Isabelle Plasmeijer (32) heeft haar eetstoornis overwonnen en helpt lotgenoten nu om hetzelfde te doen.

Hoe is het bij jou ontstaan?

“Op mijn zestiende had ik stiekem afslankpillen via internet besteld. Die verstopte ik in mijn bureaulade waar mijn ouders ze niet konden vinden. Om mij heen zag ik altijd wel meisjes die knapper en slanker waren, maar écht obsessief was ik nog niet met afvallen bezig. De afslankpillen hielpen, maar verder heb ik destijds niet veel ondernomen om af te vallen.

Mijn echte eetstoornis begon jaren later. Ik was 23 jaar toen mijn leven voor mijn gevoel even op z’n kop stond. Mijn afslankpogingen, vele diëten en detoxkuren veranderden in vreetbuien. Ik kreeg boulimia. Het leek dé oplossing. Ik kon eten wat ik wilde en toch bleef ik slank.

Ik was me er niet van bewust wat ik mijn lichaam aan deed. Ik had geen benul dat laxeren en overgeven zo enorm schadelijk was. Totdat het moment dat ik bloed moest overgeven. Dat was mijn keerpunt. Zo kon ik toch niet verder gaan?”

Wat waren je eerste klachten en welke acties zijn er toen ondernomen?

“Vaak lag ik te trillen van de kou met mijn kruik in bed. Niets hielp. Ik had het altijd koud. Ik was duizelig en had soms het gevoel dat ik flauw ging vallen. Door de ondervoeding zag ik zwarte vlekken voor mijn ogen.

Door het gebrek aan natrium en kalium had ik hartkloppingen en kreeg ik hartritmestoornissen. Ik was übergevoelig en prikkelbaar. Ik kon niets meer hebben. Mijn concentratie en energieniveau waren laag. Ik was op. Veel van mijn klachten leken op een burn-out.”

Heb je lang met de klachten moeten rondlopen voordat je een diagnose kreeg?

“Samen met mijn moeder ben ik naar de huisarts gegaan. De huisarts was erg behulpzaam en aardig. Ik had meteen door dat ik niet de eerste was die kwam voor hulp voor een eetprobleem. Het steunde om te horen dat ik niet de enige was die zo ‘raar’ deed met eten.

Toen ik eenmaal een traject startte bij de GGZ in Tilburg wist men niet zo goed wat ik nu precies had. De symptomen leken op anorexia, maar omdat ik ook overgaf kon het ook boulimia zijn. Uiteindelijk kreeg ik de diagnose NAO (niet anderszins omschreven). Zelf heb ik nooit waarde gehecht aan mijn diagnose of ‘label’. Ik had een probleem met eten. En hoe men het ook noemde, het maakte mij eigenlijk niet uit, ik wilde er vanaf!”

Wat voor impact heeft het op je dagelijks leven?

“Het grootste probleem voor mij was de schaamte die ik met mij meedroeg. Schaamte vormt een blokkade voor herstel. Ik wilde zo graag niet bezeten zijn met gedachten over eten. Ik wilde niet dat mensen mij raar aankeken als ik alleen maar worteltjes of tomaatjes at voor lunch. Ik wilde normaal zijn. Maar ik had een enorme angst om dik te worden en ‘slechte’ dingen te eten.

Ik durfde het tegen bijna niemand te vertellen. Ik had vele overtuigingen die mij tegen hielden. Ik wilde graag sterk zijn, een voorbeeld zijn voor anderen. Ik wilde niet ziek zijn. Huilen was een teken van zwakte in mijn ogen. En mijn kwetsbaarheid tonen was niet iets wat ik vroeger durfde te doen.”

Hoe gaat het nu met je?

“Tegenwoordig kan ik gelukkig met een lach terugkijken op deze nare periode. Mijn eetstoornis was mijn cadeau, een wijze leraar. Het heeft me veel geleerd over mezelf, anderen en de wereld. Het heeft mijn kijk op het leven totaal veranderd. Toen ik hersteld was wist ik duidelijk wat ik wilde. Mijn verhaal moest gedeeld worden.

Ik had de sleutel tot vrijheid in handen, en die kennis wil ik delen met anderen. Ik volgde diverse opleidingen tot coach. Ik ben altijd al zeer gedreven geweest, en nu kon ik mijn energie en passie inzetten voor iets positiefs. Inmiddels heb ik drie boeken geschreven en mijn bedrijf is sterk groeiende.

We helpen mensen in Nederland, maar ook daarbuiten. Samen met de coaches in mijn team vormen wij een voorbeeld dat herstel mogelijk is. Ook voor jou of jouw geliefde die met een eetstoornis worstelt is herstel mogelijk. Belangrijk is dat er gekeken wordt naar de onderliggende factoren die een eetstoornis in stand houden. Herstellen in gewicht is niet het enige wat er moet gebeuren. Je moet niet alleen het lichaam voeden, maar ook de geest.”

Wat wil je meegeven aan lotgenoten?

“Of je nu last hebt van eetbuien, bang bent om aan te komen of heel de dag wilt bewegen, onderzoek voor jezelf wat het is wat je werkelijk nodig hebt. Durf deze verlangens en wensen uit te spreken.

Vraag om hulp en stel jezelf kwetsbaar op. Er is niemand die jou het beste kan helpen dan jijzelf. Je moet je eigen beste vriend(in) worden. Want als jij het niet doet, wie dan wel? En als je het nu niet doet, wanneer dan wel? Verzin geen excuses om het leven van jouw dromen uit te stellen. Elke dag heb je de mogelijkheid het roer compleet om te gooien. Ik geloof in jou. Want als ik het kan, dan kan jij het ook!”