In de afgelopen tien jaar is het principe Value Based Health Care (VBHC), oftewel waardegedreven zorg, uitgegroeid tot een van de meest ingrijpende veranderingen in de zorg. In Nederland zijn inmiddels enkele honderden zorginstellingen bezig met de implementatie van VBHC, een hervormingsprincipe dat uitgaat van meer resultaatgerichte en gepersonaliseerde zorg. Waar komt het idee vandaan en wat betekent het voor patiënten?

Tijdens een prijsuitreiking voor zorgspecialisten werd de essentie van VBHC op pakkende wijze samengevat: ‘be more patient with patients’. En daarmee ligt de vinger op de zere plek, want de traditionele manier van werken in de zorg laat relatief weinig ruimte voor het betrekken van de patiënt bij diens behandeling. Bovendien volgt er zelden een gestructureerde meting van het eindresultaat, waardoor de uiteindelijke waarde van deze behandeling niet in kaart wordt gebracht. Hierdoor ligt onder- of overbehandeling op de loer en bestaat het risico dat een patiënt betaalt voor zorg die niet volledig aansluit op zijn of haar behoeften of wensen.

Afstemmming tussen specialist en patiënt

Enkele decennia geleden kon je het gemiddelde behandelingsproces van een patiënt typeren als eenrichtingsverkeer. De arts stelde een diagnose vast en bepaalde vervolgens de beste behandelingsmethode. Een patiënt stemde hier doorgaans zwijgend mee in, want de dokter was immers de expert. Best een risicovolle werkwijze, want de perceptie en verwachting van een specialist komen niet altijd overeen met die van de patiënt. Die ‘perceptiekloof’ bestaat nog altijd, vertelt professor Matthew Cripps van de Britse gezondheidsdienst NHS. Onlangs deed hij hier onderzoek naar en uit de resultaten bleek onder meer dat het overgrote deel van de chirurgen gelooft dat borstkankerpatiënten hoofdzakelijk vrezen voor het verlies van hun borsten. In werkelijkheid blijkt dit zelden het geval: slechts 7 procent van de patiënten noemt dit als hun voornaamste zorg. Cripps: “Het illustreert het gevaar van onvoldoende afstemming tussen de zorgspecialist en de patiënt, want op basis van deze misperceptie kan een specialist een verkeerde beslissing nemen.”

Behandelingsresultaat voorop

Cripps is directeur van NHS RightCare, een programma van de gezondheidsdienst om het behandelingsresultaat voor patiënten te waarborgen en te verbeteren. VBHC speelt hierbij een belangrijke rol, vertelt hij. “Het voornaamste uitgangspunt is ‘first do no harm’, oftewel: de behandeling mag de situatie van de patiënt niet verergeren. En helaas is dit soms niet zo vanzelfsprekend als het klinkt. Want besteedt een arts onvoldoende aandacht aan de patiënt, dan bestaat de kans dat de behandeling niet aansluit op zijn of haar situatie of wensen.” En dit leidt tot een verhoogd risico op overbehandeling, waarmee de patiënt mogelijk schade wordt aangedaan door bijvoorbeeld te veel medicatie. Of onderbehandeling, waardoor het gewenste resultaat niet wordt behaald. Zo’n misperceptie kan hieraan ten grondslag liggen. Tussen de zorgspecialist en een patiënt, maar ook tussen medewerkers onderling. Zoals een arts en een verpleegkundige.

Prominentere rol voor de patiënt

Cripps’ voorbeeld illustreert een van de noodzaken voor verandering van de wijze waarop de zorg functioneert. In die zin is het gunstig dat patiënten de laatste jaren een prominentere rol in hun eigen behandeling opeisen. Door de komst van het internet gaan zij vaak goed voorbereid op bezoek bij een dokter en schuwen zij niet hun mening te geven. Deze mentaliteitsverandering vergt een fikse wijziging in de werkwijze van zorgspecialisten. Het vraagt hen hun oude benadering op te geven en patiënten in het zorgproces toe te laten. Met het oog op deze verandering lanceerde de gerenommeerde, Amerikaanse Harvard-professor Michael Porter in 2006 het boek ‘Redefining Health Care’. Het betekende de start van Value Based Health Care, waarmee hij streeft naar een wereldwijde hervorming van de zorgindustrie. Tijdens de VBHC-prijsuitreiking vertelt Porter over de noodzaak voor deze verandering: “De zorg hanteerde jarenlang een fout verdienmodel. Het stimuleerde organisaties om zoveel mogelijk zorg aan te bieden, ook als het een patiënt niet zou helpen.” Het verdienmodel en het stimuleringssysteem sloten niet aan op de zorgwaarde voor de patiënt, vertelt hij. “Sterker nog, ze werkten het tegen. Gelukkig is er nu een kantelpunt.”

