Onlangs stond Rob voor de rechter. Omdat de bank niet wilde geloven dat hij uitvinder was van de euro had Rob een bommelding gedaan. Nu zat hij vast, zonder enig idee te hebben waarom. Zijn moeder weet het wel. Die moet haar Rob, ooit een gezonde jongen, hebben zien afglijden. Misschien was het pas een jaar terug, misschien al veel langer geleden.

Ik probeer me voor te stellen welke zoektocht moeder had moeten afleggen om de bajes voor haar zoon te voorkomen. Was hij een jaar of zeventien geweest, dan had een speciaal team voor vroege psychose de uitkomst geweest. Moeder had het kunnen vinden als het centrale meldnummer voor mensen met verward gedrag al was ingevoerd. Of ze had kunnen aankloppen bij de jeugdzorg die de expertise van de ggz (geestelijke gezondheidszorg) had ingekocht. Die een jaar later de dan volwassen Rob aan een FACT(Flexible Assertive Community Treatment)-team zou hebben overgedragen. Maar niets van dat alles. Rob zit op de plek waar hij de minste zorg kan verwachten: de gevangenis.

De weg naar goede zorg is complex om de problemen van Rob te keren. Met vier verschillende financiers die allemaal op hun eigen eiland zitten. En lange wachtlijsten, zoals onlangs in een onderzoek naar continuïteit van zorg werd geconstateerd. Doorzetters heb je nodig, die roepen dat het zover niet had hoeven komen. Om de Robben van deze wereld daarna op de goede plek in zorg te krijgen. Nu zijn het moeders. Maar de échte macht om door te zetten ligt bij de gemeente. Hoe lang zal het nog duren voor de moeders van Rob zich door hen gesteund weten?

Gastbijdrage van Bert Stavenuiter, directeur van Ypsilon, onderdeel van MIND.