Ontwikkeling kent momenten waarop iets moet lukken, anders is de kans verkeken, vertelt Wouter Staal. De hoogleraar Klinische Kinder- en Jeugdpsychiatrie, bijzonder hoogleraar Autismespectrumstoornissen en kinder- en jeugdpsychiater bij Karakter licht toe: “Ik ben nu vijftig en vrij kansloos als ik een nieuwe taal wil leren. Op vierjarige leeftijd was het echter geen probleem geweest.” Hetzelfde principe gaat op voor zorg en interventies rondom psychiatrische problematiek: hoe eerder men begint, hoe beter. Een eerste stap daarbij is het zo vroeg mogelijk in kaart brengen van psychische kwetsbaarheid, betoogt Staal.

Wat zou u graag anders zien in de huidige benadering van psychiatrische problematiek?
“In brede zin focust de discussie over psychiatrische zorg zich nu vaak op de opvatting dat psychische aandoeningen heel veel voorkomend zijn versus de opvatting dat het allemaal wel meevalt. Je kunt het echter beter hebben over psychische kwetsbaarheid en hoe die zich verdeelt over de bevolking. Er is veel evidentie dat deze verdeling ‘normaal’ is (een gausscurve), wat wil zeggen dat een relatief klein deel zo kwetsbaar is dat ze grote kans hebben op een psychisch probleem, het grootste deel een beetje kwetsbaar is afhankelijk van de context, en weer een klein deel nooit klachten ontwikkelt – wat er ook gebeurt. Als je daarvan uitgaat, kun je per groep vragen stellen over welke kennis van belang is voor goede zorg. Voor de hele kwetsbare groep wil je bijvoorbeeld weten welke biologische oorzaken er zijn in die aanleg, waar je vroeginterventie kunt doen en welke vormen van behandeling je kunt inzetten. Terwijl je je voor de grote groep in het midden moet afvragen welke omgevingsfactoren een rol spelen in kwetsbaarheid en preventie daarvan.”

Hoe vertaalt deze denkwijze zich naar de praktijk?
“Er is een groep waarbij je problematiek kunt voorspellen, kinderen met genetische afwijkingen zoals neurobiologische ontwikkelingsstoornissen waarvan we weten dat ze kwetsbaar zijn. Later blijken zij vaak een verstandelijke beperking te hebben, of autisme of een verhoogde kans op psychose. Die kun je proberen gedurende hun leven terug in de maatschappij te duwen om te participeren, maar dat wordt erg moeilijk. In plaats daarvan wil je voor die kinderen de zorg zo vroeg, strak en efficiënt mogelijk inrichten. Bijvoorbeeld door op een leeftijd van 18 maanden al extra op te letten of de ontwikkeling optimaal verloopt en een omgeving te creëren waarin de ontwikkeling maximaal is, ondanks de kwetsbaarheid.”

Waarom is die vroege zorg zo van belang?
“Je wil voor deze kwetsbare groep problemen proberen te voorkomen. Bijvoorbeeld door kinderen met autisme te ondersteunen in hun spraak-taalontwikkeling. Als je hen vroeg traint, is er voor een deel van die groep wel degelijk taalontwikkeling mogelijk, wat weer helpt bij de positionering in de maatschappij.”

Hoe dragen jullie bij aan betere zorg voor deze kwetsbare groep?
“Organisaties als Karakter spelen een belangrijke en tegelijkertijd bescheiden rol. Iemands autisme begint en eindigt niet bij de voordeur van mijn spreekkamer – het heeft effect op alle domeinen. Dus werken we samen met scholen en gezinnen en trainen we ouders bijvoorbeeld in de pivotal response treatment-methode, zodat zij thuis een stukje regie houden. Ook kijken we thuis mee en geven adviezen die aansluiten bij de dagelijkse leefomgeving van het kind. Ons Centrum Jonge Kind en de zorglijn Autisme-ADHD waar dit onderdeel van is, hebben het TOPGGz-keurmerk. Ons doel is om een netwerk van de juiste zorg om iemand heen te organiseren dat meebeweegt met iemands ontwikkeling.”

Meer informatie?
www.karakter.com