Belgische wetenschappers van KU Leuven hebben een manier gevonden om tegelijkertijd botaanmaak te stimuleren en botafbraak te verminderen. Deze bevindingen bieden nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen tegen osteoporose.

Osteoporose bij ouderdom

Op zekere leeftijd zal een groot deel van de ouderen osteoporose ontwikkelen. Er is dan sprake van botverlies, te weinig aanmaak van bot, of beiden. Dit botverlies leidt vaak tot botbreuken die slecht herstellen en daardoor de mobiliteit en levenskwaliteit beperken. De huidige therapieën verhinderen vooral verdere botafbraak en herstellen onvoldoende het botverlies. Leuvense wetenschappers hebben nu een manier gevonden om tegelijkertijd botaanmaak te stimuleren en botafbraak te verminderen, wat kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen tegen osteoporose.

Bot afbreken én opbouwen

Het skelet bij volwassenen lijkt onveranderlijk, maar elke dag opnieuw vernieuwen we een deel van ons bot: beschadigd bot wordt afgebroken door osteoclasten, waarna osteoblasten de ontstane lacunes weer opvullen met nieuw botweefsel. Een strikt evenwicht is dus nodig om een normale botmassa te behouden. Typisch bij osteoporose is dat de osteoclasten het bot sneller afbreken dan dat de osteoblasten nieuw bot kunnen aanmaken. Daardoor treedt er botverlies op, en ontstaan er broze botten die gemakkelijker breken.

Zuurstofsensor regelt botmassa

Een belangrijke regulator voor de afbraak en opbouw van bot is sclerostin. Dit eiwit wordt enkel vrijgezet wanneer de botaanmakers zeer volwassen zijn. Het eiwit sclerostin verhindert verdere botaanmaak, terwijl het indirect botafbraak stimuleert. Minder vrijzetting van sclerostin zal de botmassa dus doen toenemen. Postdoctoraal onderzoeker Steve Stegen heeft de aanmaak van sclerostin bestudeerd onder leiding van professor Geert Carmeliet (Onderzoeksgroep Klinische en Experimentele Endocrinologie). Stegen ontdekte dat, in muizen, de mature botaanmakers minder sclerostin produceren wanneer deze cellen denken dat er zuurstoftekort is.

“Botcellen kunnen zich, zoals de meeste lichaamscellen, wapenen tegen zuurstoftekort via de zuurstofsensor PHD2”, zegt Steve Stegen. “Bij muizen zagen we dat, wanneer we PHD2 uitschakelen, de gerijpte botaanmakers minder sclerostin produceerden. Dit leidde tot minder botverlies.”

Nieuwe behandelingen ontwikkelen

Deze nieuwe bevindingen tonen aan dat PHD2 belangrijk is voor het behoud van een normale botkwaliteit, en dat het bijgevolg een interessant doelwit is voor de ontwikkeling van nieuwe therapieën tegen botverlies. In verder onderzoek moet er in eerste instantie gezocht worden naar farmacologische producten die PHD2 efficiënt deactiveren en daardoor muizen beschermen tegen botverlies tijdens osteoporose.

Bron: KU Leuven