Om het risico op (pre)diabetes vast te stellen, is het belangrijker om naar het vetpercentage te kijken in plaats van de Body Mass Index (BMI). Dat stellen wetenschappers van the University of Florida. De studie is onlangs verschenen in het tijdschrift BMJ Open.

Lichaamsvetpercentage

Voor hun studie analyseerde het team de gegevens afkomstig van de National Health and Nutrition Examination Survey. In deze enquête werd de gezondheid van veertigplussers vastgesteld over de periode van 1999 – 2006. Allen hadden geen voorgeschiedenis van diabetes type II..

De wetenschappers maakten gebruik van een techniek om het lichaamsvetpercentage van de deelnemers uit te rekenen. Om te achterhalen of deelnemers (pre)diabetes hadden, hanteerden ze een gezonde bovengrens van 25% voor mannen en 35% voor vrouwen.

Vetpercentage en glucose

Uiteindelijk kwamen ze tot de ontdekking dat 13,5% van de mensen met een normaal BMI en hoog lichaamsvetpercentage prediabetes of diabetes hadden. Bij de deelnemers met een te hoog BMI en gezond vetpercentage was dit 10,5%.

Een hoog lichaamsvetpercentage bleek verband te houden met abnormale bloedglucosewaarden. Dit was onafhankelijk van geslacht, leeftijd en spierversterkingsactiviteiten.

Normaal BMI zegt niet alles

De wetenschappers concluderen dat hoewel mensen met een normaal BMI over het algemeen als gezond worden beschouwd, dit niet hoeft te betekenen dat zij een goede lichaamssamenstelling hebben. Hiermee zou een normaal BMI geen goede maatstaf zijn om lichaamsvet te bepalen.

Volgens het team bewijzen de resultaten van de studie dat het lichaamsvetpercentage belangrijker is dan het BMI bij het identificeren van prediabetes. Ze hopen dat gezondheidsexperts de bevindingen meenemen en meer aandacht hebben voor de mensen met een op het eerste oog gezond gewicht. Dit is van belang om hen in preventieve zorg te voorzien en het risico op diabetes te verkleinen