Wakker worden op een zelfgekozen tijdstip, de eigen boterhammen smeren en zelf besluiten om wel of niet een spelletje te spelen, afhankelijk van de stemming. Het zijn kleine, dagelijkse momenten van zelfstandigheid waar de meeste mensen niet bij stilstaan. Worden dit soort keuzes iemand echter ontnomen, dan voelt dat al snel als grote inbreuk
op de autonomie.

Het is een situatie waar veel zorgbehoevende ouderen onbedoeld in terechtkomen. Zowel op afdelingen in zorginstellingen als thuis worden zorgbehoevende mensen vaak onderworpen aan vaste routines. Zo moet bijvoorbeeld iedereen op een verpleeghuisafdeling om 10.00 uur gewassen zijn en bepaalt de thuiszorg op welk tijdstip iemand wordt aangekleed of naar bed gaat. De planning wordt gemaakt vanuit de zorgorganisatie, zonder de gewoonten van de cliënt daarbij in acht te nemen. “Dan kan het zijn dat iemand om 7.00 uur al volledig aangekleed aan tafel zit, terwijl diegene eigenlijk gewend is om rond 10.00 uur pas in beweging te komen”, vertelt Katrien Luijkx, bijzonder hoogleraar Ouderenzorg aan Tilburg University. Voor zorgorganisaties is het vooral vanuit praktisch oogpunt handig om een vast schema aan te houden. “Maar voor ouderen kan het een inbreuk op hun dagelijkse ritme zijn.”

Volgens Jan Hamers, hoogleraar Ouderenzorg aan de Universiteit Maastricht, is deze werkwijze nog gebaseerd op een oud model. Hij legt uit dat de intramurale zorg in Nederland is ontstaan ter vervanging van een deel van de ziekenhuiszorg. Zodoende werden verpleeg- en verzorgingshuizen opgezet aan de hand van een medisch model. Hamers: “Men wilde genezen, helpen en verbeteren, maar bij een bepaalde groep ouderen valt er niets te genezen. Als iemand dement wordt of een beroerte heeft gehad met blijvende schade, zou het vooral een kwestie moeten zijn van zo prettig en goed mogelijk leven met het functieverlies.”

“Als je de ruimte neemt voor meer menselijke zorg, worden beide partijen daar beter van”

Mensgericht in de praktijk

Daarmee omschrijft hij de kern van zogeheten mensgerichte zorg. Hoewel verschillende mensen er in de praktijk een eigen invulling aan geven, richt mensgerichte zorg zich in de basis op de autonomie, behoeften en wensen van het individu. “Het gaat om het mogelijk maken van het leven zoals iemand dat zelf wil”, vat Luijkx samen. Ze voegt daaraan toe dat dit in feite ook voor het personeel geldt. De verzorgenden zijn ook mensen met ieder hun eigen voorkeuren en competenties. “Als je het over echt mensgerichte zorg hebt, moet er ook een klik zijn tussen de ouderen en het personeel.”

Ondanks het feit dat maar weinig mensen de waarde van een dergelijke benadering in twijfel zullen trekken, blijkt het in de praktijk lastig te realiseren. Dat komt met name doordat het een cultuuromslag vereist, waarbij verschillen en diversiteit worden omarmd en gestimuleerd. Wanneer één bewoner gelukkig wordt van schilderen, hoeft niet plotseling de hele afdeling ’s middags met kwasten in de weer. Toch gebeurt dat vaak wel. Zeker binnen instellingen waar mensen in een relatief kleine ruimte samenleven, zijn medewerkers bang om uitzonderingen te maken. “Ze moeten niet alleen het lef hebben om het anders te doen dan vroeger, maar ook om het voor de ene cliënt anders te doen dan voor de andere”, legt Luijkx uit. Hoewel ze ziet dat dit een uitdaging is, denkt ze tegelijkertijd dat personeel dat wel op deze manier werkt, het werk als veel aantrekkelijker zal ervaren. “Mensen die hart hebben voor de ouderenzorg, hebben dat vanwege het contact met de ouderen. Als je de ruimte neemt voor meer menselijke zorg, worden beide partijen daar beter van.”

