Hoe kun je als onderzoeker voor de rechtbank verklaren waarom iemand een seksueel delict heeft gepleegd of voorspellen hoe hoog het risico is dat een verkrachter in herhaling valt. De forensische psychiatrie zoekt nieuwe wegen op. De DSM IV (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is het handboek van de psychiatrie. Daarin wordt gedetailleerd beschreven welke symptomen iemand moet hebben om een bepaalde diagnose te krijgen. In de forensische psychiatrie is de DSM een belangrijke leidraad. Maar volgens psychiater dr. Thomas Rinne en gz-psycholoog Erik Bulten is het de hoogste tijd een nieuw kader te ontwikkelen.

Nieuw kader

Functionele diagnostiek kan dat nieuwe kader worden, stellen beide heren. Een stoornis als narcisme, een asociale persoonlijkheidsstoornis, adhd of autisme biedt onvoldoende houvast om te voorspellen of iemand na een delict in herhaling valt. “Er zijn heel veel mensen met autisme, en maar zeer weinigen plegen een delict. Dat geldt ook voor mensen met een angststoornis. Zulke stoornissen kunnen juist een beschermende factor vormen tegen crimineel gedrag”, zegt Bulten. Bij functionele diagnostiek wordt breder gekeken, onder meer naar persoonlijke eigenschappen zoals snel gefrustreerd raken, beperkt conflict-oplossend vermogen of verminderde impulsbeersing. Bulten: “Iemand die snel getriggerd wordt door seksuele prikkels hoeft niet per se over te gaan tot een delict. Maar bij iemand die hyper-seksueel is én impulsief is de kans op herhaling sterker.”

Perverse fantasieën

Rinne: “Een aanzienlijke groep van de seksuele delinquenten voldoet niet aan de kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis of een psychiatrische stoornis volgens de DSM maar ze hebben wel perverse fantasieën en/of sadistische belevenissen. Als je dan alleen naar de DSM kijkt, mis je heel veel in je beoordeling.” Ook de context waarin iemand functioneert en de interactie met het slachtoffer spelen mee. Zo zijn er verkrachters die overgaan tot extremere agressie als hun slachtoffer niet meewerkt. Ook zou vaker neuropsychologisch onderzoek gedaan moeten worden waarbij gekeken wordt naar mogelijk hersenletsel. De invloed van drugs, mishandeling of niet-aangeboren hersenletsel op het brein kan eveneens een verklaring zijn voor afwijkend gedrag, stelt Rinne.

Film

Functionele diagnostiek komt tot uitdrukking bij de delict-analyse. Er wordt als het ware een film van de gebeurtenis gemaakt. Regende het, hoe voelde je je voordat je op pad ging, welke kleding droeg het slachtoffer, gebruikte je drugs, had je kort ervoor met iemand een conflict gehad? “Zo moeten de triggers helder worden”, zegt Bulten. Vorig jaar is een eerste wegingslijst opgesteld van persoonskenmerken waarnaar nu verder onderzoek wordt gedaan. Het doel is onderzoekers en rapporteurs te ondersteunen met de functionele diagnostiek bij seksuele delinquenten voor een beter advies aan de rechter. Het wetenschappelijk onderzoek naar functionele diagnostiek staat nog in de kinderschoenen. Er is weinig literatuur over maar ‘wel veel belangstelling onder de rapporteurs die de rechtbank adviseren’. Rinne en Bulten werken nu gezamenlijk aan een wetenschappelijke publicatie voor het Tijdschrift voor de Psychiatrie. Ze pleiten voor meer en breder onderzoek om sneller stappen te kunnen maken en zo de samenleving beter te beschermen.