Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp in Nederland. Bepaalde terminologie heeft bijgedragen aan die overgang en een bredere transformatie in de jeugdhulp. Bijna twee jaar verder is een nieuwe fase aangebroken, waar nieuw taalgebruik bij hoort. Dit betoogt een samenwerkingsverband van jeugdhulporganisaties, twee hoogleraren en een landelijk kenniscentrum. Gezamenlijk is het paper ‘Veerkrachtig opgroeien’ geschreven. Esther Alblas, één van de auteurs, licht het initiatief toe.

De invloed van taal in de jeugdhulpverlening

‘In de eigen kracht zetten’; ‘op de handen zitten’, twee termen die overal in de jeugdhulp bekend zijn. Op verschillende plekken groeide een frustratie rond deze termen, die niet toereikend bleken voor de manier van werken in de jeugdhulp, vertelt Alblas. Zij is programmamanager en buitenpromovendus bij een organisatie voor wijkgerichte hulp. “Hoe vaker ik de termen hoorde, hoe gekker ze werden.” Eerder dienden de termen wel degelijk een hoger doel: ondersteuning van de decentralisatie van de jeugdhulp en de verschuiving naar de participatiesamenleving. Hierin zijn de termen effectief geweest. Het initiatief voor een nieuw taalgebruik wil bijdragen aan een nieuwe fase voor de jeugdhulp, want, zo stellen de auteurs, je kunt niet afrekenen met oude beleidstaal zonder een constructief voorstel te doen. Taal is van grote invloed op handelen. Als de manier van werken verandert, moet taal ook meebewegen.

Veerkracht en sociale vindingrijkheid

Voorheen kwam het nog wel eens voor dat jeugdhulpverleners de regie helemaal overnamen als ze werden ingeschakeld. Om de eigen verantwoordelijkheid bij gezinnen te houden, werden termen als ‘eigen kracht’ en ‘op handen zitten’ in het leven geroepen. De jeugdhulp stuitte op de beperkingen van deze terminologie aangezien een wel erg summiere rol voor hulpverleners wordt gesuggereerd. “Je moet mensen ondersteunen bij de verschuiving naar een participatiesamenleving”, vertelt Alblas. Niet iedereen is gewend de eigen omgeving in te schakelen bij problemen. Op het hoogtepunt van de omschakeling werden in de jeugdhulp zogenaamde ‘eigen kracht-conferenties’ georganiseerd. Het netwerk werd dan opgetrommeld om een gezin met problemen te hulp te schieten. Maar vaak werden beloftes niet nagekomen, omdat burgers niet voldoende toegerust bleken. Ook hulpverleners moesten wennen; zij werden plotseling geacht veel uit handen te geven in plaats van alle zorg op zich te nemen. “Oude gewoontes zijn afgeleerd, maar nieuwe gewoontes moeten meer vorm krijgen”. Inmiddels is jeugdhulp meer een samenwerking tussen hulpvrager en hulpverlener. Dus stelt het initiatief in het paper nieuwe termen voor: ‘veerkracht’ in plaats van ‘eigen kracht’ en ‘sociale vindingrijkheid’ in plaats van ‘op de handen zitten’. Dit moet meer recht doen aan zowel de hulpverlener als de gezinnen.

Reacties uit de praktijk

Voor het initiatief zijn professionals en gezinnen uit de jeugdhulpverlening bevraagd over de ‘oude’ termen. Daaruit kwamen dezelfde geluiden: hulpverleners zitten helemaal niet op hun handen en mensen in ‘hun eigen kracht zetten’ doet geen recht aan de moeilijke situaties waar zij inzitten. Alblas: “We merkten dat het leeft. Hulpverleners en hulpvragers voelden zich door de termen miskend.” Uit de praktijk zijn veel reacties op het initiatief gekomen. Jeugdhulpverleners uit het hele land komen met termen die ze ook anders zouden willen. Het samenwerkingsverband verwacht dan ook dat het initiatief op den duur uitgebreid kan worden, met meer alternatieven voor verouderde termen.

Wat is nu de volgende stap binnen dit initiatief?

Het initiatief wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Een uitdaging ligt in het onderwerp toegankelijk maken voor afnemers van jeugdhulp. In de planning ligt daarom onder andere een filmpje voor ouders en jongeren over de oude en nieuwe terminologie. Eind 2016 wordt een gesprek georganiseerd tussen gemeentes, beleidsmakers en jeugdhulporganisaties. Bij het initiatief zijn veel professionals uit de jeugdhulp betrokken, maar er kan natuurlijk altijd kritiek komen uit het werkveld. De bedoeling is een landelijke dialoog te starten, aldus de initiatiefnemers. De oude taal was erg functioneel voor het in gang zetten van de transformatie. Het initiatief is dan ook niet bedoeld als tegenbeweging. “Wij geloven juist enorm in de transformatie. Maar nu we werkenderwijs verder zijn, is het tijd de transformatie meer vorm te geven.”