In steeds meer zorgcentra in Nederland worden familieleden, vrijwilligers en mantelzorgers ingeschakeld om te helpen bij de verzorging. En niet alleen omdat dit kwaliteit van leven toevoegt, het is vaak ook hard nodig. In de meeste ziekenhuizen en zorginstellingen is een bureaucratisch systeem ontstaan, waardoor er geen tijd meer is voor échte aandacht en zorg.

Joost Zielstra, zorgbestuurder van een woon/zorgcentrum en hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans zijn dan ookvan mening dat lokale inbedding van de zorg heel belangrijk is. De roep om verandering wordt groter, stelt Rotmans, we moeten anders gaan werken. De zorg moet weer kleinschaliger worden, de menselijke maat moet terug. Dat vraagt om een cultuuromslag en een ander type organisatie waarbij de omgeving een grotere rol speelt.

Samenwerken

Veranderingen zijn van alle tijden, maar volgens Rotmans spelen er op dit moment zoveel, dat er sprake is van een kantelmoment, een verandering van tijdperk. Zo is op dit moment een belangrijke actuele verandering binnen de zorg dat mensen zolang mogelijk in hun eigen omgeving moeten blijven wonen. De vraag is hoe zorginstellingen daarop kunnen inspelen, en wat daar voor nodig is. Een van de oplossingen is dat de formele en informele zorg meer moeten gaan samenwerken. “Als we zorgen voor onszelf, voor anderen en voor onze omgeving ontstaat een gezonde en weerbare bevolking. Mantelzorgers, bekenden en buren kunnen helpen op diverse gebieden”, verklaart Rotmans.

Mobiliseren van de omgeving

In veel zorgcentra zijn ze daar al mee begonnen. Volgens Zielstra is de organisatie van de zorg in een paar jaar tijd compleet veranderd; familieleden, mantelzorgers, vrijwilligers, buren, bezoekers, iedereen helpt mee. Nog niet zo lang geleden nam een zorginstelling als ze een zorgvraag kregen, de volledige verantwoordelijkheid over. De zorgprofessionals hadden het voor het zeggen en de zorg werd volledig uit handen gegeven. Maar de tijden zijn veranderd. Steeds meer dringt het besef door dat het anders moet, ook omdat de ouderenzorg in de loop van de jaren behoorlijk is verschraald.

In de meeste zorgcentra hebben de medewerkers nauwelijks genoeg tijd voor de reguliere zorg, laat staan voor extra aandacht, zoals wandelen, samen zingen of muziek maken, of het organiseren van een een uitje. Door meer gebruik te maken van lokale energie kan de zorg weer wat worden aangekleed. Overal ontstaan initiatieven waarbij mensen aangespoord worden om hun talenten in te zetten voor een ander. Steeds vaker worden activiteiten georganiseerd door vrijwilligers, waar zowel bewoners als buurtgenoten aan deelnemen.

Verbinding

Maar als iedereen meehelpt en inspraak heeft, betekent dat volgens Zielstra wel dat de zorgwerknemers anders moeten gaan samenwerken. Waar ze vroeger alleen maar met hun collega’s te maken hadden, worden nu ook familie, mantelzorgers, buren en vrijwilligers uitgenodigd voor het werkoverleg. Maar Zielstra is ervan overtuigd dat community-denken echt de oplossing is voor zorgorganisaties. Vroeger ging het vooral om zorg, nu gaat het om levensvreugde en vragen als: waar worden de bewoners gelukkig van. “Voor mij betekent lokale inbedding in de zorg omzien naar elkaar en geloven in elkaar. Het is de kunst om mensen te verbinden zodat ze bereid zijn om iets voor elkaar te doen.”