Bestempel jij jezelf als zeer actief? Dan hebben we helaas slecht nieuws voor je. Onderzoekers veronderstellen namelijk dat intensieve beweging mogelijk is verbonden aan een hoger risico op Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS). De studie is onlangs verschenen in the Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry.

ALS

ALS is een zeldzame, maar ernstige aandoening van het zenuwstelsel waarbij de zogenoemde motorische zenuwcellen worden aangevallen. Deze cellen, die de spieren achter alledaagse bewegingen reguleren, sterven hierdoor langzaam af. Hoewel de ziekte in de meeste gevallen met stijfte en zwakte in de spieren begint, kan het eindigen op het punt dat iemand niet meer in staat is om te spreken, te lopen en zelfs te ademen.

Ondanks veel studies naar de ziekte, is de oorzaak achter ALS nog steeds niet bekend. Wel zijn er wetenschappers die stellen dat zowel genen als omgevingsfactoren een rol spelen. Zo zouden mensen met virusinfecties en fysieke trauma’s meer risico lopen.

4479 deelnemers

De wetenschappers wilden het verband bestuderen tussen fysieke activiteit en de ontwikkeling van ALS. Hiervoor analyseerden zij de gegevens van 1557 mensen die net een diagnose hadden gekregen en 2922 mensen zonder de ziekte. De deelnemers waren rond de zestig jaar oud en afkomstig uit Ierland, Italië en Nederland.

De wetenschappers vroegen alle deelnemers om een uitgebreide enquête in te vullen. Hierin werd onder meer gevraagd naar hun opleidingsniveau, rookgedrag en andere leefstijlgewoonten. Daarnaast moesten ze hun niveau van fysieke activiteit op het werk en in hun vrije tijd aangeven.

MET-waarde

Om aan elke deelnemer een score voor het fysieke activiteitsniveau toe te wijzen, maakte het team gebruik van zogenoemde MET-waardes. De MET-waarde staat voor de hoeveelheid energie die een bepaalde fysieke inspanning kost ten opzichte van de hoeveelheid benodigde energie in rust. Voor slapen geldt bijvoorbeeld een MET-waarde van 0,9 en voor rennen 8,0.

Door alle activiteiten van de deelnemers te combineren met de bijbehorende MET-waarde van deze activiteiten, konden de wetenschappers aan iedereen een score geven. Dit noemden zij de physical activity lifetime score.

26% hoger risico

Uiteindelijk bleek een hoge physical activity lifetime score tijdens de werkuren verbonden te zijn aan 7% meer risico om ALS te ontwikkelen. Keek het team naar deze score voor de vrije tijd, dan was de verhoogde kans 6%. Gezamenlijk zorgden de scores voor 6% meer risico op ALS. Dit verband was met name te zien bij de Ierse en Italiaanse deelnemers.

Wanneer het verhoogde risico van 6% op alle activiteiten werd toegepast, bleken degenen met de hoogste physical activity lifetime scores 26% meer risico op ALS te lopen in vergelijking met degenen met de laagste scores.

Daarnaast ontdekte het team dat het risico in lijn steeg met de scores, wat mogelijk verklaart waarom de ziekte relatief vaak voorkomt bij atleten en professionele sporters.

Fysieke activiteit niet minderen

Hoewel er sprake lijkt te zijn van een duidelijk verband, stellen de wetenschappers dat hun studie slechts een observerende is. Er is dan ook nog niet aangetoond dat intensieve fysieke activiteit daadwerkelijk tot ALS zou leiden. Bovendien zijn andere factoren, zoals trauma’s of diëten, buiten beschouwing gelaten.

Ook benadrukt het team dat zij niet adviseren om minder te bewegen. Van fysieke activiteit is immers bekend dat het veel gezondheidsproblemen, zoals diabetes, hartaandoeningen en kanker, kan voorkomen. Dezeaandoeningen komen veel vaker voor dan ALS.