Op 14 juli 2016 trad in Nederland het VN-verdrag Handicap in werking. Doel van dit verdrag is het bevorderen en waarborgen van de rechten van mensen met een beperking. Nederland was relatief
laat met het ratificeren van dit VN-verdrag. Geeft Nederland wel voldoende prioriteit aan participatie van gehandicapten?

Frank Bluiminck, directeur van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), is van mening dat Nederland het verdrag best wat eerder had kunnen ondertekenen. Men wilde hier eerst helemaal in kaart brengen of de Nederlandse samenleving niet al voldeed aan de nieuwe VN-norm. Dat onderzoek heeft erg lang geduurd, tot groot ongenoegen van de sector. Ook in het implementatieplan dat er nu ligt, zijn volgens Bluiminck onnodig veel bureaucratische stappen ingebouwd die slagvaardig optreden in de weg staan. De discussie spitst zich nu bijvoorbeeld vooral toe op toegankelijkheid van publieke gebouwen. Maar hier en daar een drempel weghalen is nog geen participatiebeleid, vindt Bluiminck. “Alle sectoren moeten mee. Het VN-verdrag gaat over de hele samenleving.”

Meer dan alleen fysieke toegankelijkheid

Wat Bluiminck betreft mag er meer gedaan worden om mensen met een handicap echt te laten meedoen. Gemeenten hebben wat hem betreft een cruciale rol in dit proces. Het gaat ten slotte ook over toegang tot het sociaal domein: huisvesting, onderwijs, schuldhulp, uitkeringen, et cetera. Kunnen mensen echt meedoen op de arbeidsmarkt? Volgens Bluiminck is het vaak nog slecht gesteld met dit soort zaken. “Brieven van de gemeente zijn voor de doorsnee burger soms al een uitdaging. Laat staan voor iemand met een (licht) verstandelijke beperking.”

Bluiminck begrijpt dat gemeenten soms weinig financiële ruimte hebben, maar soms is het niet meer dan een kwestie van organiseren en cultuur. Vaak moeten gehandicapten bijvoorbeeld van loket naar loket om gebruik te maken van eenvoudige gemeentelijke voorzieningen, zoals thuiszorg of een parkeerkaart. Het vergt een andere, bewustere mindset bij overheden om te zien wat zoiets betekent voor iemand met een beperking.

Verkiezingen

Ook volgens Koos Spanbroek van SIEN, de belangenvereniging voor mensen met een verstandelijke beperking, is er een wereld te winnen door meer bewustzijn te kweken: “Als je zelf geen beperking hebt en er niet op let, zie je ook nauwelijks waar het misgaat voor mensen die wel een handicap hebben.” Hoe gemakkelijk is het bijvoorbeeld om te stemmen voor iemand met een visuele of verstandelijke beperking? In Nederland zijn ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijk beperking. Daarnaast zijn er 2,3 miljoen mensen met een laag IQ (tot 85). De Nederlandse grondwet regelt het basisrecht dat iedereen mag stemmen vanaf 18 jaar. Maar net zoals voor mensen met een visuele beperking is het voor verstandelijk gehandicapten vaak ingewikkeld om zonder hulp van anderen gebruik te maken van dit eenvoudige grondrecht.

Hulp bij stemmen

Spanbroek: “Kijk eens met andere ogen naar een stemformulier. Als je een klein beetje dyslectisch bent, dan kom je er al niet uit.” Ook het gemiddelde verkiezingsprogramma is nauwelijks te begrijpen voor iemand met een verstandelijke beperking. Volgens Spanbroek ligt er dan ook een rol bij de partijen zelf om in een gewone taal uit te leggen waar een programma nu eigenlijk over gaat. Daarnaast moet er veel geoefend worden met en door gehandicapten zelf. Familieleden, vrienden, wettelijke vertegenwoordigers of vrijwilligers kunnen daarbij helpen.

Het is belangrijk dat participatie van gehandicapten een zaak wordt die ons allemaal aangaat, vindt Spanbroek. Mensen met een verstandelijke beperking hebben bijvoorbeeld ook in het stemhokje hulp nodig. Helaas staat de huidige kieswet dit niet toe. Terwijl mensen met een fysieke of visuele beperking wel geholpen mogen worden. “Ik snap de angst voor beïnvloeding in het hokje. Maar hoe het dan wel moet, daar wordt niet over nagedacht.”

Soms komen Spanbroek verhalen ter ore die hem echt zorgen baren. Zo komt het voor dat zorginstellingen stempassen niet doorgeven aan bewoners ‘omdat ze toch niet kunnen stemmen’. Heel zorgelijk, vindt hij: de overheid zou haar verantwoordelijkheid moeten nemen als het aankomt op grondrechten. Maar ook politieke partijen zelf kunnen hieraan bijdragen, naast het begrijpelijker maken van hun programma’s. Zo kunnen verkiezingsposters een stuk eenduidiger. Nu staan er de ene keer een afkorting van de partij vermeldt en dan weer de hele naam voluit. Voor mensen met een beperking is dat best ingewikkeld. In het nieuwe regeerakkoord is al een aanzet gedaan om iedereen mee te laten doen, vertelt Spanbroek. “Nu moeten we het nog organiseren.”

Groepen in zorgsysteem divers

De doelgroep van de VGN is veel groter dan alleen de mensen die onder de Wet Langdurige Zorg vallen, legt Bluiminck uit. Dat zijn de meest kwetsbare mensen met een beperking die een langdurige behoefte hebben aan permanent toezicht, of 24-uurszorg. Mensen die iets meer kunnen, vallen onder de WMO. “Dan heb je het toch ook snel over zo’n 100.000 mensen met een beperking.”

Zelfs mensen met een laag IQ (een score tot 85) zouden volgens Bluiminck moeten vallen binnen de doelgroep van het VN-verdrag. Het gaat hier om 2,3 miljoen Nederlanders. “De meeste mensen met een laag IQ kunnen prima functioneren, maar een deel van hen komt toch ook in het zorgsysteem terecht, vaak door psychische problemen of schulden waarmee ze te kampen hebben.” Wat betreft Bluiminck zou ook deze groep een maatschappelijke prioriteit moeten krijgen. Hij staat hier niet alleen in. Ook onderzoeken van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid en het Sociaal en Cultureel Planbureau signaleren een chronische overschatting van deze mensen door de overheid.

‘Nederland onbeperkt’

De VGN is ook initiatiefnemer van de verkiezing van de meest toegankelijke gemeente van Nederland. Mensen met een beperking en hun verwanten kunnen Nederlandse gemeenten waarin ze wonen beoordelen op hun toegankelijkheid via de website van de verkiezingen. De winnaar van de wedstrijd wordt vlak voor de komende gemeenteraadsverkiezingen bekend gemaakt. De verkiezing van de meest toegankelijke gemeente is onderdeel van Nederland Onbeperkt, de campagne die de VGN vorig jaar is gestart om mensen met een beperking zichtbaarder te maken. De VGN wil daarmee laten zien dat gehandicapten onderdeel zijn – en willen zijn – van de samenleving, legt Bluiminck uit. “Het motto is: ‘We zijn zo ver gekomen – en we willen door!’. Tijdens de komende verkiezing gaan we eerst ervaringen verzamelen over fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte. Daarna is het tijd voor verdiepend onderzoek op de andere levensdomeinen.”