Longkanker – en meer specifiek niet-kleincellige longcarcinoom – raakt niet alleen de patiënt, maar heeft ook verregaande gevolgen voor zijn of haar kennis- en familiekring.

Daarnaast laat het de verpleegkundigen die dag in dag uit met de patiënt bezig zijn ook zeker niet onberoerd.

Wat is het effect van longkanker op de directe omgeving van de patiënt? Marcel de Ruiter, senior oncologieverpleegkundige bij het Erasmus MC, geeft uitleg.
 

Wat voor invloed heeft longkanker op de familie van een patiënt?

“Het is voor iedereen zwaar, zowel lichamelijk als psychosociaal. Het heeft dus een flinke invloed op familieleden. Soms moeten mensen stoppen met werken of ontstaat er een andere band. Zo groeien mensen vaak dichter naar elkaar toe in ellendige tijden, maar we zien ook dat mensen het erg moeilijk vinden om voor hun zieke partner te zorgen.”

Wordt er vanuit het ziekenhuis begeleiding aangeboden voor de familie van een patiënt?

“Vanuit het ziekenhuis delen wij een lastmeter uit aan de patiënt. Daar staan veel vragen in die over de lichamelijke, psychische en sociale aspecten gaan. Wanneer wij dus merken dat de patiënt en zijn of haar familieleden ergens hulp bij nodig hebben dan pakken wij dat op. Dan kunnen we ze bijvoorbeeld in contact brengen met een maatschappelijk werker of verwijzen we ze door naar de huisarts of centra voor psychosociale ondersteuning. Maar als verpleegkundigen nemen we natuurlijk ook zelf de tijd om naar mensen te luisteren zodat ze hun verhaal kunnen doen.”

Hoe helpen verpleegkundigen elkaar met emotionele situaties op werk?

“Dat doen we meer in informele zin. We hebben op de werkvloer een hele goed band met elkaar en als we iets meemaken dan delen we dat met collega’s en praten we erover. Wij zijn ook gewoon mensen als jonge patiënten of patiënten die je al heel lang een slechtnieuwsgesprek krijgen dan maakt dat veel indruk. Ik zeg altijd dat je voor dit werk veel inlevingsvermogen nodig hebt, maar je moet het ook kunnen loslaten. Tijdens mijn werk ben ik er voor 100% voor de patiënt, maar als ik in de auto naar huis ga dan zet ik een muziekje op en probeer ik ook aan andere dingen te denken. Je moet dus het vermogen hebben om werk en privé te scheiden, want anders hou je het echt niet vol.”