Bij een deel van de zwangere vrouwen komt het voor: aanwijzingen die doen vermoeden dat het kindje zich te vroeg aandient. Maar is er ook daadwerkelijk sprake van een mogelijke vroeggeboorte? Om dat goed te kunnen inschatten heeft Hologic de foetale fibronectine test (fFN) ontwikkeld. Op basis van de uitslag kan gericht worden gereageerd en zo nodig behandeld. Hiermee wordt overbehandeling – met alle nadelige gevolgen van dien – zoveel mogelijk voorkomen. Onafhankelijk onderzoeker Merel Bruijn (UVA, faculteit Geneeskunde AMC), promoveert 9 november op dit onderwerp.

Wat meet de fFN-test precies?

“Foetaal fibronectine is een eiwit dat fungeert als een soort lijm tussen de vliezen en de bekleding van de baarmoeder. Dit eiwit komt vrij zodra de baring op gang komt. Gebeurt dit tijdens een zwangerschap tussen de 24 en 34 weken dan kan dat wijzen op een vroeggeboorte. Met de fFN-test kunnen we meten of dit eiwit aanwezig is in het vaginaal vocht en dus of er kans bestaat dat het kindje te vroeg wordt geboren.”

Hoe werkt de test?

“De test zetten we in bij vrouwen die naar het ziekenhuis komen met klachten en tussen de 24 – 34 weken zwanger zijn. Ze hebben bijvoorbeeld buikpijn, rugpijn of andere klachten die kunnen wijzen op een vroeggeboorte. We nemen wat vaginaal vocht af, dat vervolgens wordt geanalyseerd op aanwezigheid van het voornoemde eiwit. Voorheen gaf de uitslag alleen ‘positief’ of ‘negatief’ aan, maar recent is er een meer nauwkeurige test ontwikkelt die ook de hoeveelheid van het eiwit aangeeft. Hoe hoger de concentratie, hoe hoger de kans dat iemand daadwerkelijk gaat bevallen. Daar kun je het behandelbeleid verder op aanpassen.”

Wat zijn in zo’n geval mogelijke behandelingen?

“Wanneer de concentratie van het eiwit laag is, kunnen we iemand geruststellen dat de bevalling nog niet aanstaande is. Dan hoeven we niet onnodig medicatie toe te dienen of de moeder over te plaatsen. Blijkt het eiwitgehalte wel te hoog, dan geven we corticosteroïden voor 48 uur om de longen van de baby te laten rijpen voor het geval hij of zij toch wordt geboren. De zwangere vrouw krijgt daarnaast weeënremmers en wordt vervolgens overgeplaatst naar een perinatologisch centrum. Daar is de opvang voor premature baby’s optimaal. Een traject als deze heeft natuurlijk grote impact en wanneer er geen risico is op vroeggeboorte dan wil je dit uiteraard voorkomen.”

Wat zijn de nadelen van onnodige behandeling?

“Allereerst is er natuurlijk de emotionele belasting voor moeder en partner: de onzekerheid en het traject van overplaatsing zijn enorm stressvol. Daarnaast kan de toegediende medicatie bijwerkingen hebben voor zowel moeder als kind. Tot slot – maar ook niet onbelangrijk – kunnen door een betere inschatting en meer gerichte behandeling de kosten worden gedrukt.”

Hebben alle ziekenhuizen deze test voorhanden?

“Nee, uit mijn onderzoek bleek dat ongeveer 50 procent van alle ziekenhuizen in Nederland deze test op dit moment nog niet inzet. Zou dit wel het geval zijn, dan kan een derde van alle overplaatsingen van zwangere vrouwen voorkomen worden. Dus dat kan nog beter. Een belangrijke eerste stap daarin zou zijn dat de fFN-test wordt opgenomen in de landelijke richtlijn. Want ik merk wat het deze vrouwen doet wanneer je hen een stukje zekerheid kunt bieden.”