Focus op individuele zorg

De nieuwe werkwijze biedt zorgaanbieders de mogelijkheid een verandering naar resultaatgerichte zorg gestructureerd te implementeren. Aan de hand van het model kunnen instellingen hun patiënten gepersonaliseerde zorg aanbieden, waarmee ze onderen andere overbehandeling kunnen voorkomen. Binnen de nieuwe werkwijze is de vraag niet langer ‘past de cliënt binnen een bestaande behandeling?’, maar ‘hoe kan deze persoon het beste worden geholpen?’. Door de sterke focus op individuele zorg en behoeften, zijn ook de kosten beter in verhouding met het uiteindelijke resultaat. Over- of herbehandeling komen immers minder vaak voor. En deze efficiëntieslag komt gelegen, want zorginstellingen worden steeds nadrukkelijker geconfronteerd met een aantal complicerende trends. Allereerst is er de alsmaar stijgende levensverwachting, die logischerwijs een vergrijzing van de bevolking in de hand werkt. Deze ontwikkeling zorgt op zijn beurt voor een hoger aantal chronisch zieken, waardoor de behandeling van een gemiddelde patiënt de komende jaren intensiever en duurder wordt. Een bijkomend probleem is het personeelstekort, dat in een aantal zorgsectoren gestaag toeneemt. Werkgevers blijken vooral vacatures voor verpleegkundigen en verzorgenden moeilijk te kunnen invullen. En dat is problematisch, want met het groeiende aantal ouderen en chronisch zieken zal de werkdruk voor deze groep medewerkers naar verwachting flink stijgen.

Resultaatmetingen staan centraal

Deze trends onderstrepen andermaal de noodzaak voor een nieuwe, efficiëntere aanpak in de zorg. Met het nieuwe type zorg richten organisaties zich vooral op het meetbaar maken van de uitkomsten van de behandeling en de uiteindelijke zorgkosten, in samenwerking met de patiënt. Porter zegt resultaatmetingen van behandelingen het meest krachtige gereedschap te vinden om de zorg daadwerkelijk te veranderen. “Om zulke metingen mogelijk te maken is een bepaalde mate van standaardisatie echter essentieel, zodat we uitkomsten van verschillende patiënten en instellingen met elkaar kunnen vergelijken. Daar maken we steeds meer stappen in.” Ook Cripps onderschrijft de noodzaak van het beoordelen op resultaat. “De uitkomst van een behandeling is het antwoord op de vraag aan de patiënt ‘wat wil je dat hieruit komt?’. Het is het belangrijkste meetpunt en al het andere zou hieruit voort moeten vloeien.” Hij vertelt dat de Britten op dit vlak lange tijd veel te conservatief zijn geweest. Een combinatie van wanhoop en enthousiasme voor de hervorming, deed hen het licht zien. Inmiddels zijn er ruim 800 VBHC-initiatieven, maar volgens Cripps heeft Groot-Brittannië nog een lange weg te gaan. Hoewel ook andere landen dus stappen zetten in de hervorming van de zorg, prijst Porter vooral de aanpak in Nederland. “Er wordt hier enorm veel tijd gestoken in voorlichting en innovatie. Ik denk dat Nederland daardoor wereldwijd een leidende positie inneemt op het gebied van Value Based Health Care. En dat heeft het voor een groot deel te danken aan het leiderschap van een aantal experts.”

Hervormingen in de zorg

Een van hen is professor Fred van Eenennaam, voorzitter van de Value Based Health Care Center Europe. In 2008 bracht hij een bezoek aan Porter in Boston, samen met een aantal specialisten. Van Eenennaam raakte al snel gefascineerd en besloot het idee over te brengen naar Europa. Sindsdien heeft dit honderden Nederlandse zorginstellingen overgehaald om aan de slag te gaan met het principe. Zo ontving Van Eenennaam alleen het afgelopen jaar al 130 aanmeldingen voor de prijs voor het beste VBHC-initiatief. Hij zegt daarbij onderscheid te maken tussen ‘ruwe diamanten’ en ‘groeidiamanten’. “De ruwe diamanten hebben de potentie om anderen te inspireren, mits zij daarbij geholpen worden. Groeidiamanten zijn ook inspirerend bezig, maar hebben nog meer data nodig. De Value Based Health Care-experts hebben deze organisaties daarom hun hulp toegezegd.” Inmiddels kunnen nieuwe initiatiefnemers dus leren van honderden specialisten en ervaringsdeskundigen. Met zo’n grootschalige hervorming is de kans groot dat patiënten en specialisten vroeg of laat in aanraking komen met een VBHC-initiatief. Een bekend voorbeeld is de toenemende toepassing van eHealth, oftewel zorg via het internet. Een andere ontwikkeling die voor de deur staat is het gebruik van kunstmatige intelligentie, waarmee ziekten kunnen worden voorspeld aan de hand van onder meer het zorgverleden of de bloedwaarden van een patiënt.

Op de goede weg

Toch gaan de ontwikkelingen Porter nog niet snel genoeg. Hij realiseert zich dat het proces moeilijk en uitdagend is, maar merkt ook op dat organisaties en specialisten nog te veel excuses gebruiken om de verandering niet te hoeven omarmen. “Wat het extra lastig maakt, is dat de zorg van oudsher een erg conservatieve sector is. Dat is ergens wel begrijpelijk, want met de gezondheid van mensen moet je zorgvuldig omgaan.” Hij maakt hierbij een treffende vergelijking met het veranderen van iemands levensstijl. “Het is als iemand overtuigen van het belang van een gezond dieet: sommige mensen laten zich makkelijk overhalen en anderen doen wat moeilijker. Maar ik zie steeds meer positieve signalen, dus we zijn absoluut op de goede weg.”