Ongeveer drie procent van alle astmapatiënten heeft ernstig astma. Tot niet zo lang geleden was hier maar een matige behandeling voor. Anneke ten Brinke, longarts in het Medisch Centrum
Leeuwarden, vertelt over nieuwe behandelmogelijkheden.

Wat is de impact van ernstig astma?

“Die impact is zeer groot. Mensen met ernstig astma kunnen allerlei dagelijkse dingen niet doen omdat ze daar te kortademig voor zijn. Ze hebben met enige regelmaat astma-aanvallen, waarbij ze zeer kortademig zijn en behandeld moeten worden met medicijnen. Daarmee belanden ze regelmatig op de eerste hulp of in het ziekenhuis, en een enkele keer zelfs op de intensive care. Ze krijgen van hun omgeving helaas niet altijd evenveel begrip, omdat ze het ene moment aardig kunnen meekomen, terwijl ze een halve dag later heel kortademig kunnen zijn.”

Hoe worden mensen met ernstig astma behandeld?

“Tot een aantal jaar geleden moesten ze dagelijks orale corticosteroïden gebruiken. Deze medicijnen helpen bij een deel van de patiënten heel goed, maar veroorzaken ook veel bijwerkingen, zoals gewichtstoename, een verhoogde bloeddruk en botontkalking. Een van de grootste veranderingen in de afgelopen jaren is de ontdekking dat er verschillende subgroepen binnen astma zijn. De bekendste vorm is allergische astma, die al op de kinderleeftijd begint en erfelijk is. We weten inmiddels dat er ook andere soorten astma zijn, die soms pas op volwassen leeftijd beginnen en zich heel anders gedragen. Door dit inzicht is duidelijk geworden dat de behandeling die voor de ene subgroep succesvol is, voor de andere helemaal niet werkt. Voorheen kreeg bijna iedereen dezelfde medicijnen. Nu weten we dat er een belangrijk onderscheid lijkt te zijn al naar gelang welk type ontstekingscel er in de luchtweg actief is. Een bepaald type ontstekingscel – de eosinofiele cel – is bij een deel van de astmapatiënten verhoogd en bij een deel niet.”

Hoe beïnvloeden deze ontwikkelingen de behandeling?

“Momenteel zijn er grofweg drie subgroepen binnen ernstig astma te onderscheiden: allergisch astma, eosinofiele astma en een derde restgroep waar waarschijnlijk nog meer subgroepen in zitten. Bij de eerste twee groepen is sprake van een eosinofiele ontsteking, bij de laatste groep niet. Mensen bij wie de eosinofiele ontsteking speelt, reageren goed op de orale corticosteroïden. Bij astmapatiënten zonder eosinofiele ontsteking helpen deze medicijnen niet.De laatste jaren zijn nieuwe medicijnen op de markt gekomen, de zogeheten biologicals, die een bepaalde stap in het ontstekingsproces blokkeren. Mensen met ernstig astma die de eosinofiele ontsteking hebben, kunnen daar veel baat bij hebben. Als er geen sprake is van een eosinofiele ontsteking, heeft het toedienen van deze medicijnen helaas geen zin. Wij proberen het geven van de orale corticosteroïden als onderhoudsbehandeling aan patiënten met een eosinofiele ontsteking nu volledig te vermijden. Mensen met ernstige astma die deze medicijnen dagelijks krijgen of vaker dan twee keer per jaar een kuur nodig hebben, zouden bij hun huisarts of longarts navraag moeten doen om te kijken of ze in aanmerking komen voor de biologicals. De medicijnen zijn erg duur, dus het is belangrijk dat artsen eerst nagaan of ze de astma niet op een andere manier onder controle kunnen krijgen. Als daadwerkelijk wordt gestart met de biologicals, is het van belang na vier tot zes maanden te evalueren of er verbetering is opgetreden. De behandeling helpt namelijk niet bij iedereen; bij grofweg
een op de vier mensen slaat hij niet aan. Maar er zijn ook mensen die een heel nieuw leven krijgen en dingen kunnen die jarenlang niet mogelijk waren, zoals werken, studeren en sporten.”

Meer informatie?
Medisch Centrum Leeuwarden
www.mcl.nl