Bacteriën die longontsteking kunnen veroorzaken kunnen worden verspreid door het peuteren in en wrijven over de neus. Dit blijkt uit nieuw onderzoek gepubliceerd in de European Respiratory Journal.

Van deze bacteriën – genaamd pneumokokken – is bekend dat ze worden verspreid via de lucht, bijvoorbeeld bij hoesten en niezen. Dit is het eerste onderzoek dat laat zien dat de overdracht ook kan plaatsvinden via contact tussen de neus en de handen.

Jaarlijks 1,3 miljoen doden onder jonge kinderen

Uit de studie blijkt namelijk dat de bacteriën zich in dezelfde mate kunnen verspreiden, ongeacht de vochtigheidsgraad van de bacteriële omgeving en of iemand over de neus wrijft of erin peutert. De onderzoekers suggereren dat een goede handhygiëne en het schoonhouden van speelgoed zou kunnen helpen om jonge kinderen te beschermen tegen het verspreiden van de bacteriën.

Hoofdonderzoeker dr. Victoria Connor (Liverpool School of Tropical Medicine en Royal Liverpool Hospital) legt uit: “Pneumokokkeninfectie is wereldwijd een belangrijke doodsoorzaak. Wereldwijd is het naar schatting verantwoordelijk voor jaarlijks 1,3 miljoen doden onder kinderen jonger dan vijf jaar. Ouderen of andere mensen met een verminderde weerstand, zoals chronisch zieken, hebben ook een verhoogd risico op pneumokokkeninfecties.”

Connor vervolgt: “Onze huidige kennis over de overdracht van pneumokokken is beperkt, dus wilden we kijken hoe de bacterie zich verspreidt. Door meer inzicht kan er beter advies worden gegeven over hoe de verspreiding kan worden verminderd.”

Snuivers en neuspeuteraars

Om de negatieve potentie voor contact tussen handen en neus te bepalen, werden 40 gezonde en volwassen vrijwilligers willekeurig ingedeeld in vier groepen.

Bij één groep werd water met pneumokokkenbacteriën op de handen aangebracht, waarna de deelnemers werd gevraagd om hard vanuit hun handen door de neus in te ademen (‘nat snuiven’). Een tweede groep werd gevraagd lucht-gedroogde bacteriën van de rug van de hand in te ademen (‘droog snuiven’). Deelnemers uit de derde en vierde groep moesten hun neus peuteren met een vinger blootgesteld aan natte pneumokokkenbacteriën (‘nat peuteren’) of aan een lucht-gedroogde variant (‘droog peuteren’).

Vervolgens werden twee detectiemethoden gebruikt om de pneumokokken te testen, zodat de aanwezigheid van de bacteriën in de neuzen van de deelnemers kon worden bevestigd. Deze methode bestond onder meer uit een kweektest (om te zien of de bacteriën uit de neus konden worden gekweekt) en een detectieonderzoek naar de aanwezigheid van bacterieel dna (qPCR).

Geen verschil tussen nat of droog snuiven en neuspeuteren

Uit de resultaten bleek dat de verspreiding van bacteriën het grootst was bij ‘nat peuteren’, gevolgd door de groep ‘nat snuiven’.

Toch stellen de onderzoekers dat deelnemers even vaak pneumokokkenbacteriën in hun neus krijgen, ongeacht of ze worden blootgesteld aan natte of droge monsters. Ze suggereren dat het verschil mogelijk te maken heeft met het drogingsproces, dat leidt tot de dood van sommige bacteriën.

Reinig handen en speelgoed

Dr. Connor: “Het is misschien niet realistisch om kinderen af te leren in de neus te peuteren of erover te wrijven. Bovendien is het ook niet duidelijk of dat ook goed zou zijn. De aanwezigheid van de bacteriën kan het immuunsysteem van kinderen immers stimuleren.”

“Maar voor ouders kunnen deze uitkomsten wel degelijk belangrijk zijn, bijvoorbeeld wanneer kinderen in contact komen met oudere familieleden of mensen met een verminderd immuunsysteem. Zorgen voor een goede handhygiëne en het reinigen van speelgoed of andere oppervlakken zou waarschijnlijk de overdracht verminderen. En dus zou dit het risico van een pneumokokkeninfectie verkleinen.”