Blijf op de hoogte

Samenwerken op weg naar sociale innovatie bij NAH

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is een breuk in de levenslijn. Hoewel een terugkeer naar het oude leven er niet meer inzit, kunnen mensen met NAH dankzij steun van de (in)directe omgeving en met begeleiding toch aanspraak blijven maken op toegang tot de arbeidsmarkt. Harrie de Loos (Spirit2Work), Kees Jongmans (Stichting hersenletsel.nl), Peter Sprinkhuizen (Stichting Daarnah) en Ben van den Brand (Libra Arbeidsexpertise) geven hun visie op de problematiek die bij NAH wordt ondervonden en leggen uit hoe zij vanuit hun expertise een bijdrage leveren in de aanpak ervan. Dit doen zij onder het mom van gezamenlijk de krachten bundelen op weg naar sociale innovaties voor mensen met NAH.

Wat zijn de meest voorkomende problemen waar tegenaan wordt gelopen in het re-integratieproces?

Jongmans: “De zichtbare gevolgen zoals bij iemand met een éénzijdige verlamming kunnen op te lossen zijn met aanpassingen op de werkvloer. Echter zijn het vaker de onzichtbare gevolgen die het functioneren beïnvloeden. Chronische vermoeidheid, karakterveranderingen (prikkelbaarheid) en concentratieproblemen zijn voorbeelden hiervan.”

Van den Brand: “Communicatieproblemen zijn veelvoorkomend. De combinatie van revalidatie en de aanwezigheid van arbeidsexpertise bij Libra vergemakkelijkt de communicatie en begeleiding in de verschillende fasen van NAH. Terwijl de revalidatie wordt ingezet, ontvangt men de informatie over het re-integratieproces. Hierbij wordt ook op maat in overleg met de revalidant, de werkgever betrokken. Deze weet dan in een vroeg stadium dat de werknemer over een bepaalde tijd klaar is met revalidatie. Een werkgever kan hier vervolgens samen met Libra arbeidsexpertise en de bedrijfsarts op in spelen.”

Welke rol vervullen jullie in het re-integratietraject? En voor wie is er nog meer een rol weggelegd?

Van den Brand: “Vanuit onze expertise bij Libra arbeidsexpertise onderzoeken we de mogelijkheden van een persoon om aan het werk te blijven of om weer aan het werk te kunnen gaan. We bedenken oplossingen voor de werkplek en ook de inhoud van het werk. In veel gevallen kan iemand nog maar een deel van het werk doen, dan begeleiden wij bij het uitvoeren van nieuwe taken. Daarnaast doen wij aan arbeidsplaatsing, waarbij iemand wordt gekoppeld aan een jobcoach. De trajecten zijn wel afhankelijk van financiering vanuit de werkgever of het UWV.”

De Loos: “Hoe het traject eruitziet is erg afhankelijk van de levensfase waarin iemand verkeert. Ouderen hebben hun leven vaak al ingericht met een baan, relatie en huisvesting. Met bereidheid van de werkgever en begeleiding/advies van een arbeidsbureau kan er dan naar oplossingen worden gezocht om iemand aan het werk te houden. Voor jongeren die bijvoorbeeld nog in het onderwijs zitten is het perspectief heel anders. Zij moeten nog bouwen aan hun toekomst en dat is complexer bij NAH.” Hierover zegt Sprinkhuizen het volgende: “Vanuit de stichting Daarnah proberen wij samen met het onderwijs deze jongeren handreikingen te bieden zodat zij uiteindelijk toch gekwalificeerd de arbeidsmarkt op kunnen. Denk hierbij aan lesmateriaal. 90% van de jongeren is meer visueel ingesteld, dus de lesinhoud moet aangepast zijn.”

Jongmans: “NAH is op te delen in de acute, revalidatie en chronische fase. Per fase houden zorgverleners en specialisten zich alleen bezig met het oplossen van de problemen van die specifieke fase. Hierdoor missen patiënten en hun omgeving informatie die van belang is voor de rest van het traject. Vanuit de stichting hersenletsel.nl proberen wij ervoor te zorgen dat deze informatievoorzieningen al veel eerder beschikbaar zijn. Het moet al starten bij de neuroloog die in de acute fase het hersenletsel probeert te beperken. Waardoor er wordt voorkomen dat niet pas in de chronische fase oplossingen bedacht worden voor de re-integratie van een patiënt.”

Uit welke voorbeelden kan lering worden getrokken en welke projecten zitten er nog aan te komen?

