Psychische aandoeningen staan bovenaan de Wereldgezondheidslijst van de meest invaliderende ziekten ter wereld. De levenslange aandoeningen beïnvloeden elk aspect van iemands leven, en dat van hun naasten. Husseini Manji, Global Therapeutic Head Neuroscience bij Janssen Research & Development (US), en Inge van der Heijden, Medisch Adviseur Neuroscience, Janssen Nederland, vertellen over de uitdagingen en de vooruitgang op het gebied van preventie, behandeling en genezing van psychische aandoeningen.

Synaptische plasticiteit

Welke vooruitgang is er de afgelopen 20 jaar geboekt in de neurowetenschappen? Kunt u de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot psychische aandoeningen aanwijzen?
Manji: “Er is op veel niveaus vooruitgang geboekt. De grootste vooruitgang heeft plaatsgevonden op het gebied van synaptische plasticiteit in het brein. Synaptische plasticiteit bepaalt de mate waarin verschillende delen van het brein verbonden zijn. Een goed voorbeeld van dit begrip is dat iemand zich over een jaar een gesprek zal kunnen herinneren dat vandaag heeft plaatsgevonden. Niet alle details, maar wel het algehele onderwerp. Dat komt omdat er tijdens het gesprek verandering plaatsvindt in de synapsen, de verbindingen die communicatie tussen hersencellen faciliteren, om informatie korter of langer op te slaan.

Inzicht in het onderliggende proces hiervan leidt tot veel therapeutische vooruitgang. Verder zijn er verscheidene genen geïdentificeerd die een rol spelen bij psychische aandoeningen en weet men meer over de invloed van omgevingsfactoren. Zo is tegenwoordig bekend dat stress bij kinderen bepaalde genen kan activeren die tientallen jaren later kunnen leiden tot het risico op een psychische aandoening. Een andere ontwikkeling die tot vooruitgang heeft geleid, zijn beeldvormende technieken die het mogelijk maken om de hersenfunctie te visualiseren en te kijken naar specifieke circuits en hoe ze werken.”

Gevolgen psychische aandoeningen

Wat is jullie missie binnen dit uitdagende werkveld?
Manji: “Janssen erkent dat we als ‘s werelds grootste bedrijf in de gezondheidszorg de verantwoordelijkheid voor de strijd tegen psychische aandoeningen op ons moeten nemen. Niet alleen middels onderzoek en ontwikkeling, waarbij we deze ziekten proberen te begrijpen en toewerken naar een betere behandeling, maar ook door mensen te stimuleren om samen te werken, in publiek-private partnerschappen en consortia. Het gaat ons niet enkel om het ontwikkelen van een medicijn, maar ook om het vergroten en delen van kennis zodat de mensheid hiervan kan profiteren. Daarnaast streven we ernaar om het stigma rondom psychische aandoeningen te verminderen.”

Psychische aandoeningen hebben een vernietigend effect en de gevolgen voor patiënten en hun omgeving kunnen enorm zijn. Hoe kan jullie missie de last verminderen voor mensen die hier het meest onder lijden?
Manji: “De grootste impact komt ongetwijfeld voort uit onderzoek en het ontwikkelen van een betere behandeling. Dat hoeft geen pil te zijn; het kan ook psychotherapie of een combinatie van beide zijn. Maar uiteindelijk gaat het om het voorkomen van ziekte, het behandelen van ziekte of het genezen van ziekte. Een grote succesfactor daarbij is het verminderen van stigmatisering, zodat meer mensen hulp zoeken en behandelingen kunnen krijgen die vandaag reeds beschikbaar zijn. Daarnaast zouden onderzoeksbudgetten hoger zijn als mensen zich meer bewust zouden zijn hoe belastend en veelvoorkomend deze ziekten zijn. Bovendien zouden patiënten eerder geneigd zijn om aan onderzoek deel te nemen als stigma en schaamte geen rol speelden.”

