nooit fit wakker word.” Als gevolg hiervan kan hij niet betaald werken of vrijwilligerswerk doen.

Toch zit hij niet de hele dag op de bank. Hij bezoekt een geestelijke gezondheidszorg-instelling om met lotgenoten te praten en aan activiteiten deel te nemen; activiteiten die hij soms helpt mee-organiseren. “Dit is goed voor mijn zelfvertrouwen.” Belangrijk voor Edwin is dat hij rustmomenten inlast. Dit kan echter moeilijk zijn, geeft hij aan.

De behandeling

Mensen met een paranoïde psychose krijgen doorgaans antipsychotica voorgeschreven, zegt Van der Gaag. Daarnaast wordt veelal gewerkt met cognitieve gedragstherapie: de patiënt aanleren om te relativeren en alternatieve verklaringen te overwegen.

Ook wordt gewerkt met gedragsexperimenten, waarbij de patiënt test of er in een situatie gebeurt, waarvoor gevreesd wordt of toch niet. “Om een angst te overwinnen, moet die aan den lijve worden ondervonden. Deze behandelmethode kost veel tijd. Het kan maanden aan peptalk kosten voordat iemand één halte met de bus durft te reizen.”

Ook weet men nooit wat er zal gebeuren tijdens een echte busreis. Om deze reden is onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van virtual reality (VR) als onderdeel van de behandeling. Bij VR wordt een patiënt blootgesteld aan een beangstigende situatie door middel van een VR-bril, waarin men de driedimensionale virtuele wereld ziet; een koptelefoon, om de geluiden uit deze wereld te horen; en een joystick, om zich voort te bewegen.

Werken met een VR-wereld heeft volgens Van der Gaag twee grote voordelen. De patiënt ervaart dezelfde mate van angst in de VR als in de werkelijkheid en tegelijkertijd weet hij of zij weet dat er niets ernstigs kan gebeuren in de VR. Het tweede voordeel is dat de omstandigheden, de parameters, gemanipuleerd kunnen worden en de omgeving afgestemd kan worden op de beangstigende gedachten van de patiënt.

Laagdrempelig maar pittig

Van der Gaag vertelt dat VR de therapie voor paranoïde-angst niet veranderd heeft, maar wel helpt bij het controleren van typische omgevingskenmerken voor die patiënt en de therapie laagdrempeliger maakt. Voor zijn behandeling heeft Edwin geoefend met VR. “Ondanks dat het getekend is, zijn het wel realistische situaties, zoals een supermarkt, winkelstraat, café en bus.”

De virtuele wereld lijkt volgens Edwin heel echt. Het is dan ook pittig en hard werken, benadrukt hij, om zich in situaties te bevinden waar hij normaal grote moeite mee heeft. Toch ziet ook hij het als een laagdrempelige therapie en daarnaast leuker dan een-op-een therapie waarin alleen gepraat wordt. VR wordt ingepast in cognitieve therapie, stelt Van der Gaag. “Als een patiënt in de virtuele wereld zit, kan de behandelaar zien waar de patiënt naar kijkt.

Op basis hiervan kan hij of zij gerichte vragen stellen over hoe iemand zich voelt en waarom hij of zij iets eng vindt.” Er kan gemakkelijker gecommuniceerd worden over de situatie waarin de patiënt zich ‘bevindt’. Een gebruiker kan daarnaast meermaals oefenen met een bepaalde situatie, zoals iemand aanspreken in een supermarkt of bus, en een worst case¬-scenario meemaken en ervaren dat het minder erg was dan gedacht.

Verder gaan met leven

Voor Edwin is de VR-therapie zeer nuttig geweest en hij zou het iedereen aanraden om verder te komen. Hij geeft aan dat hij nu minder angstig is en het niet meer altijd nodig heeft om te ontspannen, door bijvoorbeeld yoga, voordat hij naar buiten gaat. “De angst zelf is niet weg, deze hoort bij mijn aandoening, maar het is leefbaarder geworden.” Wanneer nodig kan hij het geleerde inzetten en terugvallen op zijn trainingssessies.

Emoties worden vaak vervormd bij schizofrenie, waardoor hij kan denken dat iemand die boos kijkt hem iets aan wil doen. Door dan terug te denken aan zijn VR-behandeling waarin hij zich ook in een lastige situatie bevond, en het wel goed ging, krijgt hij meer vertrouwen in de situatie in het echte leven. Naast het oefenen van enge situaties is het erg belangrijk om het (zelf)stigma te overwinnen. Zelfstigma anticipeert op afwijzing en verstoting door anderen en onderhoudt de angst voor situaties met anderen, stelt Van der Gaag. Dit beaamt Edwin.

Hij zegt dat het gevaar anders bestaat dat iemand in zijn of haar eigen wereld leeft. Hij is zelf sinds zijn behandeling een stuk opener over zijn aandoening. Toch is dit niet altijd even makkelijk, benadrukt hij. Mensen met schizofrenie worden vaak door stigmatisering en vooroordelen op hun plek gezet. Zij moeten moed ontwikkelen om open te zijn, vindt Edwin. “Onbekend maakt onbemind. Kwetsbaarheid kan ook je kracht zijn om sterker te worden om het stigma aan te pakken.”

Maar mensen moeten er wel aan toe zijn, benadrukt hij. Voor hem voelde het als een last die van hem afviel. . Zo heeft hij als gevolg hiervan meegedaan aan een talentenjacht van Stichting PerspeKtief met een zelfgemaakt gedicht over schizofrenie, is hij geïnterviewd voor de krant en speelt hij de hoofdrol in een film over virtual reality. Van der Gaag besluit: “Je moet altijd blijven doorgaan met het leven. Om dit te kunnen doen, is het belangrijk om je eigen stigma te overwinnen. Als jij dat doet, kan je omgeving het ook.”