Ouderen hebben vaak moeite om hun mondhygiëne op peil te houden, en de gevolgen van een slechte mondhygiëne kunnen ernstig zijn. Hoog tijd voor betere mondzorg voor ouderen, vinden Henk Donker van het KNMT en Barbara Janssens van het UZ Gent.

Slechte mondhygiëne

Veel ouderen hebben problemen door een slechte mondhygiëne. “We zien toch echt schrijnende gevallen voorbij komen,” vertelt Henk Donker. Donker is inmiddels veertig jaar tandarts en bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Tandheelkunde (KNMT). “Vaak gaat het om ouderen die niet meer zelf in staat zijn om goed voor hun mond te zorgen: mensen die bijvoorbeeld dankzij dementie vergeten te poetsen, of mensen die zo bedlegerig zijn dat ze niet meer bij de tandarts kunnen komen.”

Het nalaten van de nodige tandzorg, zoals goed poetsen en het regelmatig bezoeken van een tandarts, is slechts een van de redenen waarom ouderen een verhoogd risico lopen op een slechte mond. Ook medicijngebruik is een belangrijke factor voor tandbederf onder ouderen. Barbara Janssens (UZ Gent) onderzocht mondhygiëne onder ouderen in Vlaanderen. “Vrijwel alle ouderen slikken medicijnen, en veel van deze medicijnen veroorzaken een droge mond. Een droge mond is zeer vatbaar voor cariës: het speeksel beschermt de tanden doordat het de zuurtegraad van de mond reguleert en zorgt dat voedsel minder aan de tanden blijft plakken.”

Ernstige gevolgen

Veel ouderen denken dat hun slechter wordende gebit nu eenmaal bij het ouder worden hoort. Daarom zijn zij minder snel geneigd om aan de bel te trekken wanneer problemen zich voordoen: het hoort er immers gewoon bij. Toch is dit volgens Donker absoluut niet het geval. “Ik heb een patiënt in de stoel die maar liefst 101 jaar oud is, en bij hem gaat het prima: hij kan nog goed voor zijn eigen mondhygiëne zorgen. En hij is niet alleen, hetzelfde zie ik bij andere patiënten van over de 80 of 90 die nog goed zelfstandig zijn. Ook bij patiënten die door anderen goed verzorgd worden, gaat het vaak goed. Het gaat pas mis wanneer patiënten afhankelijk worden van anderen, en deze hulpverleners te weinig aandacht hebben voor mondzorg. Helaas zie je dat steeds vaker, nu de druk in de zorg toeneemt: de verzorgers hebben steeds minder tijd, en daarom wil goede tandzorg er nog weleens bij in schieten.”

De gevolgen van een slechte mond kunnen ernstig zijn, zeker omdat ouderen vaker zwakker zijn. “Er is een sterk verband tussen slechte mondhygiëne en hartklachten, diabetes en longontsteking,” vertelt Janssens. “Een slechte mond is vaak constant ontstoken, en de bijproducten van deze ontstekingen komen in de bloedbaan terecht: dit betekent een enorme belasting voor het hart en de bloedvaten. Bovendien is aangetoond dat mensen met een slechte mondhygiëne bacteriën inademen, die vervolgens een longontsteking kunnen veroorzaken.”

Mobiele zorgteams

“Bij maar liefst 10 procent van alle ouderen die sterven aan een longontsteking, wordt deze veroorzaakt door het inademen van mondbacteriën,” vertelt Donker. “En dan hebben we het alleen nog maar over longontstekingen, en niet over hartklachten of diabetes. Er is dus ontzettend veel te winnen met betere mondzorg voor ouderen.” Hoe valt deze winst te boeken? “Wij als tandartsen proberen in onze praktijken de toegankelijkheid voor oudere patiënten te verbeteren. Daarnaast kunnen we mensen die minder mobiel zijn actief helpen om naar de praktijk te komen, bijvoorbeeld door ze te wijzen op deeltaxi-initiatieven. En als de patiënt niet naar ons kan komen, moeten wij tandartsen naar de patiënten komen,” zegt Donker. Janssens sluit zich hier bij aan. Haar onderzoek richtte zich op de inzet van mobiele mondzorgteams in West- en Oost-Vlaanderen.

“Dankzij deze mobiele zorgteams is de zorgnood onder de patiënten gehalveerd,” vertelt Janssens. “Het ging veelal om herstelwerkzaamheden aan kunstgebitten, maar ook om vullingen en extracties.” Hoe goed deze resultaten ook zijn, volgens Janssens is er ook ruimte voor verbetering. “We doen het nu met de middelen die we hebben, maar we hebben subsidie nodig om echt goed aan de slag te gaan. Bovendien zal de mondzorg in de toekomst een stuk complexer worden, omdat steeds meer mensen tot op hoge leeftijd hun eigen tanden en kiezen houden. Dan gaat het dus niet meer alleen om het herstellen van protheses, maar ook om ontzenuwde tanden, kronen, bruggen, vullen en andere soorten constructies. We moeten ons goed voorbereiden op deze toenemende complexiteit.”

Ook in Nederland is actie hard nodig, vindt Donker. “De komende twintig jaar verdubbelt het aantal 65-plussers en verviervoudigt het aantal 80-plussers: deze mensen hebben de juiste zorg hard nodig. Er zijn tandartsen die mobiele zorg aanbieden, maar dat is zeker niet overal. Ik zie graag dat er beleid gemaakt wordt zodat alle tandartsen ruimte krijgen om zorg op locatie te geven. Zolang ouderen zorg krijgen, gaat het goed met deze mensen. Maar zodra deze zorg wegvalt, holt hun mondgezondheid hard achteruit, met alle gevolgen daarvan.