“De behandeling van longkanker met systemische therapie maakt veelbelovende ontwikkelingen door. De keuze hoe en of te behandelen, blijft echter een moeilijke”, stelt Cor van der Leest, longarts en specialist op het gebied van longoncologie in het Amphia Ziekenhuis. Een gesprek over biomarkers, mogelijkheden en uitdagingen in het behandelproces.

Longkanker en systemische therapie

Wat wordt verstaan onder systemische therapie?
“De grootste groep longkankerpatiënten ontvangt de diagnose pas als de ziekte zich in een vergevorderd stadium bevindt. Op dat moment biedt een operatie of bestraling geen uitkomst en is men aangewezen op systemische therapie. Hieronder vallen chemotherapie, doelgerichte therapie en immuuntherapie. Chemotherapie verstoort het delingsproces van cellen, waardoor deze afsterven. De uitdaging is dat het niet alleen aanslaat bij snel-delende kankercellen, maar overal in het lichaam. Doelgerichte therapie werkt anders: deze geneesmiddelen grijpen specifiek in op een mutatie in de tumorcel, waardoor een halt toegeroepen wordt aan het deelproces. De medicatie werkt vooral daar waar nodig, maar moet permanent geslikt worden. Een derde manier om kanker te bestrijden is door het eigen immuunsysteem een handje te helpen met immuuntherapie.”

PD-L1-eiwit

Immuuntherapie is relatief nieuw. Wat zijn de mogelijkheden en tegen welke uitdagingen loopt men nog aan?
“Als een reguliere cel tot kankercel verwordt, kan een goed werkend immuunsysteem dit signaleren en afweercellen erop afsturen. Sommige tumoren zijn echter in staat afweercellen om de tuin te leiden, waardoor ze ongestoord kunnen groeien. Dit gebeurt bijvoorbeeld met behulp van het eiwit PD-L1, dat op de tumorcel aanwezig kan zijn. Met behulp van immuuntherapie wordt de werking van PD-L1 geremd, waardoor de afweercellen hun werk weer kunnen doen en de tumor wordt opgeruimd. Helaas is dit niet bij iedere tumor zo, waardoor deze behandelvorm niet bij alle patiënten aanslaat.

De uitdaging zit in het voorspellen bij wie de therapie wel en niet zal aanslaan. Hiervoor gebruikt men biomarkers, bijvoorbeeld de hoeveelheid PD-L1 op de tumorcellen. Wat daarbij nog lastig is, is dat er geen een-op-een-relatie bestaat tussen de aanwezigheid van PD-L1 en iemands reactie op immuuntherapie. Is de biomarker in groten getale aanwezig, dan is de kans op het aanslaan van de therapie groter, maar niet gegarandeerd. Tegelijkertijd zijn er tumoren zonder PD-L1 die ook goed reageren.”

Shared decision making

Met dergelijke inzichten als leidraad wordt er een behandelmethode gekozen. Hoe verloopt dit proces?
“Dat is afhankelijk van de patiënt. Sommigen willen zelf de regie houden, anderen laten het liefst alles aan de arts over en een derde groep wil een combinatie: shared decision making. Ik vind het zelf prettig als mensen meedenken en -beslissen, maar dat is iets wat je als arts moet aanvoelen tijdens gesprekken met patiënten en hun familie. Ik heb altijd een advies, maar het is aan de patiënt om hier wel of niet in mee te gaan, mits iemand voldoende begrijpt waar hij voor kiest en er vertrouwen bestaat tussen de arts en patiënt. Dat is de basis om zaken samen te beslissen.”

Wordt iedere longkankerpatiënt behandeld?
“Veel patiënten zijn erg gefocust op al het mogelijke doen en artsen willen niemand tekortdoen. Je wil het liefst alles proberen. Tegelijkertijd wil je iemand geen valse hoop geven of aan een zware behandeling onderwerpen als die niet werkt. Vandaar dat het zo waardevol is als we met behulp van biomarkers beter kunnen voorspellen welke therapie zal aanslaan. Momenteel weten we dat een groot deel van de mensen die gelijktijdig chemotherapie en immuuntherapie krijgen, hier goed op reageert. In een ideale situatie zouden we echter niet méér therapieën toevoegen, maar doelgerichter behandelen.”

Met longkanker sta je er niet alleen voor. Op longkankernederland.nl vind je de juiste informatie over de varianten van de ziekte, evenals data van bijeenkomsten met lotgenoten.

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door MSD. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, MSD heeft geen invloed op de inhoud gehad.