In het onderzoek naar en de behandeling van kanker zijn de laatste jaren belangrijke ontwikkelingen gaande. Voor longkanker betekent dat een niet geringe stijging van de levensverwachting, zegt prof. dr. Joachim Aerts, bijzonder hoogleraar pulmonale oncologie.

Het onderzoek naar tumoren: de stand van zaken

Er zijn de laatste 5 jaar belangrijke ontwikkelingen in het onderzoek naar tumoren. Door selectieve behandeling van de muterende cel is een veel langere overlevingsduur van de patiënt mogelijk. Een tweede ontwikkeling komt voort uit de ontdekking dat kanker geen ziekte is van de cel alleen; ook de omgeving van die cel moet meedoen, legt Aerts uit. “Normaal gesproken gaat het immuunsysteem aan de slag om een ontsporende cel op te ruimen. Zie het als een leger dat in actie komt als dat nodig is om een kwaadaardige indringer te verwijderen, waarna het leger weer terug naar de kazerne gaat. Het immuunsysteem werkt net zo: het komt in actie als dat moet, maar houdt zich rustig als het niet nodig is. Maar de kankercel houdt het immuunsysteem voor de gek, waardoor het aanzetten en afzetten ervan niet meer goed werken.”

Behandeling voor selecte groep patiënten

In enkele ziekenhuizen in Nederland krijgt een selecte groep patiënten een behandeling om het immuunsysteem te trainen opdat het de kankercellen te lijf gaat. Maar voordat deze immunotherapie gegeven wordt, zijn patiënten met longkanker en uitzaaiingen eerst met chemotherapie behandeld. Als dat niet aanslaat dan krijgen zij immunotherapie. Voorheen hadden zij een overlevingskans van 5 tot 10 procent, nu mogelijk tussen de 20 en 30 procent. Aerts: “We weten het nog niet precies, daarvoor is de ontwikkeling te recent. We weten bovendien niet goed wie er wel en wie er niet goed op gaat reageren: welke biomarkers voorspellen dat deze patiënt geschikt is voor deze therapie.”

Onderzoek naar immunotherapie

In theorie is voor iedere patiënt een vorm van immunotherapie te vinden. Maar zover is het nog niet. Er is nog heel veel onderzoek nodig. Onder meer naar de genoemde biomarkers. Patiënten en hun tumoren moeten daarvoor zeer nauwkeurig gevolgd worden, zegt Aerts. “Tumoren ontsnappen vaak weer aan de therapie. Daarop moet de therapie dus weer aangepast worden. Omdat we bovendien nog niet kunnen voorspellen wie er goed op gaat reageren, is het enorm belangrijk dat we ons realiseren dat de veiligheid van de patiënt altijd voorop moet staan.”