De Loos: “Met Spirit2Work doen wij veel aan begeleiding en ondersteuning. Hierbij ligt naast het begeleiden om aan het werk te kunnen, de focus op de zaken die hen op persoonlijk vlak bezighouden. Daar zit alles in opgesloten. Het moment dat iemand door NAH getroffen wordt, raakt dit niet alleen de persoon zelf, maar ook zijn/haar hele omgeving. Het belangrijkste is om een vertrouwensband op te bouwen, zodat iemand weet dat alles bespreekbaar is. Daarna wordt er gekeken welke doelen haalbaar zijn bij het uitoefenen van een baan.”

Sprinkhuizen: “Vanuit de stichting Daarnah proberen wij bijdrage te leveren aan een positieve beeldvorming bij werkgevers over mensen met NAH en hun arbeidspotentieel. Op basis van de resultaten die voortkomen uit onze themabijeenkomsten, worden interventies bedacht om het arbeidspotentieel van deze groep tot uiting te laten komen. Dit leidt tot een grotere deelname van mensen met NAH aan de arbeidsmarkt.”

Jongmans: “Met verschillende partijen wordt er gewerkt aan het wetenschappelijke project “Support 4Life” waarin twee jongeren gevolgd zullen worden en de buitenwereld waaronder de werkgevers een kijk krijgen in het leven van iemand met NAH. Met dit project kan hopelijk een instrument aangereikt worden aan werkgevers met tips en tricks.”

Op welke manier wordt er geprobeerd om het stereotype beeld te veranderen?

Jongmans: “Sinds een paar maanden bestaat de online televisiezender NAH-TV. Tweemaandelijks is een aflevering te bekijken rondom een thema binnen NAH. Hierin komen persoonlijke verhalen aan bod en worden oplossingen aangereikt. De zender is tevens gekoppeld aan een online platform waarop mensen de dialoog met elkaar aan kunnen gaan.” Een ander voorbeeld waarmee geprobeerd wordt om meer bekendheid te geven en ook werkgevers te informeren is de stichting Daarnah-award. Sinds vorig jaar wordt deze uitgereikt aan een bedrijf dat zich inzet op maatschappelijk vlak, vertelt Sprinkhuizen. “In de media zie je vaak een negatieve benadering van het ziektebeeld. Zo’n award-uitreiking zorgt ervoor dat er een positieve draai aan wordt gegeven.”

Als je kijkt naar de huidige situatie. Wat is haalbaar binnen nu en 10 jaar?

Sprinkhuizen: “De veranderende arbeidsmarkt brengt kansen met zich mee, die het mogelijk maken om specifiek op te leiden voor een beroep. Bij deze sociale innovaties is het van belang dat er wordt gekeken naar wat een persoon nog kan en hoe deze zich nog kan ontwikkelen om blijvend aan het werk te kunnen. Dergelijke innovaties komen tot stand door samen te werken met werkgevers. Zij worden in het proces om een arbeidsplaats te ontwikkelen begeleid.”

De Loos: “Het is van belang dat er een mentaliteitsverandering komt. Het beeld over mensen met NAH is veelal ‘verstandelijk beperkt’. Hierdoor is het moeilijk om te kijken naar de competenties en vaardigheden van iemand. Terwijl dit het belangrijkste moet zijn, zeker als iemand weer aan het werk wilt/gaat.”

Gerelateerde artikelen

Een kopstoot tijdens het sporten, een val van een paard of een schommel tegen het hoofd. Het zijn veelvoorkomende incidenten die veel leed kunnen veroorzaken. Omdat dat leed in de…

Zo’n 650.000 Nederlanders ervaren dagelijks beperkingen als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Veel van deze klachten zijn cognitief en daardoor voor de buitenwereld onzichtbaar, zoals geheugenproblemen, concentratiestoornissen of chronische vermoeidheid.…

Een gebrek aan concentratie, vermoeidheid en overgevoeligheid voor externe prikkels; het zijn cognitieve klachten waar iedereen zo nu en dan mee te maken krijgt. Voor veel patiënten met niet-aangeboren hersenletsel…

Wanneer er sprake is van meerdere beperkingen, zijn de mogelijkheden voor compensatie vaker beperkt. Ergotherapeut Marie-Louise Kamps van Koninklijke Visio behandelt voornamelijk cliënten die door niet-aangeboren hersenletsel (NAH) last hebben…

Herstel van mild hoofdletsel, zoals een hersenschudding, neemt meestal enkele weken in beslag. Maar bij sommige mensen kan een dergelijke verwonding tot aanhoudende klachten leiden. Dat concludeert Lena Hoem Nordhaug,…

Reactie

Plaats een opmerking

Onthoudt mijn naam en e-mailadres in de browser voor de volgende keer dat ik een opmerking plaats.