Nog twee maanden en dan is het precies vijftien jaar geleden dat Marc de Hond zijn dwarslaesie opliep. Reden genoeg om zijn debuutvoorstelling “Scherven Brengen Geluk” opnieuw in de theaters te spelen. Wij vroegen hem hoe het grootste drama in zijn leven uiteindelijk toch veel moois opleverde.

Zou je kunnen vertellen over de medische misser van vijftien jaar geleden?

“Ik heb besloten daar niet meer over te praten. De reden hiervoor is dat ik wat er destijds mis is gegaan niet meer relevant vind voor anderen. Hoe ik er daarna mee om ben gegaan is volgens mij veel interessanter. In het theater vertel ik dan ook alternatieve scenario’s van hoe ik mijn handicap heb gekregen. De enige plek waar ik er nog wel over spreek is in ziekenhuizen, waar ik lezingen geef ter preventie van medische missers.”

Merk je dat je er hierdoor ook minder aan terugdenkt?

“Jazeker. Laatst moest ik weer een presentatie houden in een ziekenhuis en moest me zelfs inlezen om alle gebeurtenissen van toen voor me te halen. Dit vond ik wel mooi. Je kunt je eigen verhaal dus echt overschrijven met andere verhalen.”

Wat heeft je geholpen om je dwarslaesie te accepteren?

“Als iemand van tevoren had gezegd: “Marc, dit gaat er gebeuren en je eindigt in een rolstoel”, had ik echt gedacht dat mijn leven niet meer leuk zou worden. Maar dit is echt niet het geval gebleken.

Ik geloof dat mensen van nature pessimistisch of optimistisch zijn. En ik ben een rasoptimist. Ik denk dat dit me enorm heeft geholpen bij het accepteren van mijn dwarslaesie. Daarbij geloof ik dat mensen tot meer in staat zijn dan ze denken. Mijn theorie hierbij is dat we afstammen van vele generaties mensen die in moeilijke tijden leefden en daar een flinke dosis optimisme en aanpassingsvermogen bij nodig moeten hebben gehad.

Ook spelen in het Nederlands rolstoelbasketbal heeft me geholpen. Wat voor homo’s de Gay Pride is, is voor gehandicapten de Paralympische Spelen. Het heeft me geholpen om van accepteren naar omarmen te gaan, hoewel ik dacht dat acceptatie al het hoogst haalbare was. Ik heb veel gepraat met anderen die ook positief met hun handicap omgingen en kon veel van hen leren. Uiteindelijk werd ik blij om bij hen te horen, terwijl ik me eerst voor mijn dwarslaesie schaamde. Ik werd trots op het feit dat ik bij een groep mensen hoor die ondanks hun handicap deel uitmaken van de maatschappij en hier hun best voor doen.”

Heb je weleens gedacht dat je dwarslaesie voorbestemd was?

“Nee, ik heb nooit gedacht dat mijn dwarslaesie een straf was van God of karma. Ook geloof ik niet dat er zoiets als een lot bestaat. Er is geen God en het leven staat ook niet vast. Het is een grote, random gebeurtenis. Voor veel mensen voelt een zware gebeurtenis achteraf als iets dat voorbestemd was, maar ik geloof daar niet in.”

Ben je nu gelukkiger dan voor je dwarslaesie?

“Dat weet ik niet. Ik geloof dat ik ook zonder handicap heel gelukkig had kunnen worden. Ik begeef me nu in een periode waarin ik structureel heel blij ben en de dingen in mijn omgeving goedgaan. Ik heb een vriendin en een dochter. Ik heb geen enkele reden om ongelukkig te zijn.

Wel is het zo dat veel dingen waar ik vroeger van droomde nu zijn uitgekomen en vaak zijn verbonden aan mijn dwarslaesie. Maar dat wil niet zeggen dat ik het niet had kunnen realiseren zonder handicap.”

Je hebt weleens gezegd dat je lopen niet eens meer leuk vindt?

“Dat klopt. Ik vind het niet leuk, omdat ik er niet goed in ben. Jarenlang heb ik gehoopt dat het weer zou lukken en heb hier keihard mijn best voor gedaan. Maar op een gegeven moment ben ik dit los gaan laten. Tegenwoordig heb ik er geen enkele ambitie meer bij, maar doe het alleen omdat het goed is om af en toe te blijven bewegen.”

Wat is de belangrijkste boodschap van je voorstelling?

“Dat het niet gaat om de omstandigheden, maar om hoe je ernaar kijkt. Je hebt immers geen invloed op de dingen die in het leven gebeuren. Wel ben ik me ervan bewust dat dit niet van de een op de andere dag gebeurt. Maar dit inzicht heeft me veel kracht gegeven om door te zetten.

Ik ben van mening dat mensen die iets zwaars hebben meegemaakt het volste recht hebben om lang over het acceptatieproces te doen. En wanneer dit niet lukt, is dit ook oké. Daar moet je maar net geluk bij hebben. Ik wil niet dat anderen het idee krijgen dat ze net zo moeten eindigen als ik, maar enkel mijn verhaal met hen delen zodat ze zelf kunnen beslissen wat ze ermee doen. Dat is voor iedereen anders. Laatst haalde iemand er bijvoorbeeld uit dat hij wilde stoppen met roken. Dat is natuurlijk ook mooi!”