Eerder heeft u neurowetenschappelijk onderzoek omschreven als een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Kunt u dat toelichten?
Manji: “Bij grote problemen die van invloed zijn op de mensheid is de kans groter dat we vooruitgang boeken als we dit gezamenlijk aanpakken. Binnen de geneeskunde is hiv/aids hier een goed voorbeeld van. Twee à drie decennia geleden wist je bij een hiv-diagnose zeker dat je binnen twee jaar zou komen te overlijden. Patiënten, belangenbehartigers, de overheid, bedrijven en academici zijn toen bijeengekomen met de boodschap: we moeten hier iets aan doen. Tegenwoordig kan hiv in de meeste westerse landen een chronische ziekte zijn, omdat mensen toen bereid waren om samen te werken. Wij willen de samenleving nog meer stimuleren om het onderzoeksaspect op zich te nemen als een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het gaat niet alleen om geld, maar de realiteit is dat hoe meer onderzoek je kunt doen, hoe groter de vooruitgang zal zijn.”

Inge van der Heijden

Inge van der Heijden

Van der Heijden: “Naast wereldwijde samenwerking brengen we partijen op kleinere schaal op lokaal niveau bij elkaar. In Nederland werkt Janssen samen met verschillende belanghebbenden om gezamenlijke expertise en inspanningen te bundelen ter verbetering van de zorg voor mensen met een psychische aandoening.”

Bewustzijn vergroten

Welke partijen en initiatieven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan neurowetenschappelijk onderzoek?
Manji: “Een G8-top staat hoog op onze lijst. Vorig jaar vond de eerste wereldwijde ministeriële geestelijke gezondheidsconferentie ooit plaats, waaraan wij hebben deelgenomen. Verder zetten we ons in voor de financiering van zoveel mogelijk initiatieven, onder andere in samenwerking met goede doelen. Omdat Janssen binnen dit werkveld het toonaangevende farmaceutische bedrijf is, worden we vaak benaderd om samen te werken.”

Van der Heijden: “De tweede editie van de ministeriële gezondheidsconferentie zal dit jaar in Nederland plaatsvinden. Het is goed om te zien dat de overheid initiatieven ondersteunt om het bewustzijn te vergroten en het stigma rond geestelijke gezondheid te verminderen. Ook overheidscampagnes zoals ‘Hey! Het is oké’ dragen hieraan bij.”

Met dit soort samenwerkingen streven jullie naar geïntegreerde oplossingen voor patiënten met een psychische aandoening. Kunt u dit toelichten?
Manji: “Met geïntegreerde oplossingen bedoel ik twee dingen. Ten eerste het holistisch behandelen van mensen, in plaats van lichaam en geest als twee aparte zaken te zien. We hebben in de geneeskunde veel geleerd, wat goed is, maar het nadeel is dat alles zo gespecialiseerd wordt dat patiënten niet holistisch behandeld worden. We moeten de persoon centraal stellen. Ten tweede doel ik op de toepassing van digitale technologie. Zouden we vroegtijdige waarschuwingssignalen kunnen oppikken via sensoren in smartphones en een seintje krijgen dat iemand risico loopt op een terugval? Dan kan je er misschien iets aan doen. Daarbij zouden patiënten zelf eigenaar van de gegevens moeten zijn. Zij moeten beslissen wat er met die gegevens gebeurt.”

Een van de onderwerpen waar jullie je voor inzetten is stemmingsstoornissen, met een focus op depressie. Waarom is vooruitgang hard nodig voor deze specifieke ziekte?
Manji: “Ernstige depressie is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van invaliditeit. Ziekten en stoornissen als deze zijn enorm beperkend en treffen veel mensen – maar er is reden tot hoop. Wanneer we als samenleving samenwerken, kunnen we aanzienlijke wetenschappelijke vooruitgang boeken. Mensen die aan stemmingsstoornissen lijden, hoeven dit niet in stilte en schaamte te doen. Het zijn ziekten die te behandelen zijn en we hebben alle reden om te geloven dat de behandelingen steeds beter zullen worden en mensen hun leven zullen teruggeven.”