‘Laat iemand maar een kwartier lopen’

Hamers meent dat die ruimte op heel veel plekken nu al gecreëerd kan worden, binnen het bestaande budget en met de huidige bezetting. Hij beaamt dat het een andere denkwijze vereist, maar benadrukt vooral dat er kleine dingen zijn die het verschil kunnen maken. Het kan best zijn dat iemand er vijf minuten over doet om zelf de knoopjes van een overhemd dicht te knopen. Of dat een bewoner een kwartier nodig heeft om zelfstandig van de slaap- naar de woonkamer te lopen. Met de beste bedoelingen worden dit soort taken daarom overgenomen door de verzorgenden, constateert Hamers. Het hemd is in twintig seconden dicht en met behulp van een rolstoel zit iemand binnen twee minuten aan tafel. De ouderen worden zo echter dingen ontnomen die ze zelf nog kunnen. “Laat iemand maar een kwartier lopen of dat hemd dichtknopen, als diegene dat zelf wil. Het is hartstikke goed om die functies te behouden.” Natuurlijk is het spannend om zoiets te proberen. Immers: na dat kwartier is iemand te laat voor het ontbijt, dus dat past niet binnen het programma. “Maar wij hebben zelf bedacht hoe dat programma eruitziet. Dan kunnen we dat ook zelf veranderen.”

Er zijn voldoende voorbeelden van organisaties die op grote of kleine schaal, al dan niet in samenwerking met onderzoekers en academici, mensgerichte veranderingen doorvoeren. Zo ging een zorginstelling aan de slag met een project om de zelfredzaamheid van bewoners te stimuleren. Na een evaluatie van het ontbijt, bleek dat bewoners veel meer uit handen werd genomen dan het personeel zelf doorhad. Boterhammen werden gesmeerd en koffie en thee voor mensen ingeschonken – alles moest snel en het personeel had het er druk mee. “Daar schrokken de medewerkers zelf van”, vertelt Hamers. Samen gingen ze aan de slag om het ontbijt op een andere manier te organiseren. In plaats van iedereen te verplichten tussen 7.30 uur en 8.00 uur te eten, werd het ontbijt gepresenteerd als rustmoment. Tussen 9.00 en 10.00 uur staat alles op tafel en mogen bewoners die dat willen zelf hun eten en drinken klaarmaken. Iedereen mag deelnemen, maar het hoeft niet. “Het resultaat was dat sommige bewoners die voorheen alleen maar in elkaar gezakt in hun stoel zaten, nu ook de koffie bij de buurvrouw inschenken. Mensen werden weer actief.”

“Met de huidige middelen kun je dingen veranderen als je goede ideeën hebt en die een kans geeft”

Geld en personeel

Zowel in zorginstellingen als bij thuiszorgaanbieders rijst bij vernieuwende ideeën al snel de vraag wie dat gaat betalen. Dat is geen onwil, maar puur de praktische kant van zorg. Omdat mensgerichte zorg echter vaak bestaat uit veranderingen op kleine schaal, is er veel mogelijk zonder extra kosten te maken. “Het nieuwe ontbijtprogramma kost de instelling geen extra geld en geen extra personeel. Met de huidige middelen kun je dingen veranderen als je goede ideeën hebt en die een kans geeft”, adviseert Hamers. Wat daarbij wel helpt, is de juiste samenstelling van het personeel. De bewoners van een zorgwoonlocatie of de klanten van een thuiszorgorganisatie vormen een ontzettend diverse groep mensen. Om hen mensgerichte zorg te bieden die gericht is op het individu, is het belangrijk dat het team bestaat uit mensen met diverse achtergronden, competenties en ideeën.

Het is dus onder andere zaak om een nieuwe generatie zorgprofessionals aan te trekken die samen met de bestaande, ervaren krachten zulke teams kunnen vormen. Daarbij speelt samenwerking tussen zorgorganisaties, opleidingsinstanties, en wetenschap een grote rol, meent Luijkx. Vanaf het begin af aan zouden vanuit de opleiding stages in de ouderenzorg gestimuleerd moeten worden. Als studenten op het juiste moment en op de juiste manier kennis maken met de ouderen die zorg nodig hebben, is de kans groot dat een substantieel deel voor de ouderenzorg zal kiezen. Een voorbeeld van het soort initiatieven dat daarbij kan helpen, is een project waarbij studenten getraind worden om verhalen op te halen bij ouderen. “Je begint met een startvraag en laat vervolgens de oudere de richting van het gesprek bepalen. Het voordeel is dat je echt hoort wat iemand bezig houdt, wat ze leuk vinden en wat niet”, aldus Luijkx. Voor zorginstellingen is dat waardevolle informatie, terwijl de studenten ervaren hoe het is om echt een connectie te maken met de bewoner, en dat zorg verder gaat dan enkel persoonlijke verzorging.

Waar het uiteindelijk op neerkomt, is samen zorg verlenen. Bestuurders van zorgorganisaties samen met werknemers, ervaren werknemers samen met studenten, thuiszorgprofessionals samen met mantelzorgers. Maar vooral iedereen samen met de ouderen. Zij verdienen, net als iedereen, een goede kwaliteit van leven. Wat de voorwaarden hiervoor zijn, verschilt per persoon, maar bij ieder individu liggen er kansen om het leven een stukje prettiger te maken. Hamers: “Die kansen moet je zien en durven benutten.”