Goede samenwerking tussen professionals in een keten of netwerk verhoogt de kwaliteit van de zorg en de tevredenheid van cliënten. Ketensamenwerking is nog belangrijker geworden nu de overheid heeft bepaald dat zorg, welzijn en gemeente elkaar meer moeten gaan vinden, zegt Cecil Scholten.

Scholten is expert informele zorg bij Vilans Kenniscentrum, dat zich richt op innovatie en onderzoek, en het ontwikkelen van materialen voor medewerkers in de langdurende zorg. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de professionals die zorg verlenen en met zorgorganisaties, zoals verpleeghuizen en organisaties voor thuiszorg en gehandicaptenzorg.

Mantelzorgprogramma

Speciaal gericht op het versterken van de samenwerking met mantelzorgers voerde het kenniscentrum samen met kennisinstituut en adviesbureau Movisie het programma In voor Mantelzorg uit. Deze samenwerking is van nog groter belang nu uitgangspunt is dat cliënten het meer zelf moeten redden, samen met hun omgeving.

Tachtig organisaties uit de ouderen-, gehandicaptenen thuiszorg, en ziekenhuizen en revalidatiecentra namen deel. “Dit programma is dus niet bedacht aan een bureau, maar komt echt voort uit de praktijk”, vertelt Scholten. Een van de vraagstukken was hoe kennis over het faciliteren en instrueren van mantelzorgers beter benut kan worden in de keten.

Overbelast

Qua verbetering van de ketenzorg is volgens Scholten vooral na tijdelijke opname in een ziekenhuis of verpleeghuis nog een slag te maken. “Als je dan niet goed met elkaar bespreekt wat de mantelzorger te doen heeft en hoe je kunt zorgen voor goede instructies en voldoende ondersteuning mede vanuit het netwerk, kunnen mensen overbelast raken.”

Werkboek ter ondersteuning

De resultaten van het programma zijn opgenomen in een digitaal werkboek met tools, instrumenten en tips. Daarin komen twaalf thema’s aan bod, zoals het Sofa-model. Dat draait om samenwerken met mantelzorgers, ze in hun rol ondersteunen, ze faciliteren en met ze afstemmen. Met name in de ouderenzorg is de inzet van mantelzorgers onmisbaar geworden nu ouderen langer thuis blijven wonen.
Scholten: “Er wordt nog steeds vaak gedacht dat er geen netwerk is, of dat iedereen te ver weg woont of al te zwaar belast is voor mantelzorg, maar met alle tools blijkt er vaak toch veel mogelijk.”