Hormonale veranderingen tijdens de menstruatiecyclus hebben geen invloed op de hersenwerking. Dat blijkt uit een onderzoek van de Hannover Medical School en University Hospital Zurich.

Onderzoek naar menstruatie en de hersenwerking

De nieuwe studie moet de manier waarop we over de menstruatiecyclus denken veranderen. Voorheen werd er namelijk vaak gedacht dat ongestelde vrouwen geen optimale cognitieve prestaties kunnen leveren, maar dit idee lijkt achterhaald te zijn.

Professor Brigitte Leeners en haar team deden onderzoek naar de hersenwerking van ongestelde vrouwen. Hierbij werden er drie cognitieve vaardigheden onder de loep genomen. Dit waren het werkgeheugen, het voorkomen van denkfouten en de concentratie. Uit deze analyse kwam naar voren dat de oestrogeen-, progesteron- en testosteronniveaus geen invloed hebben op het denkvermogen.

Geen stelselmatige invloed

Hoewel sommige hormonen bij een deel van de deelneemsters in verband werden gebracht met veranderingen, herhaalde dit zich niet in de daaropvolgende menstruatiecyclus. Over het algemeen hadden geen van de onderzochte hormonen dus een stelselmatige invloed op de hersenen.

“Als psychotherapeut en specialist op het gebied van voortplantingsgeneeskunde heb ik veel te maken met vrouwen die de indruk hebben dat de menstruatiecyclus invloed heeft op hun cognitieve vaardigheden,” zegt Leeners.

Dit gaf de aanleiding voor het onderzoek, waarbij Leeners en haar team het anekdotische bewijs wetenschappelijk op de proef wilden stellen. Daarnaast bestudeerden ze de methodiek van soortgelijke onderzoeken, om tot een sluitend antwoord te komen op dit controversiële vraagstuk.

Nieuwe methodiek

Het onderzoek werd onder 68 vrouwen verricht, wat een grotere groep dan gebruikelijk is. Daarnaast duurde het onderzoek twee maanden waardoor de onderzoekers de effecten van opeenvolgende menstruatiecycli met elkaar konden vergelijken.

Leeners: “De hormonale veranderingen die gepaard gaan met de menstruatie hadden geen invloed op de cognitieve vaardigheden. Natuurlijk kunnen er uitzonderingen zijn, maar over het algemeen wordt de hersenwerking niet verstoord door de menstruatiecyclus.”

Leeners waarschuwt echter wel dat er meer werk te doen is. Hoewel het onderzoek een grote stap voorwaarts betekent, zijn er grootschaligere onderzoeken nodig waarin er meer cognitieve vaardigheden aan bod komen. Dit zal een realistischer beeld geven van het effect van de menstruatiecyclus op de hersenen.

In de tussentijd hoopt Leeners dat het onderzoek, dat in Frontiers in Behavorial Neuroscience gepubliceerd is, de manier verandert waarop er over de menstruatie gedacht wordt.