Een flink aantal organisaties in de GGZ heeft het initiatief genomen om een manifest op te stellen om de geestelijke gezondheid te verbeteren. Behalve een oproep aan de politiek en aan maatschappelijke partners biedt het manifest een aantal handvatten om praktisch mee te werken. Ellen Knippers, secretaris van de Raad van Bestuur van GGzE, en Marie-Louise Vossen, lid van de Raad van Bestuur van GGzE, geven aan hoe dit in hun organisatie gaat.

Behalve het manifest zijn er ontwikkelingen zoals Planetree. Hoe past u zo’n visie toe?

Knippers: “Planetree is een manier van denken, kijken, luisteren en doen waarbij mensgerichte zorg vooropstaat. Belangrijk is de eigen regie van de cliënt, zodat die in staat is keuzes te maken. Dit wordt in de behandeling ondersteund, zodat men meer bijdrage kan leveren aan eigen groei en herstel. Daarbij hoort de gedachte dat cliënten zo min mogelijk gehospitaliseerd worden. Door de invoering van de WMO is de zorgketen veranderd en gaan we meer en meer hulpverlening ambulant doen. En het is belangrijk om de focus opnieuw te leggen op de inhoud van de zorg.”

Hoe zorg je ervoor dat persoonsgerichte zorg zo goed mogelijk werkt?

Knippers: “Het is een andere manier van kijken en denken. We passen bijvoorbeeld meer e-health-toepassingen toe: het zijn instrumenten die cliënten zelf kunnen inzetten op elk gewenst moment om iets te doen aan problemen waar ze mee zitten. Verder doen we veel om de drempel voor de buitenwereld naar onze organisatie te verlagen en het stigma, waar de GGZ mee kampt, eraf te halen.

We zoeken naar nieuwe samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met PSV. We hebben een groep jongeren die het mede in het kader van hun behandeling prettig vindt om veel te sporten. PSV helpt dan bijvoorbeeld met de trainingen. Voetbal wordt dan interventie voor gedragsverandering, fysieke en sociale vaardigheden. Zo zijn er allerlei verbindingen te maken, die altijd zijn gericht op het herstel van de cliënt.”

Hoe valt de huidige positie van de GGZ te omschrijven?

Vossen: “We zitten in een tweedeling. De ene kant baseert zich bijvoorbeeld op het manifest, waarbij je zoekt naar hoe je mensen kunt ondersteunen in hun eigen groei- en ontwikkelmogelijkheden. Dat doe je samen met anderen. Anderzijds zie je dat de GGZ als product wordt afgerekend in een bepaalde structuur, met een diagnose-behandelcombinatie. In de toekomst zullen de twee stromingen wel bij elkaar moeten uitkomen, denk ik. Met de huidige structuur zijn er bijvoorbeeld bepaalde functies, zoals die van ervaringsdeskundige, die niet tot de beroepen behoren die de financier heeft erkend. Dat moet anders.”

Wat heeft uw organisatie met het manifest gedaan?

Vossen: “Maak het voor werkgevers aantrekkelijk om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. We willen ook cliënten en hulpverleners verleiden om het ondernemende op de eigen plek zo optimaal mogelijk in te zetten. Samen met cliënten kijken we naar interessante werkervaringsplekken om een zinvolle daginvulling te stimuleren. Met medewerkers kijken we waar ze hun creativiteit kunnen inzetten.

Afgelopen jaar hebben we een bed and breakfast opgezet, waar twintig mensen aan het werk zijn. Ze leren structuur aan te brengen in hun dag, verantwoordelijkheid te nemen en tegelijkertijd werken we aan de verbetering van het imago van de GGZ. Het is voor deze cliënten een ongelooflijke boost voor hun zelfvertrouwen; ze doen ertoe. Verder zoeken we naar innovaties en ontwikkelen we nieuwe producten, zoals games en apps waarmee de cliënten zelf aan de slag kunnen gaan.”