Om gerichte behandeling mogelijk te maken bij longkanker kan de arts aan de hand van moleculaire diagnostiek bepalen of de longtumor bepaalde mutaties bevat. Mutaties zijn veranderingen in het DNA van een cel. Voor sommigen geldt dat ze ervoor zorgen dat de tumorcellen ongecontroleerd groeien. Van een aantal mutaties is dit bekend en die zitten o.a. in de volgende genen: KRAS, EGFR, ALK, ROS, BRAF, HER2. Jan von der Thüsen, patholoog in het Erasmus MC legt uit wat het belang is van mutatiebepaling en hoe het wordt uitgevoerd.

Mutaties in kaart brengen met beperkt materiaal

Von der Thüsen vertelt dat de eerste stap is om een biopt (stukje weefsel) te nemen, waarvan onderzoek moet uitwijzen of het longkanker bevat. Blijkt dit het geval dan zijn er in grote lijnen twee mogelijkheden: kleincellig of niet-kleincellig carcinoom. Bij sommige vormen van uitgezaaide niet-kleincellige longkanker wordt een mutatiebepaling gedaan. “Om mutaties te bepalen kan nu gebruik worden gemaakt van de next generation sequencing-technologie. Hiermee is het mogelijk om tegelijkertijd een heel aantal verschillende mutaties in kaart te brengen met gebruik van een beperkte hoeveelheid materiaal.” Met de info verkregen over DNA-afwijkingen die voor de mutatie zorgen kan vervolgens een behandeling ingezet worden gericht op de individuele patiënt.

Groot belang bij mutatiebepaling

De voornaamste reden om een mutatiebepaling voor een breed aantal genen te doen is voorkomen dat een mutatie over het hoofd wordt gezien, wat weer consequenties kan hebben voor de behandeling. Von der Thüsen: “Het is belangrijk een compleet palet van tests uit te voeren, waarvoor een bepaald geneesmiddel beschikbaar is in Nederland. Alleen een test op mutatie van KRAS en EGFR en translocatie van ALK is dus niet meer afdoende, maar ook op bijvoorbeeld afwijkingen van ROS, BRAF en HER2.”

In principe worden alle patiënten die in aanmerking komen voor hierop gerichte therapie getest op mutaties, maar de procedure verschilt per ziekenhuis. De aanvraag voor de mutatieanalyse wordt meestal geïnitieerd door de longarts. In het Erasmus MC is een brede mutatiebepaling standaardprocedure nadat een biopt is afgenomen en hierin bepaalde vormen van niet-kleincellig longcarcinoom zijn gevonden. “Dit is een afspraak die gemaakt is vanuit de longartsenvereniging en geldt voor de vijf behandelcentra waartoe wij ook behoren en waar zeldzame mutaties worden behandeld.”
Voor alle centra geldt dat ze de kwaliteit van hun testen moeten waarborgen, inclusief de tests voor de nieuwere en zeldzame mutaties, om deze betrouwbaar te kunnen blijven uitvoeren.

EGFR-mutatie

Het begon volgens Von der Thüsen met de gevonden mutatie in de epidermale groeifactorreceptor (EGFR). Daar zijn inmiddels al enige tijd geneesmiddelen voor die gericht de celgroei remmen. Bij patiënten met een onder therapie ontstane aanvullende mutatie kan de werking van anti-EGFR behandeling op een gegeven moment stoppen, wat duidelijk wordt met behulp van een genetische test – tegenwoordig ook in bloed te bepalen – zodat zij ingesteld kunnen worden op een ander geneesmiddel.