Het dwangmatig gedrag dat mensen met een ernstige obsessieve compulsieve stoornis (OCD) vertonen, kan aanzienlijk worden verminderd met gerichte diepe hersenstimulatie ofwel Deep brain stimulation (DBS). Dat melden wetenschappers van de University of Cambridge en University College London (UCL). Hun publicatie is verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Biological Psychiatry.

De uitkomsten van het onderzoek zijn veelbelovend voor mensen met OCD die niet reageren op behandelingen met medicatie of cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij CGT wordt iemand blootgesteld aan de angst(en) die er is en aangestuurd om dwanghandelingen niet uit te voeren. Maar liefst 40% van de OCD-patiënten reageert niet op een dergelijke behandeling.

Diepe hersenstimulatie specifieke hersengebieden

Onder leiding van hoogleraar neuropsychiatrie Eileen Joyce (UCL) voerde een team van onderzoekers een proef uit waarin het effect van diepe hersenstimulatie op twee specifieke locaties in de hersenen werd onderzocht.
Ze onderzochten de subthalamische nucleus (STN). Een kern diep in de hersenen van ongeveer 7 millimeter lang en 4 millimeter breed, die belangrijk is om normaal te kunnen bewegen. En het ventraal stratium (VS of VC). Een gebied in het brein dat een belangrijke rol speelt bij positieve ervaringen en de belonende effecten van (ook verslavend) gedrag.

Van beide hersengebieden is bekend dat ze een rol spelen bij OCD, maar het was onduidelijk welke invloed ze hebben op de symptomen die zich voordoen bij de stoornis.

Verbeterde stemming en vermogen tot cognitieve flexibiliteit

Zes patiënten bij wie de behandelmethoden die doorgaans ingezet worden tegen OCD onsuccesvol zijn geweest, namen deel aan de proef met DBS. Met deze behandelmethode worden elektroden in de hersenen geplaatst die elektrische signalen afgeven. Hierdoor worden specifieke symptomen onderdrukt, waardoor klachten afnemen of worden opgeheven.

DBS bleek opmerkelijk effectief in het verminderen van OCD-symptomen, maar op verschillende aspecten. Stimulatie van het ventraal stratium verbeterde de stemming. En stimulatie van de subthalamische nucleus verbeterde het vermogen om gedrag en gedachten aan te passen aan nieuwe, veranderende of onverwachte gebeurtenissen (cognitieve flexibiliteit). Hersenscans bevestigden dat het toepassen van DBS invloed had op verschillende hersenprocessen.

“Voor het eerst is een dergelijk effect gevonden dat belangrijke informatie omvat over de hersenveranderingen bij ernstige OCD, die zorgen voor obsessief en dwangmatig handelen. En hoe deze verlicht kunnen worden”, zegt Joyce.

Toetsen van cognitieve flexibiliteit

Het team bracht OCD-symptomen overigens in kaart met behulp van vragenlijsten waarvan de werkzaamheid eerder is bewezen. Cognitieve flexibiliteit beoordeelden ze met de CANTAB IED-test. Die is uitgevonden door wetenschappers Barbara Sahakian en Trevor Robbins van de Universiteit van Cambridge. Deze test is eerder door het Cambridge-team gebruikt om te laten zien dat cognitieve flexibiliteit enorm mist bij personen met OCD en gelinkt is aan de dwarsgelegen prefrontale cortex. Een gebied in de hersenen dat betrokken is bij cognitieve en emotionele functies zoals impulsbeheersing.
Het nieuwe onderzoek toont aan dat OCD ook is gekoppeld aan de middenin gelegen prefrontale cortex, dat betrokken is bij het anticiperen op verwachte emotionele gebeurtenissen.

OCD in het kort

Kenmerkend voor OCD zijn terugkerende dwanggedachten en/of dwanghandelingen die zorgen voor een verminderde kwaliteit van leven. In zeer ernstige gevallen kunnen personen hun huis of flat niet verlaten omdat de angst en onrust in hun hoofd te sterk is.